Zaak

ECLI:NL:RVS:2024:2250

Instantie
Raad van State
Datum
2024-05-30
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202207338/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.695 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202207338/1/V2. Datum uitspraak: 30 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 30 november 2022 in zaak nr. NL21.18336 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.L.J. Henket-Reijnen, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdeling heeft gereageerd. Overwegingen 1.       De vreemdeling klaagt in de twaalfde grief terecht dat de rechtbank in haar uitspraak niet kenbaar is ingegaan op de door hem overgelegde verklaring van zijn huidige vriend. De grief leidt echter niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft er ter zitting bij de rechtbank namelijk niet ten onrechte op gewezen dat de schrijver van de brief zich niet heeft geïdentificeerd en dat de inhoud daarvan niets toevoegt. Daarnaast volgt uit het oordeel onder 2 dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de overige tegenwerpingen van de staatssecretaris standhouden. Die tegenwerpingen maken dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de staatssecretaris het asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden. 2.       Wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd, leidt evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier. w.g. Kuijer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Laar griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2024 987

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...