Technische haalbaarheid van geautomatiseerde analyse van IND-asielbesluiten
Onderzoeksrapport voor nederlandinbeeld.org
| | |
|---|---|
| Versie | 1.0 |
| Datum | 10 juli 2026 |
| Status | Intern onderzoeksrapport, incl. geteste proof-of-concept |
| Aanleiding | ECLI:NL:RVS:2026:3863 (Raad van State, 8 juli 2026) en het NOS-artikel "Intrekken van verblijfsvergunning bij verzonnen asielverhaal is terecht" |
| Bijlagen | rechtspraak_intrekking_poc.py (werkend script), intrekkingszaken_art32_poc.csv / .xlsx (PoC-dataset, 250 zaken) |
Samenvatting
De kernvraag. Kan NederlandinBeeld geautomatiseerd analyseren hoe IND-asielbesluiten tot stand komen en standhouden — en die analyse visualiseren in de huisstijl "De cijfers. De bronnen. Uw conclusie."?
Het antwoord in één alinea. Ja, maar op één laag verwijderd van waar de vraag intuïtief over gaat. De IND-besluiten zelf zijn niet openbaar en worden dat ook niet: het zijn documenten vol bijzondere persoonsgegevens (religie, politieke overtuiging, seksuele gerichtheid) en Woo-verzoeken naar individuele dossiers stranden op art. 5.1 Woo. Wat wél openbaar, machine-leesbaar en rechtenvrij beschikbaar is, is de rechterlijke toetsingslaag: de gepubliceerde, gepseudonimiseerde uitspraken over beroepen tegen die besluiten, via de Open Data-API van de Rechtspraak. Een NIB-pijplijn kan daaruit systematisch uitkomst, rechtsgrond, herkomstland, rechtbank, jaar en geloofwaardigheidsthema extraheren en visualiseren. De prijs van die verschuiving is een dubbel selectie-effect dat in elke publicatie expliciet benoemd moet worden: alleen aangevochten besluiten bereiken de rechter (inwilligingen blijven per definitie onzichtbaar), en van alle rechterlijke uitspraken wordt slechts circa 2,2% gepubliceerd.
Wat dit rapport toevoegt aan het idee. Drie dingen. Ten eerste is de haalbaarheid niet alleen beredeneerd maar getest: een proof-of-concept-script heeft op 10 juli 2026 live de Rechtspraak-API bevraagd (57.365 vreemdelingenrecht-uitspraken sinds 2022 gescand, 1.525 kandidaat-intrekkingszaken geïdentificeerd, 250 documenten volledig geanalyseerd) en valideert de aanpak — inclusief harde lessen over precisie en dekking die de architectuur veranderen (§3). Ten tweede is de aansluiting op de bestaande NIB-Rechtspraak-database (101.228 zaken, 2015–maart 2026) concreet gemaakt: welke velden er al zijn, welke ontbreken, en wat de intrekkingsanalyse daaraan toevoegt (§4.4). Ten derde zijn de aanbevelingen voorzien van expliciete drempels waarbij de conclusie zou moeten kantelen (§7).
De cijfermatige kern van de casus. Intrekking van asielvergunningen wegens onjuiste gegevens is een uitzonderlijk klein fenomeen: 40 gevallen in 2022, op 360 intrekkingen totaal en tienduizenden verleende vergunningen per jaar. IND-asielbesluiten houden bij de rechter grotendeels stand: 83% (2022), 86% (2023), 87% (2024). Wie de casus publiceert zonder deze noemers, misleidt — in beide politieke richtingen.
Leeswijzer
Deel 1 behandelt de aanleiding: de intrekkingscasus van 8 juli 2026, juridisch ontleed en cijfermatig in context gezet. Deel 2 inventariseert de databronnen en technieken. Deel 3 rapporteert de resultaten van de proof-of-concept die voor dit rapport is gebouwd en live getest. Deel 4 schetst de doelarchitectuur en de aansluiting op de bestaande NIB-database. Deel 5 behandelt internationale voorbeelden (Duitsland, Denemarken, EUAA, Verenigd Koninkrijk) als spiegel. Deel 6 somt de grenzen op: juridisch, methodologisch en ethisch. Deel 7 bevat de aanbevelingen, deel 8 de caveats, en de bijlagen bevatten het extractieschema, de gebruiksaanwijzing van de PoC en de bronnenlijst.
Eén redactioneel uitgangspunt loopt door alles heen en wordt hier eenmalig scherp gesteld. NIB onderscheidt geregistreerde feiten (een uitspraak met ECLI-nummer is een controleerbaar, gepubliceerd rechterlijk feit), getelde besluiten (de intrekkings- en standhoudingscijfers komen uit IND-registratie en zijn afgeronde tellingen, geen enquêtes) en gepeilde meningen (publieke opvattingen over de casus, forumreacties, sociale media — géén data voor deze analyse). Alles in dit rapport valt in de eerste twee categorieën.
Deel 1 — De intrekkingscasus, juridisch en cijfermatig ontleed
1.1 De uitspraak achter het NOS-artikel
Het NOS-artikel van 8 juli 2026 ("Intrekken van verblijfsvergunning bij verzonnen asielverhaal is terecht") gaat terug op twee gelijktijdig behandelde uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De hoofduitspraak is ECLI:NL:RVS:2026:3863 (zaaknummer 202406367/1/V2); de parallelzaak draagt nummer 202503091/1/V2.
De feiten, zoals ze in de gepubliceerde uitspraak staan. Een gezin van Iraanse nationaliteit — moeder en twee meerderjarige dochters — kreeg op 7 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van art. 29 lid 1 onder a Vw 2000, omdat de IND hun bekering tot het christendom destijds geloofwaardig achtte. De vader reisde na op grond van art. 29 lid 2 onder a Vw 2000 (nareis). Bij besluiten van 6 mei 2022 trok de minister de vergunningen in.
De proof-of-concept van dit rapport heeft de uitspraak op 10 juli 2026 rechtstreeks uit de Open Data-API opgehaald en automatisch ontleed. De extractie bevestigt de kernfeiten: instantie Raad van State, datum 8 juli 2026, zaaknummer 202406367/1/V2, procedure hoger beroep, grondslag art. 32 lid 1 onder a, herkomstland Iran, thema's bekering/religie en Ambrose-project, uitkomst: hoger beroepen ongegrond, aangevallen uitspraken bevestigd. Dat één publieke API-call plus één extractiestap dit oplevert, is meteen de kortste demonstratie van wat de beoogde pijplijn doet.
1.2 De rechtsgrond: art. 32 lid 1 onder a Vw 2000
De intrekking steunt op art. 32 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000: de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken als de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid.
De bewijslastverdeling die de Afdeling hanteert, en die zij in deze uitspraak herbevestigt onder verwijzing naar haar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2018:280): de bewijslast ligt bij de minister. Pas als de minister aannemelijk heeft gemaakt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt, verschuift het initiatief en is het aan de vreemdeling om "voldoende twijfel te zaaien" over dat bewijs. Dit is voor de data-analyse een relevant gegeven: het betekent dat intrekkingszaken in de regel een expliciete bespreking van bewijsmiddelen bevatten — precies het tekstmateriaal waar geautomatiseerde extractie iets mee kan.
1.3 Hoe de fraude aan het licht kwam: de strafrechtelijke route
De intrekking begon niet bij de IND, maar bij een tolk die bij de politie aan de bel trok over een juridisch adviseur. Die adviseur werd strafrechtelijk vervolgd en uiteindelijk veroordeeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2023:4067, 7 december 2023) tot vier jaar celstraf voor mensensmokkel, plus een beroepsverbod van tien jaar. Uit de strafzaak: de adviseur verkocht fictieve asielrelazen voor 2.000 tot 7.000 euro per persoon en liet cliënten de verhalen instuderen; om relazen geloofwaardiger te maken werden verhalen ook op internet geplaatst.
De veroordeling leidde bij de IND tot het "Ambrose-project": een herbeoordelingsonderzoek naar 102 personen (exclusief nareizigers en in Nederland geboren kinderen) die via deze adviseur een vergunning hadden gekregen.
De bewijsmiddelen die de bestuursrechter accepteerde, komen rechtstreeks uit het strafdossier: (1) tapverslagen van telefoongesprekken van 28 november, 30 november en 3 december 2017, waarin de adviseur instrueerde hoe tegenstrijdigheden in het relaas te herstellen en hoe het verhaal "persoonlijk" te maken; (2) processen-verbaal van verhoren bij de Koninklijke Marechaussee, waarin betrokkenen erkenden dat de adviseur hen had geholpen. Niet in geschil was bovendien dat een van de betrokkenen op 24 juli 2017 — twee weken vóór de vergunningverlening — een contract met de adviseur had gesloten, en dat de inval in hun woning die de kern van het asielrelaas vormde, verzonnen was.
Voor de duiding is deze route belangrijk: de fraude werd niet ontdekt door IND-consistentiecontroles, taalanalyse of documentonderzoek, maar door een menselijke melder en een strafrechtelijk onderzoek met dwangmiddelen (telefoontaps) waarover een bestuursorgaan niet beschikt. Elk voorstel om "fraudedetectie te automatiseren" moet zich tot dat gegeven verhouden.
1.4 De herbeoordelingsplicht: intrekking is geen eindpunt
De Afdeling oordeelt dat de intrekking op zichzelf terecht was, maar verbindt daaraan een voor de beeldvorming essentiële nuance: de minister moet vervolgens een deugdelijke herbeoordeling uitvoeren van de vraag of betrokkenen nu bescherming nodig hebben (paragraaf C2/10.2.1.2 Vc 2000, met toepassing van Werkinstructie 2022/3 over bekeerlingen en WI 2024/6). Bij die herbeoordeling geldt een verzwaarde bewijslast voor de vreemdeling en vervalt in beginsel het voordeel van de twijfel, onder verwijzing naar het arrest X van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2023:523).
In déze zaak schoot de herbeoordeling tekort: de intrekkingsgehoren bevroegen niet alle drie de elementen van WI 2022/3 (motieven voor en proces van bekering; kennis van het nieuwe geloof; activiteiten). De vragen waren vooral op het derde element gericht, nauwelijks op het eerste en helemaal niet op het tweede. De hoger beroepen van de minister werden daarom ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd — met verbetering van gronden.
De krantenkop "intrekken is terecht" en het dictum "hoger beroep van de minister ongegrond" staan dus allebei in dezelfde uitspraak. Wie alleen de kop leest, mist dat de minister op de herbeoordeling verloor. Dit is precies het soort gelaagdheid dat een geautomatiseerde uitkomst-classificatie ("gegrond"/"ongegrond") niet vangt en waar een menselijke redactieslag onmisbaar blijft (§3.4, les 4).
1.5 De cijfers, mét noemers
Intrekkingen wegens onjuiste gegevens: orde van tientallen per jaar
| Cijfer | Waarde | Periode | Bron | |---|---|---|---| | Intrekkingen asielvergunning, totaal | 360 | 2022 | Kamerstuk 36 613 VI nr. 4 (bron IND, afgerond op tientallen) | | — waarvan wegens onjuiste gegevens / achterhouden | 40 | 2022 | idem | | — waarvan openbare orde / nationale veiligheid | ~20 | 2022 | idem | | Cumulatief wegens onjuiste gegevens | ~60 | 2022 t/m ~sept 2024 | Kamerstuk 36 820 XX nr. 3 | | Historische referentie (destijds incl. terugkeer/hoofdverblijf) | ~290 | 1 juli 2010 – 1 juli 2011 | Kamerstuk 19 637 nr. 1491 |
Twee registratietechnische waarschuwingen horen onlosmakelijk bij deze tabel. De IND registreert de intrekkingsgrond pas vanaf 2022; uitsplitsingen van vóór 2022 bestaan niet, en het historische cijfer van ~290 (2010–2011) is niet vergelijkbaar omdat het destijds ook intrekkingen wegens terugkeer en verplaatsing van hoofdverblijf omvatte. En: het jaarcijfer 2022 (40) en het cumulatieve cijfer (~60 sinds 2022) overlappen — ze mogen niet worden opgeteld.
De noemer: verleningen en inwilligingspercentages
De 40 intrekkingen van 2022 staan tegenover tienduizenden verleende asielvergunningen per jaar. Het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen daalde volgens de IND (nieuwsbericht 3 februari 2026 / Jaarcijfers 2025) van 78% (2022) via 61% (2023) en 58% (2024) naar 36% (2025), onder meer door wijzigingen in het landenbeleid voor Syrië, Jemen en Turkije. Intrekking wegens fraude is daarmee, in elk jaar waarvoor cijfers bestaan, een fenomeen in de orde van grootte van één per duizend verleende vergunningen: reëel, ernstig per geval, maar cijfermatig marginaal.
Standhouden bij de rechter
| Jaar | Instandhoudingspercentage IND-asielbesluiten | Bron | |---|---|---| | 2022 | 83% | IND Jaarcijfers 2024 (bron IND/Metis) | | 2023 | 86% | idem | | 2024 | 87% | idem | | 2025 | ~80% | IND-rapportage |
Het complement (~13–20%) benadert het vernietigings-/gegrondheidsaandeel. Schaal: in 2023 werden ruim 22.000 asielberoepen aangespannen; tussen 2020 en eind 2023 handelde de IND circa 12.000 gegrond verklaarde asielzaken af, waarvan ruim de helft (6.850 personen) alsnog een vergunning kreeg. In hoger beroep bij de Raad van State wordt ~75% van de vreemdelingenzaken afgedaan met verkorte motivering (art. 91 lid 2 Vw 2000) — een gegeven dat in §3 en §6 terugkeert omdat het de tekstanalyse van de hoger-beroepslaag structureel verarmt.
Kanttekening bij de metric zelf: het "instandhoudingspercentage" is een IND-eigen indicator (Metis) en niet identiek aan het formele gegrond/ongegrond-aandeel in de rechtspraakstatistiek; de CBS-tabel "Rechtbanken; vreemdelingenzaken" die als onafhankelijke tegenhanger had kunnen dienen, bleek niet meer beschikbaar. NIB moet de herkomst van deze metric dus altijd bij het cijfer vermelden.
1.6 Wat deze casus wél en niet bewijst
De casus bewijst dat het stelsel in dit geval functioneerde zoals ontworpen — zij het via een omweg: strafrecht → bestuursrecht, melder → tap → intrekking, met een rechter die de intrekking sanctioneerde én de herbeoordeling afkeurde. De casus bewijst niet dat asielfraude wijdverbreid is (de cijfers wijzen op het tegendeel), en evenmin dat het toetsingssysteem faalt (de IND verloor hier juist op zorgvuldigheidseisen). Voor NIB is de casus daarmee vooral een illustratie bij een klein getal — en een aanleiding om de vraag te stellen die de rest van dit rapport beantwoordt: wat kunnen we hiervan systematisch, herhaalbaar en controleerbaar in beeld brengen?
Deel 2 — Databronnen en technieken: wat er is en wat het waard is
2.1 De primaire bron: Rechtspraak.nl Open Data
De Open Data-webservice van de Rechtspraak (data.rechtspraak.nl) is de enige publieke, gestructureerde, rechtenvrije en geautomatiseerd bevraagbare bron over de rechterlijke toetsing van IND-besluiten. De relevante eigenschappen, deels uit documentatie en deels empirisch vastgesteld tijdens de PoC-run van 10 juli 2026:
Mechaniek. De service werkt in twee stappen. Eerst wordt de ECLI-index bevraagd (/uitspraken/zoeken) met filters op onder meer rechtsgebied, datum en instantie; het antwoord is een Atom-feed met per uitspraak het ECLI, een titelregel en de inhoudsindicatie (de redactionele samenvatting). Daarna wordt per ECLI het volledige document opgehaald (/uitspraken/content?id=ECLI:...) als XML met Dublin Core-metadata (instantie, datum, zaaknummer, procedure, rechtsgebied) en de integrale uitspraaktekst. De parameter return=DOC beperkt de index tot uitspraken waarvan ook de documenttekst gepubliceerd is. Het maximum is 1.000 index-resultaten per pagina en 10 requests per seconde.
Omvang, empirisch. Landelijk staan meer dan 800.000 volledige uitspraken online; van ruim 3 miljoen zijn alleen metadata beschikbaar. Voor het rechtsgebied bestuursrecht/vreemdelingenrecht telde de index op 10 juli 2026 89.201 uitspraken met documenttekst (alle jaren), waarvan 57.365 sinds 1 januari 2022. Dat is ruimschoots genoeg massa voor tijdreeksen per grond, land en rechtbank.
Cruciale beperking: geen full-text search. De API kent uitsluitend metadatafilters. Er bestaat geen serverzijdige zoekopdracht "alle uitspraken waarin art. 32 Vw voorkomt". Wie inhoudelijk wil selecteren, moet ofwel de inhoudsindicaties scannen (goedkoop, maar zie §3.3 voor de gemeten precisie), ofwel documenten downloaden en lokaal doorzoeken. Dit ene technische feit bepaalt de hele pijplijnarchitectuur.
Publicatiegraad. Volgens de analyse in het NJB van 17 december 2021 ("Kanttekeningen bij het 'Alles, tenzij…'-voornemen") wordt 5,7% van de relevante uitspraken gepubliceerd, oftewel 2,2% van alle rechterlijke uitspraken. De Rechtspraak streeft naar "alles, tenzij" op een horizon van circa tien jaar. Tot die tijd is elke analyse op deze bron een analyse van een selectie waarvan de selectiecriteria (redactionele keuze van gerechten) niet volledig transparant zijn. Dit is geen reden om het niet te doen — het is een reden om het er altijd bij te zeggen.
2.2 Validatie- en contextbronnen
EUAA Case Law Database. Circa 4.500 asielrechtelijke uitspraken van nationale en Europese rechters, met Engelstalige samenvattingen, publiek doorzoekbaar per land en thema. De IND gebruikt deze database zelf (bijvoorbeeld in zaken rond de Church of Almighty God). Voor NIB is dit een kruisvalidatiebron: Nederlandse uitspraken die de EUAA-redactie selecteerde, zijn per definitie internationaal relevant geacht — een tweede, onafhankelijke selectielaag naast de Nederlandse publicatiekeuze. Daarnaast biedt de EUAA het Data and Information Package (DIP, 30 landen) en country guidance / country-of-origin-information (COI).
Ambtsberichten van Buitenlandse Zaken. Algemene, individuele en deelambtsberichten per herkomstland: de publieke COI waarop het Nederlandse landenbeleid steunt. Uitspraken verwijzen er expliciet naar ("algemeen ambtsbericht Iran, maart 20xx"), wat automatische koppeling mogelijk maakt: welke ambtsberichten spelen in welke zaken een rol, en hoe vaak is een COI-verwijzing doorslaggevend? De PoC extraheert deze verwijzingen al als binair veld (§3.2).
IND-jaarcijfers en Kamerstukken. Voor de noemers: verleningen, intrekkingen per grond, instandhoudingspercentages. Niet via API beschikbaar; dit blijft handwerk per publicatiecyclus, maar het gaat om een handvol documenten per jaar.
Wat er níét is: een IND-besluiten-databank. Individuele IND-besluiten zijn niet openbaar en komen niet via de Woo beschikbaar (weigering op grond van art. 5.1 lid 1 onder d en lid 2 onder e Woo: bijzondere persoonsgegevens respectievelijk eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer). De enige systematische vensters op de besluitenlaag zijn geaggregeerde IND-cijfers en de rechterlijke toetsing. Elke suggestie dat een NIB-pijplijn "IND-besluiten valideert" is dus onjuist en moet ook in de communicatie vermeden worden: de pijplijn analyseert rechterlijke toetsing van aangevochten besluiten.
2.3 Extractietechnieken: van regex tot LLM
De te extraheren velden per uitspraak — instantie, datum, ECLI, zaaknummer, proceduretype, rechtsgrond (artikel Vw), herkomstland, uitkomst, bewijsmiddelen, geloofwaardigheidsthema, COI-verwijzingen — verschillen sterk in moeilijkheidsgraad:
- Gestructureerd in de metadata (instantie, datum, ECLI, zaaknummer, vaak proceduretype): triviaal, geen NLP nodig.
- Semi-gestructureerd in de tekst (rechtsgrond via vaste juridische formules als "artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a"; nationaliteit via "van Iraanse nationaliteit"; dictum via "verklaart het beroep ongegrond"): goed te vangen met patronen, maar met gaten — de PoC meet die gaten precies (§3.3).
- Vrije tekst (bewijsmiddelen, geloofwaardigheidsoverwegingen, de vraag wíé wat moest bewijzen en waarom de rechter oordeelde zoals hij oordeelde): hier zijn LLM's met gestructureerde output de realistische techniek, met verplichte bronverwijzing per veld (welke passage onderbouwt de geëxtraheerde waarde) en menselijke steekproefcontrole.
Dat dit in de Nederlandse context werkt, is geen speculatie. Onderzoek van RUG/Leiden (Schepers, Medvedeva e.a., Artificial Intelligence and Law, 2024) voorspelt citaties in Nederlandse rechtspraak op basis van uitspraakteksten; projecten als Case Law Explorer (netwerkanalyse van Nederlandse en Europese uitspraken) en de Dutch Case Law Extractor laten zien dat de Open Data zich leent voor grootschalige verwerking. NIB's eigen databases (§4.4) bewijzen hetzelfde op productieschaal.
2.4 Wat de IND zelf al doet — en waarom dat de lat legt
Een geautomatiseerde NIB-analyse beweegt zich in een veld waar de overheid zelf al toetsingsinstrumenten inzet. Drie zijn relevant als context én als grens van wat een buitenstaander kan:
TOELT (Team Onderzoek en Expertise Land en Taal, ~40 fte) voert taalanalyses uit als deskundigenbericht om gestelde herkomst te toetsen, en beoordeelt contra-expertises. Bureau Documenten (BDOC) doet echtheidsonderzoek van brondocumenten (geboorteakten, arrestatiebevelen) met een eigen referentiedatabase (DISCS) en levert een "Verklaring van Onderzoek" als deskundigenbericht. En de casus zelf toont de rol van open bronnen: de veroordeelde adviseur plaatste verzonnen verhalen op internet om ze geloofwaardiger te maken, en subjectieve documenten als social-mediaberichten kunnen bij herbeoordeling meewegen.
De les voor NIB is tweeledig. Positief: rechterlijke uitspraken bespreken deze instrumenten expliciet (taalanalyse betwist, Verklaring van Onderzoek overgelegd), zodat de pijplijn kan turven hoe vaak welk instrument in geschil is en hoe de rechter erover oordeelt — een unieke, nog nergens gepubliceerde indicator. Negatief: een NIB-systeem kan verklaringen in uitspraken alleen op geaggregeerd niveau tegen COI en ambtsberichten leggen; het kan en mag geen individuele geloofwaardigheidsbeoordeling overdoen. Dat is geen technische maar een principiële grens: de datajournalistiek toetst het systeem, niet de asielzoeker.
Deel 3 — De proof-of-concept: gebouwd, live getest, met meetbare lessen
Voor dit rapport is de voorgestelde pijplijn niet alleen ontworpen maar in het klein gebouwd en op 10 juli 2026 live tegen de productie-API van de Rechtspraak gedraaid. Het script (rechtspraak_intrekking_poc.py, bijlage B) implementeert de drie stappen die ook de productiearchitectuur kent: index-scan, kandidaatfilter, documentanalyse.
3.1 Opzet
De PoC richt zich op de afgebakende deelverzameling die ook aanbeveling 2 voorstelt: asiel-intrekkingszaken (art. 32 Vw 2000) vanaf 1 januari 2022 — het jaar waarin de IND de intrekkingsgrond ging registreren, zodat de rechterlijke laag naast de IND-cijfers gelegd kan worden.
- Stap A (index-scan). Alle vreemdelingenrecht-uitspraken mét documenttekst sinds 2022 zijn via de ECLI-index doorlopen (paginering per 1.000, ~6–7 requests/sec, ruim onder de limiet). Per uitspraak zijn titel en inhoudsindicatie gelezen.
- Stap B (kandidaatfilter). Een patroonfilter op titel + inhoudsindicatie (intrekking, ingetrokken, artikel 32, onjuiste gegevens, gegevens achtergehouden) selecteerde kandidaten.
- Stap C (documentanalyse). Van de kandidaten zijn er 250 (PoC-cap, expliciet gelogd) integraal gedownload en per document ontleed: bevestiging dat het werkelijk om asiel-intrekking gaat, grondslag (art. 32 lid 1 onder a–e), dictum/uitkomst, herkomstland (via nationaliteitspatronen), geloofwaardigheidsthema (bekering, geloofsafval, lhbti+, politiek, dienstplicht, Ambrose), COI-verwijzing en verkorte motivering (art. 91 lid 2).
3.2 Resultaten van de live run (10 juli 2026)
| Stap | Resultaat | |---|---| | Index-entries gescand (vreemdelingenrecht, met document, ≥ 2022) | 57.365 | | Kandidaat-intrekkingszaken volgens inhoudsindicatie-filter | 1.525 (2,7%) | | Documenten volledig geanalyseerd (PoC-cap) | 250; 1.275 kandidaten bewust niet gedownload en als zodanig gelogd | | Bevestigd als asiel-intrekkingszaak (full-text) | 30 van 250 | | Doorlooptijd hele run | < 10 minuten, één machine, publieke API |
Onder de 30 bevestigde zaken vond de regex-laag onder meer: grondslagverdeling art. 32 lid 1 onder a (5×), onder b (3×), onder c (1×); herkomstlanden Syrië (7), Afghanistan (2), Irak (2), en verder o.a. Eritrea, Iran, Burundi, Armenië, Somalië; thema's bekering/religie, lhbti+ en het Ambrose-project. De validatiecasus ECLI:NL:RVS:2026:3863 werd correct en volledig ontleed (§1.1).
3.3 De twee belangrijkste metingen — en waarom ze het ontwerp veranderen
Meting 1: de precisie van het metadatafilter is laag (~12%). Van de 250 kandidaten die op grond van de inhoudsindicatie werden geselecteerd, bleek bij full-text-analyse slechts 12% daadwerkelijk een asiel-intrekkingszaak. De verklaring is banaal en leerzaam: het woord "ingetrokken" in een inhoudsindicatie betekent meestal dat een beroep of aanvraag is ingetrokken, niet een vergunning. Consequentie voor de architectuur: de inhoudsindicatie-scan is bruikbaar als goedkope recall-laag (kandidaten vinden), maar classificatie moet altijd op de volledige tekst gebeuren. De geplande LLM-extractiestap is dus geen luxe maar een noodzakelijke tweede zeef.
Meting 2: de dekking van pure regex-extractie is onvoldoende voor publicatie. Op de 30 bevestigde zaken haalde de patroonlaag: grondslag-op-letterniveau 9/30 (30%), uitkomst 10/30 (33%), herkomstland 16/30 (53%), thema 6/30 (20%). De oorzaken zijn inhoudelijk: rechters parafraseren ("de intrekkingsgrond van artikel 32"), dictums verwijzen naar eerdere beslissingen, nationaliteit staat soms alleen impliciet in de landeninformatie. Consequentie: regex volstaat als bootstrap en als controle-instrument, maar de productiekwaliteit (doel: >95% dekking op kernvelden) vergt LLM-extractie met per veld een bronpassage, plus de menselijke steekproef van aanbeveling 2.
3.4 Vier lessen die alleen door het bouwen zichtbaar werden
- De populatie is behapbaar. ~1.500 kandidaten sinds 2022, waarvan naar schatting (12% precisie, plus recall-verlies) enige honderden echte intrekkingszaken: een volledige analyse van dit dossier is een kwestie van uren rekentijd en een gerichte LLM-batch, geen big-data-project. Dat maakt 100% menselijke verificatie van de bevestigde deelverzameling zelfs haalbaar — een kwaliteitsniveau dat weinig datajournalistiek haalt.
- De API is stabiel en snel genoeg. Geen authenticatie, geen kosten, nette XML. De rate limit (10/sec) is de enige schaalbeperking en is voor dit volume irrelevant.
- Uitkomst-classificatie is juridisch gelaagd. "Hoger beroep minister ongegrond" betekende in de validatiecasus dat de vreemdeling won op zorgvuldigheid terwijl de intrekking terecht was. Een enkel uitkomst-veld doet daar geen recht aan; het schema (bijlage A) krijgt daarom aparte velden voor procespartij-die-wint en materiële kern.
- Selectie-effecten zijn meetbaar, niet alleen benoembaar. Het aandeel verkorte motiveringen (art. 91 lid 2) is per jaar en instantie te turven uit dezelfde data — de disclaimer "wat u niet ziet" kan dus zelf met cijfers onderbouwd worden. Dat past exact bij de NIB-huisstijl.
Deel 4 — Doelarchitectuur en aansluiting op de bestaande NIB-database
4.1 Overzicht: vijf lagen
┌────────────────────────────────────────────────────────────────────┐
│ 5. VISUALISATIE tijdreeksen · kruistabellen · "wat u niet ziet" │
├────────────────────────────────────────────────────────────────────┤
│ 4. VALIDATIE koppeling COI/ambtsberichten · EUAA · noemers │
├────────────────────────────────────────────────────────────────────┤
│ 3. DATABASE uitkomst × grond × land × rechtbank × jaar │
├────────────────────────────────────────────────────────────────────┤
│ 2. EXTRACTIE regex-bootstrap → LLM + bronpassage → steekproef │
├────────────────────────────────────────────────────────────────────┤
│ 1. INGEST Rechtspraak-API · EUAA CLD · ambtsberichten · │
│ IND-jaarcijfers/Kamerstukken (handmatig) │
└────────────────────────────────────────────────────────────────────┘
Laag 1 — Ingest. Rechtspraak Open Data-API als continue bron (dagelijkse of wekelijkse delta-run op publicatiedatum); EUAA Case Law Database en ambtsberichten als periodieke download; IND-jaarcijfers en Kamerstukken handmatig per publicatiecyclus, want zij leveren de noemers. Status: realistisch; het API-deel is in de PoC aangetoond.
Laag 2 — Extractie. Drie treden, zoals gemeten in §3: metadata (gratis), patronen (bootstrap + controle), LLM met gestructureerde output waarbij elk veld vergezeld gaat van de letterlijke bronpassage uit de uitspraak. Menselijke steekproefcontrole van minimaal 10%, en 100% controle op de bevestigde intrekkingsdeelverzameling zolang die klein genoeg is. Status: realistisch, mits de verificatiediscipline wordt vastgelegd vóór de eerste publicatie.
Laag 3 — Gestructureerde database. Kern: uitkomst × rechtsgrond × herkomstland × rechtbank/zittingsplaats × jaar, met per rij het ECLI als permanente bronverwijzing. Status: realistisch; dit is een uitbreiding van wat NIB al heeft (§4.4), geen nieuwbouw.
Laag 4 — Validatie. Kruising met COI: markeren wáár uitspraken naar welke ambtsberichten en EUAA-guidance verwijzen, en aggregeren hoe vaak zulke bronnen doorslaggevend zijn per land en periode. Status: deels realistisch — als patroonanalyse op geaggregeerd niveau; nadrukkelijk niet als herbeoordeling van individuele geloofwaardigheid.
Laag 5 — Visualisatie. Tijdreeksen van standhoudingspercentages per grond/land/rechtbank; intrekkingen als aandeel van verleningen; altijd met expliciete noemers en het vaste "wat u niet ziet"-paneel (§7, aanbeveling 3). Status: realistisch; dit is de kernkracht van NIB.
4.2 Wat per component principieel níét kan
Vier onmogelijkheden, ter afbakening van elke toekomstige productbeschrijving. Individuele IND-besluiten valideren kan niet: ze zijn niet openbaar. Inwilligingen analyseren kan niet: ze komen niet voor de rechter. "De waarheid" van een asielrelaas vaststellen kan niet en hoort ook niet bij de rol van datajournalistiek. De volledige populatie van besluiten reconstrueren kan niet: zichtbaar is alleen de dubbel geselecteerde deelverzameling (aangevochten én gepubliceerd).
4.3 Indicatie van inspanning
Op basis van de PoC-run: de historische bulk-ingest van het volledige vreemdelingenrecht-corpus met documenttekst (~89.000 uitspraken) kost op één machine binnen de rate limit enkele dagen doorlooptijd en is eenmalig; delta-runs zijn daarna minuten per week. De LLM-extractie van de intrekkingsdeelverzameling (orde: honderden zaken) is een batch van uren en verwaarloosbare kosten; opschaling naar het hele asielcorpus (orde: tienduizenden) blijft in de tientallen-euro's-per-run-orde voor moderne modellen, met de menselijke steekproef als feitelijke bottleneck. De schaarse capaciteit is dus redactioneel (verificatie, duiding), niet technisch — een bevinding die de planning hoort te sturen.
4.4 Aansluiting op de bestaande NIB-Rechtspraak-database
NIB beschikt al over een substantiële, uit dezelfde API opgebouwde database. Analyse van de actuele bestanden in de werkmap (peildatum bestanden: maart 2026) leert:
Omvang en dekking. Rechtspraak_Database_2015_2026.xlsx bevat 101.228 zaken over 2015 t/m maart 2026: 67.640 vreemdelingenrecht en 33.588 strafrecht met buitenlandse betrokkenen, in jaartabbladen plus dashboard-, kruistabel- en trendbladen. (Het werkdocument bij dit projectidee noemde nog "84.767+ uitspraken"; de huidige bestanden zijn dus al een generatie verder.) Daarnaast bestaan er een variant 2020–2026, een "Compleet 2024–2026" met dwangsom-veld, een zoekterm-gedreven deelset (Rechtspraak_Erkenning_Verblijfsvergunning.xlsx, 1.252 zaken met volledige metadatavelden inclusief inhoudsindicatie en relaties) en een persoonsgerichte analyse (Van_Lokven_Vreemdelingenzaken.xlsx, 590 zaken met uitkomst-, schadevergoedings- en proceskostenvelden en jaaranalyses).
Velden die er al zijn. ECLI, zaaknummer, type procedure, herkomstland, Dublin-land, uitkomst, rechtbank, datum, samenvatting, link — het skelet van laag 3 bestaat dus al.
Drie gemeten hiaten, direct relevant voor dit project.
- Rechtsgrond ontbreekt als veld. Nergens in de bestaande databases wordt het Vw-artikel (29, 32, 35, 64…) vastgelegd — precies het veld waar de intrekkingsanalyse om draait.
- Intrekking bestaat niet als proceduretype. De categorielijst van 2025 (16.024 VR-zaken) kent "Asielaanvraag", "Dublin-overdracht", "Vreemdelingenbewaring" enz., maar geen "Intrekking vergunning"; intrekkingszaken zitten nu verspreid door "Overig", "Asiel (beroep)" en "Hoger beroep". Een tekstscan over de 2025-samenvattingen vond 149 rijen met intrekkings-/art. 32-signalen — consistent met de PoC-orde van grootte.
- De dekking van kernvelden is beperkt. In het 2025-tabblad is herkomstland bij circa 2.000 van 16.024 rijen gevuld en is de uitkomst bij een aanzienlijk deel leeg. Voor tellingen per land/uitkomst is dat nu een stille bias: de gevulde deelverzameling is niet aantoonbaar representatief voor het geheel.
Concreet integratievoorstel. Behandel de bestaande database als laag 3 en voeg per rij vijf velden toe uit de nieuwe extractielaag: rechtsgrond_vw (artikel + lid + letter), zaaktype_verfijnd (met o.a. "intrekking asiel"), winnende_partij, coi_verwijzing en verkorte_motivering_art91, elk met bronpassage en extractiemethode (metadata/regex/LLM/handmatig). Draai de LLM-laag daarna ook op de bestaande rijen om de herkomstland- en uitkomst-hiaten te dichten — met dezelfde steekproefdiscipline. Zo wordt de intrekkingsanalyse geen los project maar de eerste toepassing van een veldenuitbreiding die de hele database opwaardeert.
Deel 5 — Internationale voorbeelden: spiegel, geen blauwdruk
5.1 Duitsland (BAMF): dialectherkenning als indicatie
Het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge gebruikt sinds 2017 DIAS (Dialektidentifizierungsassistent, "language biometry") om via dialectherkenning de gestelde herkomst te indiceren, aangevuld met een transliteratiedienst voor Arabische namen (TKS) en analyse van gegevensdragers. Gerapporteerde herkenningsgraden: Arabische dialecten ~80% (2017–2020) en ~85% (na 2021); sinds juli 2022 ook Farsi/Dari (~73%) en Pashto (~78%). De Duitse regering benadrukt zelf dat DIAS herkomst "noch bevestigen noch weerleggen" kan — het levert alleen een indicatie; critici kwalificeren de benadering als essentialistische pseudowetenschap.
Relevantie voor NIB: dit is het model dat NIB niet moet willen — een systeem dat individuele claims beoordeelt met betwiste wetenschap. Maar het is wél materiaal voor de pijplijn: Nederlandse uitspraken waarin TOELT-taalanalyses worden betwist, zijn in de data herkenbaar en telbaar.
5.2 Denemarken: als het standhoudingspercentage zelf de indicator wordt
Denemarken draaide vanaf 2019/2021 herbeoordelingsprogramma's van verleende Syrische statussen (regio Damascus). Tussen 2019 en begin 2023 verloren 158 Syrische statushouders hun vergunning. Het opvallendste cijfer komt van de beroepsinstantie: het Flygtningenævnet draaide sinds begin 2022 77% van de Syrische intrekkingsbesluiten terug (Human Rights Watch, 13 maart 2023, op basis van DR-onderzoek van 2 maart 2023); in 2021 was dat nog 50% (EUAA Asylum Report 2022).
Relevantie voor NIB: dit is de sterkste internationale illustratie van het analytische hart van dit project — een standhoudingspercentage als kwaliteitsindicator van besluitvorming. Toen de Deense uitvoeringsdienst beleidsmatig ging intrekken, werd het vernietigingspercentage bij de beroepsinstantie het objectieve signaal dat de besluiten de toets niet doorstonden. Precies deze indicator, per grond en per land, kan NIB voor Nederland structureel in beeld brengen.
5.3 EUAA: convergentie-instrument
De EUAA Case Law Database en country guidance functioneren als Europese convergentielaag: publiek, Engelstalig samengevat, doorzoekbaar per land en thema. Voor NIB primair een validatie- en contextbron (§2.2), en secundair een benchmark: welke Nederlandse zaken haalt de Europese selectie, en wijkt het Nederlandse beeld af van dat in vergelijkbare lidstaten?
5.4 Verenigd Koninkrijk (Home Office): generatieve AI in het besluitproces — en de waarschuwing
Het Home Office zette twee GPT-4o-gebaseerde tools in: ACS (Asylum Case Summarisation, samenvatting van interviewtranscripten; volledig uitgerold april 2026) en APS (Asylum Policy Search, COI/CPIN-zoektool; volledig uitgerold juli 2025). Gerapporteerde tijdwinst: 23 minuten (ACS) respectievelijk 37 minuten (APS) per zaak, volgens het Home Office zonder negatief effect op besluitkwaliteit. Daar staat tegenover: de eigen evaluatie (GOV.UK, "Evaluation of AI trials in the asylum decision making process", april 2025) meldt dat 9% van de samenvattingen onjuist of onvolledig was en daarom uit de pilot werd verwijderd, en dat 23% van de gebruikers niet volledig zeker was van de output. De Open Rights Group verwijst bovendien naar een in maart 2026 gepubliceerde juridische opinie die de tools "likely unlawful" acht wegens transparantie- en AVG-gebreken.
Relevantie voor NIB: dit is de meest directe les voor de eigen extractielaag. Een state-of-the-art LLM in een goed gefinancierde overheidsomgeving produceerde 9% ondeugdelijke samenvattingen. De PoC-bevinding dat regex-extractie 30–53% dekking haalt en de UK-bevinding dat LLM-extractie ~9% fouten maakt, wijzen naar dezelfde conclusie vanaf twee kanten: geen enkele automatische laag is publicatierijp zonder menselijke verificatie tegen de bron. Vandaar de harde 10%-steekproefnorm in aanbeveling 2 — en 100% verificatie op kleine deelverzamelingen.
5.5 Synthese
De vier voorbeelden markeren samen de bandbreedte: Duitsland toont het risico van pseudo-objectieve individuele beoordeling, het VK toont het foutenprofiel van LLM's in productie, de EUAA toont de waarde van een geaggregeerde vergelijkingslaag, en Denemarken toont dat het aggregaat — het standhoudingspercentage — zélf het nieuws kan zijn. NIB's positie is de combinatie van de laatste twee, met de eerste twee als permanent waarschuwingsbord.
Deel 6 — De grenzen: juridisch, methodologisch, ethisch
AVG en bijzondere persoonsgegevens. Asieldossiers bevatten per definitie gegevens over religie, politieke overtuiging en seksuele gerichtheid — bijzondere categorieën in de zin van art. 9 AVG. Dat is de kernreden waarom individuele besluiten niet openbaar zijn én waarom NIB in de eigen verwerking uitsluitend met de reeds gepseudonimiseerde, gepubliceerde uitspraken en met geaggregeerde output moet werken. Geen herleidbaarheid tot individuen, ook niet onbedoeld via combinatie van velden (klein land × zeldzaam thema × maand kan al identificerend zijn; aggregatiedrempels instellen).
Pseudonimisering en wat er verdwijnt. De Rechtspraak vervangt namen door [appellant] e.d.; herkomstland en essentiële feiten blijven meestal staan, identificerende details verdwijnen. Voor de analyse betekent dit dat sommige velden (bijv. exacte leeftijd, woonplaats) structureel onbeschikbaar zijn — een datakwaliteitsgegeven, geen gebrek van de pijplijn.
Woo. Verzoeken om individuele dossiers of besluiten stranden op art. 5.1 lid 1 onder d en lid 2 onder e Woo. Woo-potentieel zit elders: in geaggregeerde IND-registraties (bijv. intrekkingsgronden per jaar op fijner detailniveau dan de Kamerbrieven) — dat is een flankerende route, geen vervanging van de pijplijn.
Het dubbele selectie-effect, nog één keer scherp. (1) Alleen afgewezen of ingetrokken-en-aangevochten besluiten bereiken de rechter; inwilligingen zijn onzichtbaar. Elke uitspraak over "hoe de IND beslist" op basis van rechtspraakdata is dus een uitspraak over de betwiste rand van de besluitvorming. (2) Van de beroepszaken wordt slechts een selectie gepubliceerd (~2,2% van alle uitspraken rechtspraakbreed), en ~75% van de hoger-beroepszaken bij de Raad van State wordt met verkorte motivering (art. 91 lid 2 Vw) afgedaan — tekstueel arm en dus analytisch arm. De PoC turft dit laatste al als veld, zodat de omvang van dit effect per jaar gerapporteerd kan worden in plaats van alleen gememoreerd.
De rolgrens. De pijplijn beschrijft hoe rechterlijke toetsing van IND-besluiten uitpakt. Zij velt geen oordeel over individuele asielrelazen, reconstrueert geen dossiers en doet geen voorspellingen over lopende zaken. Die grens is niet alleen ethisch maar ook strategisch: de geloofwaardigheid van het NIB-merk ("De cijfers. De bronnen. Uw conclusie.") staat of valt met het consequent níét claimen van meer dan de data dragen.
Deel 7 — Aanbevelingen
1. Publiceer de intrekkingscasus als "cijfer-in-context"-stuk. Combineer ECLI:NL:RVS:2026:3863 met de noemers: 40 intrekkingen wegens onjuiste gegevens in 2022, op 360 intrekkingen totaal en tienduizenden verleningen. Benoem expliciet dat dit een uitzonderlijk klein, geen structureel fenomeen is, én dat de rechter de minister op de herbeoordelingsplicht terugfloot — beide kanten van de uitspraak horen in één stuk. Drempel die de framing verandert: gaat de IND jaarcijfers per intrekkingsgrond publiceren en tonen die een duidelijke, meerjarige stijging, herzie dan de kwalificatie "uitzonderlijk klein".
2. Bouw de pijplijn op de rechterlijke toetsingslaag, en begin bij art. 32. Start met de afgebakende deelverzameling asiel-intrekkingszaken sinds 2022 (PoC: ~1.500 kandidaten, enige honderden bevestigde zaken — volledig verifieerbaar met menskracht). Extractie: metadata + regex als bootstrap, LLM met verplichte bronpassage per veld als productielaag, minimaal 10% menselijke steekproef op grote sets en 100% verificatie op de intrekkingsset. De 10%-norm is geen ritueel: het VK mat 9% ondeugdelijke LLM-samenvattingen in een vergelijkbare toepassing, en de eigen PoC mat dat metadatafilters slechts 12% precisie halen.
3. Maak selectie-effecten een vast visueel element. Elke visualisatie krijgt een "wat u niet ziet"-paneel: inwilligingen ontbreken (komen niet voor de rechter), ~2,2% publicatiegraad, ~75% verkorte motivering in hoger beroep. Waar mogelijk gekwantificeerd uit de eigen data (het art. 91 lid 2-veld zit al in de PoC) in plaats van als voetnoot.
4. Gebruik EUAA en ambtsberichten als validatielaag, niet als oordeel. Toon hoe vaak en welke COI-bronnen in uitspraken doorslaggevend zijn, per land en periode. Herbeoordeel nooit individuele geloofwaardigheid; de eenheid van analyse is het systeem, niet de asielzoeker.
5. Publiceer de methodologie en de AVG-grenzen expliciet. Eén vaste methodologiepagina: bronnen, extractiemethode per veld, steekproefresultaten (inclusief foutpercentages — publiceer die, naar UK-voorbeeld), aggregatiedrempels tegen herleidbaarheid, en de dubbele-selectie-disclaimer. Dit is de operationalisering van "De cijfers. De bronnen. Uw conclusie." — de lezer kan elke rij tot het ECLI herleiden en elk veld tot een bronpassage.
Volgorde van uitvoering. (i) Casus-artikel (aanbeveling 1) kan direct, met de PoC-extractie van de casus als illustratie. (ii) Parallel: PoC opschalen van 250 naar alle ~1.500 kandidaten (--max-docs verhogen; één nacht doorlooptijd) en de bevestigde set handmatig verifiëren. (iii) Daarna LLM-laag en veldenuitbreiding van de bestaande database (§4.4). (iv) Structurele visualisaties en methodologiepagina bij de eerste dataset-publicatie, niet later.
Deel 8 — Caveats
- Overgangsrecht. De casus-uitspraak dateert van 8 juli 2026 maar past het recht van vóór 12 juni 2026 toe; de nieuwe Vreemdelingenwet ter implementatie van het Asiel- en Migratiepact wijzigt art. 32 e.v. Tijdreeksen over rechtsgronden krijgen dus een structuurbreuk medio 2026 die in elke grafiek gemarkeerd moet worden.
- Afronding en registratie. IND-cijfers zijn afgerond op tientallen; de grond-uitsplitsing bestaat pas vanaf 2022; het cumulatieve cijfer (~60 sinds 2022) en het jaarcijfer 2022 (40) overlappen en mogen niet worden opgeteld.
- Metric-herkomst. Het "instandhoudingspercentage" is een IND-eigen indicator (Metis), niet identiek aan het formele gegrond/ongegrond-aandeel in de rechtspraakstatistiek; de CBS-tabel "Rechtbanken; vreemdelingenzaken" is niet meer beschikbaar als onafhankelijke referentie.
- Volatiliteit van de noemer. Inwilligingspercentages (78% → 61% → 58% → 36% over 2022–2025) betreffen eerste aanvragen en schommelen sterk door beleidswijzigingen (o.a. Syrië na de val van Assad); percentages uit verschillende jaren zijn geen homogene reeks.
- Internationale tools zijn omstreden. BAMF DIAS en UK ACS/APS zijn deels als "waarschijnlijk onrechtmatig" respectievelijk pseudowetenschappelijk bekritiseerd; zij dienen in dit project als waarschuwend voorbeeld, niet als blauwdruk.
- PoC-cijfers zijn PoC-cijfers. De precisie- en dekkingsmetingen in §3 berusten op één run (10 juli 2026) met een cap van 250 documenten en regex-classificatie als voorlopige waarheid; de definitieve cijfers volgen uit de volledige run met menselijke verificatie. De aangeleverde feitelijke claims over casus, Kamerstukken en internationale voorbeelden zijn in dit rapport overgenomen zoals aangeleverd en niet opnieuw extern geverifieerd; vóór publicatie hoort een bronnencheck (de bronnenlijst in bijlage C is daarvoor de checklist).
Bijlage A — Extractieschema per uitspraak (doelversie)
| Veld | Type | Bron | Methode | Voorbeeld (casus) |
|---|---|---|---|---|
| ecli | string | metadata | direct | ECLI:NL:RVS:2026:3863 |
| instantie | string | metadata | direct | Raad van State |
| datum_uitspraak | datum | metadata | direct | 2026-07-08 |
| zaaknummer | string | metadata | direct | 202406367/1/V2 |
| proceduretype | categorie | metadata + tekst | direct/LLM | Hoger beroep |
| zaaktype_verfijnd | categorie | tekst | LLM (+regex-bootstrap) | intrekking asiel |
| rechtsgrond_vw | string | tekst | regex + LLM | art. 32 lid 1 onder a |
| herkomstland | categorie | tekst | regex + LLM | Iran |
| uitkomst_dictum | categorie | tekst (dictum) | regex + LLM | hoger beroep ongegrond |
| winnende_partij | categorie | tekst | LLM | vreemdeling (op zorgvuldigheid) |
| materiele_kern | vrije tekst + passage | tekst | LLM | intrekking terecht; herbeoordeling ondeugdelijk |
| bewijsmiddelen | lijst | tekst | LLM | tapverslagen; KMar-verhoren |
| geloofwaardigheidsthema | categorie(ën) | tekst | regex + LLM | bekering/religie; Ambrose-project |
| coi_verwijzing | lijst | tekst | regex + LLM | (geen in casus) |
| verkorte_motivering_art91 | ja/nee | tekst | regex | nee |
| bronpassage_per_veld | tekst | tekst | LLM | verplicht bij elk LLM-veld |
| extractiemethode_per_veld | categorie | pijplijn | automatisch | metadata/regex/LLM/handmatig |
| verificatiestatus | categorie | redactie | handmatig | geverifieerd dd. … |
Bijlage B — Proof-of-concept: bestanden en gebruik
rechtspraak_intrekking_poc.py— het volledige script (index-scan → kandidaatfilter → documentanalyse → CSV/XLSX + consolesamenvatting). Afhankelijkheden:requests,pandas,openpyxl. Respecteert de rate limit (~6–7 req/s). Gebruik:python3 rechtspraak_intrekking_poc.py --from 2022-01-01 --max-docs 250; verhoog--max-docsnaar 2000 voor de volledige kandidatenset (doorlooptijd: ~1 uur).intrekkingszaken_art32_poc.csv/.xlsx— de dataset van de run van 10 juli 2026: 250 geanalyseerde kandidaten met alle geëxtraheerde velden en per rij de permalink naar uitspraken.rechtspraak.nl. Kolomasiel_intrekkingmarkeert de 30 full-text-bevestigde zaken.- Reproduceerbaarheid: de run is deterministisch op de API-inhoud na; een herhaalrun kan meer zaken opleveren naarmate gerechten later publiceren (nagekomen publicaties zijn óók een meetbaar fenomeen).
Bijlage C — Bronnen
Rechtspraak (geregistreerde feiten)
- ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3863 (zaak 202406367/1/V2; parallel 202503091/1/V2) — de intrekkingscasus.
- ABRvS, ECLI:NL:RVS:2018:280 — bewijslastverdeling bij art. 32-intrekking.
- Hof 's-Hertogenbosch 7 december 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:4067 — strafzaak juridisch adviseur.
- HvJ EU, arrest X, ECLI:EU:C:2023:523 — verzwaarde bewijslast/voordeel van de twijfel bij herbeoordeling.
- NOS, 8 juli 2026, "Intrekken van verblijfsvergunning bij verzonnen asielverhaal is terecht".
Cijfers (getelde besluiten)
- Kamerstuk 36 613 VI nr. 4 (TK 2024–2025) — intrekkingen 2022 naar grond (bron IND).
- Kamerstuk 36 820 XX nr. 3 — cumulatief intrekkingen wegens onjuiste gegevens sinds 2022.
- Kamerstuk 19 637 nr. 1491 — historisch intrekkingscijfer 2010–2011.
- IND Jaarcijfers 2024 en nieuwsbericht 3 februari 2026 / Jaarcijfers 2025 — instandhoudings- en inwilligingspercentages.
Data-infrastructuur
- Rechtspraak Open Data (data.rechtspraak.nl) — API-documentatie en live PoC-run 10 juli 2026.
- NJB 17 december 2021, "Kanttekeningen bij het 'Alles, tenzij…'-voornemen" — publicatiegraad 5,7%/2,2%.
- EUAA Case Law Database; EUAA DIP; EUAA country guidance/COI.
- Ambtsberichten ministerie van Buitenlandse Zaken.
- Schepers, Medvedeva e.a., Artificial Intelligence and Law (2024) — citatievoorspelling Nederlandse rechtspraak; Case Law Explorer; Dutch Case Law Extractor.
Internationaal
- BAMF/DIAS — Duitse regeringsantwoorden over herkenningsgraden en reikwijdte.
- Human Rights Watch 13 maart 2023 (o.b.v. DR 2 maart 2023); EUAA Asylum Report 2022 — Deense herbeoordelingen en vernietigingspercentages.
- GOV.UK, "Evaluation of AI trials in the asylum decision making process" (april 2025); Open Rights Group over de juridische opinie van maart 2026 — UK ACS/APS.
Interne NIB-bestanden (geanalyseerd voor §4.4)
Rechtspraak_Database_2015_2026.xlsx(101.228 zaken),Rechtspraak_Database_2020_2026.xlsx,Rechtspraak_Compleet_2024_2026.xlsx,Rechtspraak_Database_Definitief.xlsx,Rechtspraak_Erkenning_Verblijfsvergunning.xlsx,Van_Lokven_Vreemdelingenzaken.xlsx.
Einde rapport. Opgesteld 10 juli 2026 voor nederlandinbeeld.org — "De cijfers. De bronnen. Uw conclusie."