Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:2617

Instantie
Raad van State
Datum
2023-07-06
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202303847/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.911 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202303847/2/V2. Datum uitspraak: 6 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 juni 2023 in zaak nr. NL23.12986 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen. 2.       Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.  Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Lagaaij griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2023 936

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...