Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:2542

Instantie
Raad van State
Datum
2023-07-03
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202302882/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.219 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202302882/1/V3. Datum uitspraak: 3 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 mei 2023 in zaak nr. NL23.7797 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. N.D. Schraa, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdeling heeft gereageerd. Overwegingen 1.       De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 19 mei 2023 laten weten dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft desgevraagd op 14 juni 2023 laten weten dat zij van Vluchtelingenwerk Nederland bericht heeft ontvangen dat de vreemdeling vrijwillig naar de Verenigde Arabische Emiraten is vertrokken. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer daadwerkelijk bescherming in Nederland zoekt. Dat de vreemdeling volgens de gemachtigde heeft aangegeven het hoger beroep te willen handhaven en nog steeds een asielvergunning in Nederland te willen krijgen maakt dat niet anders. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep. 2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.   Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vonk griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2023 345-985

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...