ECLI:NL:RVS:2023:2240
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2023-06-09
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Materiële kern
202302689/3/V1. Datum uitspraak: 9 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, in zaak nr. NL23.6929 het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.A.A. Charry, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft vervolgens de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft dat verzoek ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 16 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1958, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, voormelde uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 maart 2023 vernietigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Omdat de Afdeling al een oordeel heeft gegeven over het hoger beroep van de vreemdeling bestaat geen aanleiding meer om het door de rechtbank aan de Afdeling doorgezonden verzoek om een voorlopige voorziening in behandeling te nemen. 2. Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Jongeneel griffier Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2023 958
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...