ECLI:NL:RVS:2023:1700
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2023-05-03
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij brief van 11 april 2023 heeft de vreemdeling aan de Afdeling laten weten dat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken en dat hij daarom zijn hoger beroep intrekt. Daarnaast heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
Materiële kern
202301521/1/V1. Datum uitspraak: 3 mei 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.A. van den Berg, advocaat te Middelburg, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 maart 2023 in zaak nr. NL23.2231. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. Bij brief van 11 april 2023 heeft de vreemdeling aan de Afdeling laten weten dat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken en dat hij daarom zijn hoger beroep intrekt. Daarnaast heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. 2. Uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2, volgt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij, zoals in dit geval, als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt. 3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van den Oosterkamp griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2023 941
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...