Zaak

ECLI:NL:RVS:2023:1556

Instantie
Raad van State
Datum
2023-04-20
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202206765/1/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.998 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202206765/1/V1. Datum uitspraak: 20 april 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 17 november 2022 in zaak nr. NL21.13947 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De rechtbank heeft op verzoek van de Afdeling schriftelijke inlichtingen gegeven. De vreemdeling heeft daarop gereageerd. Overwegingen 1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep vangt in een geval als dit aan op de dag na die, waarop op voorgeschreven wijze een notificatiebericht over de uitspraak van de rechtbank is verzonden als bedoeld in artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb (zie de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:554, onder 1). 2.       De vreemdeling stelt dat haar gemachtigde geen notificatiebericht heeft ontvangen. 3.       Het door de rechtbank toegezonden rapport van het technisch onderzoek van 27 januari 2023 vermeldt dat de uitspraak op 17 november 2022 in Mijn Rechtspraak is geplaatst en dat op dezelfde dag een notificatiebericht van de plaatsing van de uitspraak is verzonden naar het e-mailadres van de gemachtigde van de vreemdeling. 4.       De vreemdeling bestrijdt dit rapport niet. Voorts faalt bij gebrek aan een onderbouwing haar betoog dat niet kon worden volstaan met een geautomatiseerde onbeveiligde notificatiemail die foutgevoelig is en dat de bewijslast van het niet-ontvangen van de notificatie niet bij haar gemachtigde moet liggen. 5.       De termijn voor het instellen van hoger beroep is dus op 17 november 2022 aangevangen en op 24 november 2022 geëindigd. Het hoger beroep is op 25 november 2022, en dus niet tijdig, ingediend. De vreemdeling heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die de overschrijding van de termijn verschoonbaar maken. 6.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Groot griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2023 210

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...