Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:3940

Instantie
Raad van State
Datum
2022-12-22
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202206319/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
verzoek afgewezen
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.102 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en de aanvraag om wijziging van de beperking afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202206319/2/V3. Datum uitspraak: 22 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 20 oktober 2022 in zaak nr. NL21.17452 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en de aanvraag om wijziging van de beperking afgewezen. Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt. 2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. 3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier. w.g. Soffers voorzieningenrechter w.g. Vonk griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2022 345-982

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...