Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:3712

Instantie
Raad van State
Datum
2022-12-14
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202201186/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.980 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

05Kern

Materiële kern

202201186/1/V2. Datum uitspraak: 14 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 23 februari 2022 in zaak nr. NL20.16754 V in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 2 februari 2021 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van dat beroep kennis te nemen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling verzet gedaan. Bij uitspraak van 23 februari 2022 heeft de rechtbank dat verzet ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.J.L. van de Glind, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       De rechtbank heeft uitspraak gedaan op het verzet van de vreemdeling (artikel 8:55, zevende lid, van de Awb). Tegen zo’n uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 8:104, tweede lid, van de Awb). 2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor. 3.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.  Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Iedema griffier 968

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...