Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:2009

Instantie
Raad van State
Datum
2022-07-15
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202106379/1/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.596 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 2 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

05Kern

Materiële kern

202106379/1/V3. Datum uitspraak: 15 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, appellanten, tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 30 september 2021 in zaken nrs. NL21.10604 en NL21.10607 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 2 juli 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 30 september 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraken hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.       De in de eerste grief opgeworpen rechtsvraag over het risico op indirect refoulement van Syrische vreemdelingen bij een overdracht aan Denemarken krachtens de Dublinverordening heeft de Afdeling bij uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat deze grief slaagt. 2.       Het hoger beroep is al daarom gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de vreemdelingen verder hebben aangevoerd te bespreken. De beroepen zijn alsnog gegrond en de besluiten van 2 juli 2021 worden vernietigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.  Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        verklaart het hoger beroep gegrond; II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 30 september 2021 in zaken nrs. NL21.10604 en NL21.10607; III.      verklaart de beroepen gegrond; IV.      vernietigt de besluiten van 2 juli 2021, V-[…], V-[…]  en V-[…]; V.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.277,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. w.g. Meijer lid van de enkelvoudige kamer      w.g. Annen griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2022 765

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...