Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:192

Instantie
Raad van State
Datum
2022-01-20
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202107835/1/V2 en 202107835/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.613 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 6 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

05Kern

Materiële kern

202107835/1/V2 en 202107835/2/V2. Datum uitspraak: 20 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op de hoger beroepen van: 1.       de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, 2.       [de vreemdeling], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 november 2021 in zaak nr. NL21.6075 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 6 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Bij uitspraak van 25 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Schutter, advocaat te Amsterdam, heeft schriftelijke uiteenzettingen gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld. Overwegingen Het hoger beroep van de staatssecretaris 1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1.    De rechtbank heeft namelijk een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek geconstateerd. De staatssecretaris komt daartegen in hoger beroep op terwijl dat gebrek zich, los van de vraag wat de uitkomst van de nieuwe besluitvorming moet zijn, eenvoudig laat herstellen. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling 2.       Het incidenteel hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het incidenteel hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Slotsom 3.       Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.  Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        bevestigt de aangevallen uitspraak; II.       wijst het verzoek af; III.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep en het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.518,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.  w.g. Tibold griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2022 802

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...