Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:1807

Instantie
Raad van State
Datum
2022-06-27
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202202457/2/V3
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
1.711 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluiten van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

05Kern

Materiële kern

202202457/2/V3. Datum uitspraak: 27 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarige kind, [vreemdeling 3], verzoekers. Procesverloop Bij besluiten van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 14 april 2022 in zaken nrs. NL22.3675 en NL22.3677 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. H. Tadema, advocaat te Deventer, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.       Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdelingen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen. 2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier. w.g. Verburg voorzieningenrechter w.g. Dallinga griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2022 18-967

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...