ECLI:NL:RVS:2022:1712
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2022-06-15
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Materiële kern
202202353/1/V2. Datum uitspraak: 15 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 11 april 2022 in zaak nr. NL21.17642 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 11 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank oordeelt in haar uitspraak namelijk terecht dat de staatssecretaris het kader voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde bekering, zoals onder meer omschreven door de Afdeling in de uitspraken van 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:977, ECLI:NL:RVS:2021:978, op de juiste wijze heeft toegepast. 2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier. w.g. Soffers lid van de enkelvoudige kamer w.g. Prins griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2022 802-984
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...