Zaak

ECLI:NL:RVS:2022:1412

Instantie
Raad van State
Datum
2022-05-17
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
202202623/2/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.049 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 21 december 2021, aangevuld op 4 maart 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem krachtens paragraaf A3/6.1 van de Vc 2000 uitstel van vertrek verleend totdat hij meerderjarig is of totdat komt vast te staan dat voor hem adequate opvang in het land van terugkeer beschikbaar is en een terugkeerbesluit wordt genomen.

05Kern

Materiële kern

202202623/2/V2. Datum uitspraak: 17 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 4 april 2022 in zaak nr. NL21.19967 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 21 december 2021, aangevuld op 4 maart 2022, heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem krachtens paragraaf A3/6.1 van de Vc 2000 uitstel van vertrek verleend totdat hij meerderjarig is of totdat komt vast te staan dat voor hem adequate opvang in het land van terugkeer beschikbaar is en een terugkeerbesluit wordt genomen. Bij uitspraak van 4 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2.       Mede gelet op artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000, moet de staatssecretaris binnen zes maanden na de dag van verzending van de uitspraak van 4 april 2022 een nieuw besluit op de aanvraag nemen. Omdat voor afloop van die termijn een uitspraak op het hoger beroep wordt verwacht en de staatssecretaris geen andere spoedeisende omstandigheden heeft gesteld, is er op dit moment geen spoedeisend belang dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt. 3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.        wijst het verzoek af; II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Renting, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Renting griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2022 897

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...