ECLI:NL:RVS:2020:13
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2020-01-07
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluiten van 27 augustus 2019 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Materiële kern
201909360/2/V1. Datum uitspraak: 7 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarig kind, verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 19 december 2019 in zaken nrs. NL19.20256 en NL19.20258 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 27 augustus 2019 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 december 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. 2. Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457). 3. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden overgedragen totdat de Afdeling op het door hun ingestelde hoger beroep heeft beslist; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I. Helmich, griffier. w.g. Steendijk w.g. Helmich voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2020 827.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...