Zaak

ECLI:NL:RVS:2019:4020

Instantie
Raad van State
Datum
2019-11-27
Procedure
Hoger beroep
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
201904375/1/V2
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.078 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 24 april 2018, aangevuld bij besluit van 13 februari 2019, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

05Kern

Materiële kern

201904375/1/V2. Datum uitspraak: 27 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de minister van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 22 mei 2019 in zaak nr. NL18.8459 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 24 april 2018, aangevuld bij besluit van 13 februari 2019, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken. Bij uitspraak van 22 mei 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.    De in de grief opgeworpen vraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 25 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3960, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak vloeit voort dat deze grief faalt. 2.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister, nu de staatssecretaris, moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.    bevestigt de aangevallen uitspraak; II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Troostwijk    w.g. Van Loon lid van de enkelvoudige kamer    griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2019 284-853.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...