ECLI:NL:RVS:2019:3789
- Instantie
- Raad van State
- Datum
- 2019-11-08
- Procedure
- Hoger beroep
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling ongewenst verklaard.
Materiële kern
201907870/1/V3. Datum uitspraak: 8 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 11 oktober 2019 in zaak nr. 19/3189 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling ongewenst verklaard. Bij besluit van 1 april 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 oktober 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door M.E Traas, advocaat te Zutphen, hoger beroep ingesteld. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. w.g. Verheij w.g. Annen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2019 765.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...