Zaak

ECLI:NL:RVS:2019:3774

Instantie
Raad van State
Datum
2019-11-06
Procedure
Mondelinge uitspraak
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
201907929/3/V1
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
2.188 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bij besluit van 7 augustus 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

05Kern

Materiële kern

201907929/3/V1. Datum uitspraak: 6 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 23 oktober 2019 in zaak nr. NL19.18889 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Bij besluit van 7 augustus 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 oktober 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij mondelinge uitspraak van vandaag heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Daartoe is het volgende overwogen. De vreemdeling heeft eerder verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet mag worden overgedragen gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep. Bij uitspraak van 4 november 2019 in zaak nr. 201907929/2/V1 heeft de voorzieningenrechter dat verzoek afgewezen. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het hogerberoepschrift niet op tijd is ingediend, zodat het hoger beroep naar de stand van zaken op dat moment niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het door de vreemdeling nu ingediende verzoekschrift bevat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven tot een ander dan het reeds in de uitspraak van 4 november 2019 neergelegde oordeel. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Drop    w.g. Hanrath voorzieningenrechter    griffier 392.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...