Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:30041

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-10-09
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.32542 en NL25.32525
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
19.169 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel Angola, herkomst uit Cabinda niet geloofwaardig, politieke overtuiging, beroepen ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL25.32542 (beroep eiser 1) NL25.32525 (beroep eiser 2) V-nummers: [v-nummer 1] [v-nummer 2] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] , geboren op [geboortedag 1] 2001, eiser 1, [eiser 2] , geboren op [geboortedag 2] 2004, eiser 2, beiden van Angolese nationaliteit, hierna ook samen: eisers (gemachtigde: mr. S. Thelosen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.S. Helmus). Inleiding 1. Eisers hebben op 2 maart 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvragen met de bestreden besluiten van 2 juli 2025 afgewezen als ongegrond. 1.1. Hiertegen hebben eisers beiden apart beroep ingesteld, maar gezamenlijke gronden ingediend. Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met twee verweerschriften. 1.2. De rechtbank heeft de beroepen op 29 juli 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eisers, mr. F.S. Fahad als waarnemer voor de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van verweerder en J. Bierhoff as tolk in de Portugese taal. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzingen van de asielaanvragen van eisers aan de hand van de beroepsgronden van eisers. Nu de beroepsgronden van eisers gelijk zijn, zal de rechtbank ook in deze uitspraak op beide beroepen beslissen. 3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Achtergrond 4. Eisers zijn broers en zij zijn samen op 27 februari 2023 met het vliegtuig vertrokken uit Angola. Asielrelazen 5. Eiser 1 heeft verklaard dat hij afkomstig is uit de Angolese enclave Cabinda. Eiser is betrokken geweest bij de onafhankelijkheidsbeweging in zijn herkomstregio en heeft als gevolg hiervan problemen ervaren die hebben gemaakt dat hij Angola moest verlaten. 6. Eiser 2 heeft eveneens verklaard dat hij afkomstig is uit de Angolese enclave Cabinda. Eiser is actief geweest voor de afscheidingsbeweging FLEC FAC en heeft daardoor problemen ondervonden met de MPLA . De directe aanleiding voor vertrek uit Angola was dat eisers vader werd vermoord door militairen van de MPLA. Besluitvorming eiser 1 7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit, herkomst; 2. problemen door (toegedichte) politieke overtuiging. 7.1. Verweerder acht eisers identiteit en nationaliteit geloofwaardig. Eiser wordt echter niet gevolgd in zijn gestelde herkomst, zijnde afkomstig uit [plaats] , Cabinda. Eiser heeft namelijk onvoldoende documenten overgelegd en daarvoor geen goede verklaring gegeven. Ook eisers verklaringen over zijn herkomst vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser verklaart vaag en summier over waar hij is opgegroeid in Cabinda. Ook heeft eiser wisselend verklaard waar hij is geboren. Uit het verhoor bij de vreemdelingenpolitie, het Dublingehoor en de EU-vis hit, waarbij mede een Angolees paspoort geldig van 17 maart 2020 tot 17 maart 2025 is overgelegd, volgt dat eiser geboren is in Luanda. Eiser zelf geeft in het nader gehoor aan dat hij is geboren in Cabinda. Daarnaast heeft eiser vaag en summier verklaard over de wijze waarop hij Angolese documenten heeft verkregen. Zo geeft eiser meerdere keren aan dat hij dat niet weet, verwijst hij met name naar degene die de reis geregeld heeft en kan hij zich veel dingen niet herinneren. 7.2. De problemen door (toegedichte) politieke overtuiging acht verweerder ook niet geloofwaardig. Eisers verklaringen vormen geen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarbij neemt verweerder in aanmerking dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn herkomstregio, wisselend heeft verklaard over zijn geboorteplaats en over de wijze van het verkrijgen van zijn paspoort. Ook valt niet in te zien waarom eiser, als zoon van een militair, niet weet hoe het zit met de militaire dienstplicht in Angola. Ook zijn de door eiser gestelde verrichtte activiteiten niet het gevolg van zijn eigen politieke overtuiging, maar van een verplichting vanuit zijn vader. Dat blijkt ook wanneer de hoormedewerker meerdere vragen stelt over de onafhankelijkheidsstrijd in Cabinda. Eiser geeft meermaals aan dat hij de antwoorden op deze vragen niet weet en verwijst naar zijn vader. Van iemand die stelt voor de beweging jongeren te hebben gemobiliseerd, opgegroeid te zijn in Cabinda, problemen heeft ervaren vanwege deze strijd en afkomstig is uit een familie waarin de vader zou hebben gespioneerd ten behoeve van deze strijd, mag verwacht worden dat hij meer details kan geven over de beweging. 7.3. Volgens verweerder bieden de door eiser gesteld medische klachten geen rechtvaardiging voor de vage en summiere verklaringen. Besluitvorming eiser 2 8. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eiser 2 uit de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. politieke activiteiten voor FLEC-FAC en de daaraan gerelateerde problemen. 8.1. Verweerder acht eisers identiteit en nationaliteit geloofwaardig. De door eiser gesteld herkomst wordt daarentegen niet geloofwaardig geacht. Eisers heeft geen documenten overgelegd die dit asielmotief onderbouwen en zijn verklaringen hieromtrent vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel . Verweerder overweegt daartoe dat eiser niet afdoende op de herkomstvragen heeft geantwoord. Ook volgt uit zijn eerdere verklaringen, bij de politie en in het aanmeldgehoor, en uit zijn in het visumdossier overgelegde paspoort dat eiser in Luanda is geboren. De verklaringen over eisers paspoort zijn ook niet aannemelijk. Het paspoort is afgegeven op 20 januari 2020. Deze datum strookt niet met eisers verklaringen dat hij het paspoort heeft verkregen nadat de problemen zijn begonnen in november 2023. 8.2. Eisers politieke activiteiten voor de FLEC-FAC en de gerelateerde acht verweerder eveneens ongeloofwaardig. Eiser heeft ook dit asielmotief niet onderbouwd met documenten en heeft ten aanzien van dit asielmotief niet samenhangend en aannemelijk verklaard. Verweerder neemt daarbij in aanmerking dat het niet geloofwaardig is dat eiser afkomstig is uit de exclave van Cabinda. Verder is eisers kennis over de FLEC-FAC zeer beperkt en hij kan niet uitleggen waarom hij zich bij de afscheidsbeweging heeft aangesloten. Uit eisers verklaringen komt het beeld naar voren dat hij feitelijk geen onderdeel is geweest van de afscheidsbeweging. Ook weet eiser weinig te verklaren over de manifestaties die hij zou hebben georganiseerd en heeft hij wisselend verklaard ten opzichte van zijn broer over de reis van Cabinda naar Luanda. Bovendien acht verweerder het ongerijmd dat hij het land legaal en zonder problemen heeft kunnen verlaten. Beoordeling 9. De rechtbank overweegt dat uit de rechtspraak van het Hof volgt dat de rechter in eerste aanleg bij wie beroep is ingesteld tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming de bevoegdheid toekomt om de feiten te beoordelen en een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling te verrichten van de bij hem aan de orde gestelde feiten. Indien de rechtbank van oordeel is dat zij beschikt over alle daartoe noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens, dan heeft de rechtbank de bevoegdheid om na afloop van een volledig en ex nunc onderzoek een bindende uitspraak te doen over de vraag of de verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor internationale bescherming. Dit betekent dat de rechtbank de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van het verzoek om internationale bescherming overgelegde relaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst alsmede over de gegrondheid van het verzoek. Geloofwaardigheid van de herkomst 10. Dat eisers uit Angola komen is niet in geschil. De vraag die partijen verdeeld houdt is of eisers aannemelijk hebben gemaakt dat zij uit Cabinda komen. 10.1. Cabinda is een Angolese enclave ten noorden van Angola. De FLEC FAC is een onafhankelijkheidsbeweging in Cabinda die streeft naar onafhankelijkheid van Angola. In het geval van eisers hangt de vraag naar de geloofwaardigheid van de gestelde problemen dus sterk samen met de geloofwaardigheid van hun herkomst. 10.2. Eisers stellen zich – samengevat – op het standpunt dat verweerder ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat zij afkomstig zijn uit [plaats] in Cabinda. Verweerder heeft in dit verband onvoldoende in samenwerking met eisers onderzoek gedaan naar de herkomst. Verweerder heeft in het kader van de HIS-check tijdens de gehoren enkel vragen gesteld over de leefomgeving. Naar culturele gebruiken, taal, kennis van bevolkingsgroepen of recente gebeurtenissen in het gebied is niet gevraagd. 10.3. De rechtbank stelt vast dat verweerder tijdens de gehoren voornamelijk vragen heeft gesteld over de leefomgeving en de onafhankelijkheidsstrijd. Zoals blijkt uit de Werkinstructie die verweerder hanteert, is de HIS-check een instrument dat verweerder kan inzetten in het herkomstonderzoek. Uit de werkinstructie volgt dat niet alleen vragen worden gesteld over de geografie van het gebied, maar dat ook de bovenstaande aspecten kunnen worden betrokken. Verweerder heeft niet enkel geografische vragen gesteld maar heeft ook tijdens beide gehoren vragen gesteld over de onafhankelijkheidsstrijd in Cabinda. Nu deze zo nauw verbonden zijn met de gestelde herkomst heeft verweerder voldoende in samenwerking met eisers onderzoek gedaan naar de gestelde herkomst. 10.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers onvoldoende samenhangend en aannemelijk hebben verklaard over dat zij afkomstig zijn uit Cabinda. Beide eisers hebben een zeer beperkte kennis van Cabinda en de onafhankelijkheidsstrijd waarvan zij hebben gesteld onderdeel te zijn. Dit blijkt bij eiser 1 wanneer de hoormedewerker vragen stelt over de onafhankelijkheidsstrijd in Cabinda, zoals over het historische verloop, het speciale karakter van Cabinda ten opzichte van Angola, maar ook over de FLEC FAC. Eiser 1 geeft meermaals aan dit niet te weten en verwijst dan naar zijn vader. De rechtbank is van oordeel dat van iemand die stelt voor de FLEC FAC jongeren te hebben gemobiliseerd en is opgegroeid in Cabinda, meer gedetailleerde verklaring had mogen worden verwacht. Ook eiser 2 heeft verklaard actief te zijn geweest voor de FLEC FAC , maar kan vervolgens weinig verklaren over de onafhankelijkheidsbeweging, over waarom onafhankelijkheid het doel is of waarom eiser zelf is aangesloten bij de partij. Eisers hebben verder ook niet kunnen verklaren over de school waar zij heen zijn geweest, waar zij hebben gewoond en hoe hun leefomgeving eruitzag. Ook tijdens de zitting hebben eiser desgevraagd niet nader kunnen verklaren over Cabinda en de onafhankelijkheidsstrijd. De beroepsgrond slaagt niet. Referentiekader 11. Eisers voeren aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de psychische kwetsbaarheid van eisers. Hierbij wordt verwezen naar rechtspraak van de Afdeling waaruit blijkt dat verweerder de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling kenbaar mee moet wegen. In het verweerschrift wordt ten onrechte overwogen door verweerder dat het aan eiser is om ‘te laten blijken’ dat ‘eiser niet in staat was wegens psychische problemen coherent, consistent en gedetailleerd te verklaren.’ Daarmee gaat verweerder echter voorbij aan de plicht om de medische documenten, en in het bijzonder de PTSS-diagnose, te betrekken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Daar komt bij dat de stelling dat eiser niet heeft aangetoond dat de psychische klachten zijn vermogen om te verklaren kunnen beïnvloeden onjuist is. Uit het Medifirst advies blijkt namelijk dat de traumatische gebeurtenissen een vertraagd vermogen om de vraagstelling te begrijpen meebrengen. 11.1. De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat verweerder in alle individuele asielzaken een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht, waarbij hij rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van een vreemdeling. Dit volgt zowel uit vaste rechtspraak van de Afdeling als uit het eigen beleid van verweerder, waarin staat dat verweerder kenbaar rekening moet houden met het referentiekader tijdens het gehoor en de geloofwaardigheidsbeoordeling. 11.2. Uit de medische stukken die eiser 1 heeft overgelegd komt het volgende beeld naar voren. Uit de verklaring van de huisarts van eiser 1 blijkt dat hij onder behandeling staat voor zijn psychische klachten. Eiser heeft meerdere gesprekken gehad met de praktijkondersteuner GGZ. Die bestaan uit somberheid, piekeren, slaapproblemen en nachtmerries en herbelevingen aan gebeurtenissen in het verleden. Uit het Medifirst advies volgt dat eiser 1 heeft aangegeven dat hij last heeft van psychische problemen en vergeetachtigheid. Het advies dat Medifirst daaraan verbindt, ziet erop dat aan eiser gerichte vragen worden gesteld, en waar nodig de vragen te herhalen of te verduidelijken. 11.3. Uit de stukken die eiser 2 heeft overgelegd volgt dat ook hij zich heeft gemeld bij de huisarts vanwege psychische klachten van slapeloosheid, nachtmerries, angst en piekeren. Uit het BMA -advies van 19 december 2023 volgt ook dat er bij eiser 2 sprake is van depressieve klachten en PTSS-gerelateerde klachten in de vorm van somberheid, concentratieproblemen, slaapproblemen, nachtmerries en herbelevingen. Ook eiser 2 heeft hiervoor gesprekken gehad met een praktijkondersteuner GGZ. 11.4. Op de zitting is naar voren gekomen dat eisers geen behandeling meer hebben gehad na de gesprekken met de praktijkondersteuners. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden waarom eisers niet in staat zouden zijn te verklaren over hun directe leefomgeving of de school waar zij naartoe zijn geweest. Ook op de zitting blijft het antwoord van eisers daarover onduidelijk. Eisers kunnen nog steeds de naam van hun school niet noemen en hoewel de schoolgang wordt bevestigd stellen eisers ter zitting dat het om bijles ging bij een vriend thuis en zou de tolk hen verkeerd hebben begrepen. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege hun psychische problematiek niet goed hebben kunnen verklaren op basale vragen over hun school en leefomgeving. De verklaring van eisers voor hun gebrek aan kennis over de onafhankelijkheidsbeweging zou niet zozeer zijn gelegen in hun psychische problemen maar in het feit dat eiser 2 zich weliswaar leider van een manifestatie noemt maar eisers zouden geen frontmannen zijn geweest. De rechtbank acht ook deze verklaring niet aannemelijk. De beroepsgrond slaagt niet. Tussenconclusie 12. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank acht de verklaringen over de herkomst ongeloofwaardig. Politieke overtuiging 13. De conclusie van verweerder dat geen sprake is van een politieke overtuiging is volgens eisers strijdig met het arrest van het Hof en met het eigen beleid van verweerder. Uit dit arrest volgt dat niet langer mag worden vereist dat de politieke overtuiging fundamenteel zijn of een wezenlijk onderdeel uitmaken van de identiteit. Eisers hebben wel degelijk blijk gegeven van een politieke overtuiging. 13.1. Zoals volgt uit het door eisers aangehaalde arrest van het Hof moet de term politieke overtuiging ruim worden opgevat. Een opvatting, gedachte of mening over een actor van vervolging van een verzoeker die nog niet negatief in de belangstelling heeft gestaan van de autoriteiten in zijn of haar land van herkomst, kan onder dit begrip vallen, indien deze verzoeker verklaart die opvatting, gedachte of mening te hebben of te uiten. 13.2. Hoewel hetgeen eisers hebben geuit over Cabinda op zichzelf binnen de ruime definitie van een politieke opvatting kan vallen, is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat eisers deze politieke opvatting zelf ook daadwerkelijk hebben. In het specifieke geval van eisers is de politieke overtuiging die eisers stellen te hebben sterk gekoppeld aan hun herkomst. Nu eisers zowel over de onafhankelijkheidsstrijd in Cabinda als over hun eigen leefomgeving in Cabinda zo summier hebben verklaard, is het niet aannemelijk geworden dat zij uit Cabinda komen en daarmee evenmin dat zij de politieke overtuiging hebben dat Cabinda onafhankelijk moet worden van Angola. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 14. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en de afwijzing van de asielaanvragen in stand blijft. 15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Het Front voor de Bevrijding van Cabinda, een gewapende afscheidingsbeweging die strijdt voor de onafhankelijkheid van Cabinda. Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola, de regerende communistische politieke partij in Angola. Op grond van artikel 31, zesde lid, onder b en onder c, van de Vw (Vreemdelingenwet 2000). De wetsartikelen die in deze uitspraak genoemd worden, zijn de oude wetsartikelen zoals die golden voor het Asiel- en Migratiepact. Op grond van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder c, Vw. Het Hof van Justitie van de Europese Unie. Arrest Quotal, C-198/25, ECLI:EU:C:2026:447 en arrest Ebilum, C-440/25, ECLI:EU:C:2026:448. Herkomst Informatie Systeem check, een onderzoek naar de verklaring van een vreemdeling dat hij een bepaalde nationaliteit bezit of afkomstig is uit een bepaald gebied of land van gebruikelijke verblijfplaats. Zie Werkinstructie 2026/10 Herkomstonderzoek in asielzaken. Nader gehoor eiser 1, p. 16-18. Nader gehoor eiser 2. Nader gehoor eiser 1, p. 7-8, nader gehoor eiser 2, p. 8-10 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1012. Zie bijvoorbeeld Werkinstructie 2026/10, p. 7. Verklaring huisarts GZA, 15 september 2025. Verklaring huisarts GZA, 7 augustus 2025 Bureau Medische Advisering Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023, (S. en A. tegen Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie), ECLI:EU:C:2023:688

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...