ECLI:NL:RBDHA:2026:29850
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-10-09
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Afwijzing asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de gestelde problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub terecht niet geloofwaardig geacht. Eiser loopt ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37793 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de gestelde problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub terecht niet geloofwaardig geacht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, L. Sharif-Hashem als tolk en de gemachtigde van de minister. 2.3. Met toepassing van artikel 8:64 van de Awb heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst om de minister in de gelegenheid te stellen om een document (een recente kaart van controle gebieden in Somalië) aan het dossier toe te voegen. 2.4. De minister heeft op 11 september 2026 het document aan het dossier toegevoegd. Eiser heeft op 17 september 2026 schriftelijk gereageerd. 2.5. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om binnen een week om een nadere zitting te vragen, maar partijen hebben niet op dat bericht gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit [plaats] en is in 2008 begonnen met een videoclub waar jongeren voetbalwedstrijden, films, en – vanaf 2023 – in het weekend seksvideo's konden kijken. Eiser is in mei 2023 bedreigd door Al-Shabaab. Hij werd een aantal keren anoniem gebeld en daarna ontving hij drie berichten van [naam 1] , de neef van eisers partner en een leider van Al-Shabaab. Daarna werd eiser gebeld met een gewoon telefoonnummer waarbij hij van [naam 1] te horen kreeg dat hij met de videoclub de westerse cultuur promoot en jongeren laat kijken naar seksfilms en in die ruimte gemeenschap laat hebben. Eiser is door [naam 1] met de dood bedreigd. Op 25 mei 2023 is eiser in de avond thuis aangevallen door drie mannen van Al-Shabaab. Eiser werd door de mannen geslagen en gestoken. Ook eisers partner werd mishandeld. Daarna kwamen ook [naam 1] en een vijfde man. Eiser werd gedwongen om naar buiten te komen. Buiten is eiser weggerend terwijl er op hem werd geschoten. Eiser werd geraakt door een kogel en door scherven. Eiser heeft lang gerend en om hulp gevraagd van een man op een motor. De man heeft eiser naar een apotheker gebracht waar hij is behandeld. Eiser mocht onderduiken bij de man op de motor. De volgende dag, 27 mei 2023, is eiser met de hulp van twee mannen naar de luchthaven van [plaats] gelopen en is hij met de hulp van een reisagent naar Mogadishu gevlogen. Via de reisagent heeft eiser het land legaal verlaten op 6 juni 2023. Eiser heeft achteraf van zijn buren gehoord dat zijn zoon bij het incident is gestoken en dat zijn vrouw een brandwond heeft opgelopen. Hij heeft van de buren vernomen dat een handgranaat is gegooid naar de videoclub waarbij zijn broer is omgekomen en dat het theehuis van zijn partner in brand is gestoken. Ook heeft hij vernomen dat zijn dochter [naam 2] door de schoten op 25 mei 2023 is omgekomen en dat Al-Shabaab een paar dagen later is teruggekeerd en heeft gedreigd om twee van zijn zonen te rekruteren. Het gezin is daarna gevlucht maar eiser weet niet waar naartoe. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub. De minister acht de verklaringen over de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister acht de problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten. Daar komt bij dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister voldoet eiser daarmee niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw. Verder heeft eiser volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging aannemelijk gemaakt. Dat eiser uit Somalië komt is niet voldoende. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer heeft te vrezen voor Al-Shabaab nu de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. Eiser heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer heeft te vrezen omdat hij tot een minderheidsstam behoort (de Rahanweyn-stam). Eiser loopt volgens de minister bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade. Dat hij uit Somalië komt is niet voldoende. In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 3 van het EVRM en artikel 15c van de Procedurerichtlijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer heeft te vrezen voor Al-Shabaab nu de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig zijn. Eiser is afkomstig uit [plaats], Bay regio, South West State. Dit gebied staat niet onder controle van Al-Shabaab. Eiser kan terugkeren naar [plaats] via de luchthaven van [plaats]. De geloofwaardigheid van de problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub 5. Eiser voert aan dat hij wel degelijk concreet heeft verklaard waardoor de problemen met Al-Shabaab zijn ontstaan. Hij heeft verklaard dat de jeugd in het dorp vroeg om het tonen van seksvideo's. Het is niet vreemd dat Al-Shabaab niet direct in 2008 heeft opgetreden. Het tonen van seksvideo's was de druppel die de emmer deed overlopen zoals ook blijkt uit het citaat van het telefoongesprek. Daaruit blijkt ook dat de redenen waardoor eiser onder de aandacht stond breder waren, zoals ook het promoten van de westerse cultuur. Eiser voert verder aan dat het algemeen geldende verbod op het kijken naar televisie enkel een papieren werkelijkheid was. Hij heeft niet gehandeld in strijd met de door hem gestelde vrees nu hij in de videoclub de ramen en deuren sloot en het volume omlaag bracht. Eiser was op de hoogte van het verbod maar heeft het risico genomen. Dat geldt ook voor het toelaten van onbekenden. Eiser heeft na de telefonische bedreiging begrijpelijk gereageerd. Eiser dacht dat de intimidaties en bedreigingen zouden stoppen. Ten aanzien van de vlucht naar het vliegveld heeft eiser zijn verklaring gecorrigeerd met de verklaring dat hij slechts was geraakt door een kogel, zonder ernstig letsel. Daarmee zijn de verklaringen over de reis naar het vliegveld niet ongerijmd. Het is verder niet vreemd dat de persoon bij wie eiser heeft kunnen onderduiken geen vragen stelde gelet op de situatie in Somalië en de heersende terreur vanuit Al-Shabaab. Eiser heeft consequent verklaard over de mishandeling van zijn partner en zoon. Daar komt bij dat eiser op dat moment zelf ook werd mishandeld en niet alles in detail heeft kunnen waarnemen. Het ging bovendien om een traumatische gebeurtenis hetgeen ook effect heeft gehad op eisers waarneming. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn verklaringen foto's overgelegd van de verwondingen van zijn partner en zoon. De minister kan niet tegenwerpen dat eiser meer in detail moet kunnen verklaren over het overlijden van zijn broer en dochter nu hij deze traumatische gebeurtenis enkel telefonisch heeft vernomen via zijn buren. 6. De rechtbank is van oordeel dat de minister de verklaringen van eiser terecht niet geloofwaardig heeft bevonden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 6.1. De minister heeft terecht tegengeworpen dat het ongerijmd is dat de problemen pas in 2023 zijn ontstaan terwijl eiser reeds in 2008, in weerwil van de opvattingen van Al-Shabaab, is begonnen met de videoclub. Dat Al-Shabaab pas na 15 jaar zou hebben opgetreden, heeft de minister vreemd kunnen vinden nu eiser ook heeft verklaard dat Al-Shabaab in de periode van 2006 tot 2012 volledig aan de macht was in [plaats]. Eiser heeft bij het nader gehoor concreet verklaard waarom Al-Shabaab hem heeft bedreigd toen hij door [naam 1] werd gebeld: “(…)Ze zeiden; we hebben je meerdere malen gebeld en meerdere berichten gestuurd. Je reageert niet en je moet een ding weten, jij bent de vader van alle slechte dingen die tegen de islam is. Jij promoot de cultuur van het westen. Je laat mensen films zien die niet toegestaan zijn, onder andere seksfilms. Je haalt jongeren, zowel jongens en meisjes, in een ruimte die ook met elkaar gemeenschap hebben in die ruimtes. Jij bent een heel slecht voorbeeld voor de maatschappij. Je verdient alleen maar de dood. Je bent met de dood veroordeelt, vanaf nu kan je verwachten dat je op elk moment vermoord zal worden door ons. (…)” Uit deze verklaring van eiser blijkt dat het tonen van seksfilms een onderdeel was – maar niet de directe aanleiding om hem te bedreigen. Met de stelling dat de problemen pas in 2023 zijn ontstaan omdat eiser toen is begonnen met het tonen van seksvideo’s, maakt hij dus niet duidelijk waarom Al-Shabaab pas na 15 jaar tegen eiser heeft opgetreden terwijl hij al die tijd in weerwil van de opvattingen van Al-Shabaab heeft gehandeld. Eiser heeft ook met zijn verklaringen bij de zitting in beroep geen duidelijkheid kunnen verschaffen. Eiser heeft ter zitting verklaard dat [naam 1] eerst in een ander gebied verbleef en rond maart/april/mei 2023 naar [plaats] is gekomen. Volgens eiser kreeg [naam 1] daarbij de opdracht om op te treden tegen eiser. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring de ongeloofwaardigheid van eisers verklaringen op dit punt niet wegneemt. Eiser heeft niet eerder verklaard dat [naam 1] in 2023 naar [plaats] is gekomen en de problemen daarom in 2023 zijn ontstaan. De rechtbank ziet niet in waarom eiser dit niet eerder naar voren zou hebben gebracht nu hij op dit punt bij het gehoor duidelijk is bevraagd en dit hem in de besluitvorming reeds is tegengeworpen. 6.2. De minister heeft verder terecht ongerijmd gevonden hoe de videoclub door Al-Shabaab is ontdekt. Eiser heeft verklaard dat hij in een kleine buurt woonde en alles wat in de wijk gebeurde, hoorde. Dat strookt niet met de verklaring dat eiser niet weet hoe Al-Shabaab op de hoogte is geraakt van zijn activiteiten. In dat kader heeft minister ook kunnen tegenwerpen dat eiser niet meer maatregelen heeft getroffen om de club geheim te houden. Dat het verbod op het kijken van televisie in de praktijk niet altijd door Al-Shabaab werd gehandhaafd, betekent nog niet dat eiser daardoor geen risico liep. Het enkel sluiten van de ramen en deuren en het verlagen van het volume acht de rechtbank minimaal nu eiser ook heeft verklaard dat hij, ondanks dat hij in een kleine wijk woonde, voor hem onbekende bezoekers toeliet terwijl hij wist van de dreiging van Al-Shabaab en dat zij gebruik maken van informanten. 6.3. De rechtbank is verder van oordeel dat het uitblijven van een directie vluchtreactie na de telefonische bedreiging van Al-Shabaab niet strookt met de gestelde ernst van de situatie. Eiser was bekend met de handelswijze van Al-Shabaab waardoor het niet logisch is eiser dacht dat de bedreigingen vanzelf zouden ophouden. Bovendien is de verklaring dat eiser dacht dat de bedreigingen vanzelf zouden ophouden tegenstrijdig met eisers verklaring ter zitting dat [naam 1] in 2023 in de buurt is komen wonen met de opdracht om eiser aan te pakken. Eisers stelling dat hij het risico heeft genomen omdat de inkomsten vanuit de videoclub zijn enige inkomsten zijn, volgt de rechtbank evenmin. Eiser heeft immers ook verklaard dat hij inkomsten had vanuit het theehuis van zijn partner. De minister heeft dan ook terecht tegengeworpen dat eiser vaag en tegenstrijdig heeft verklaard over de bedreigingen. 6.4. Ook eisers verklaringen over het onderduiken zijn terecht vaag bevonden. De rechtbank acht het vreemd dat de man op de motor eiser niet heeft gevraagd naar de oorzaak van zijn ernstige verwondingen en de noodzaak om onder te duiken. Dat, zoals eiser stelt, dit niet in de reden zou liggen vanwege de onveilige situatie en terreur vanuit A-Shabaab volgt de rechtbank niet. Juist die onveilige situatie en het risico op consequenties bij het bieden van hulp, maakt het niet aannemelijk dat de man eiser niet heeft bevraagd naar de oorzaken van zijn problemen. Eiser heeft op dit punt geen logische verklaring kunnen geven hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn relaas. 6.5. De minister heeft verder terecht tegengeworpen dat eiser vaag en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn vlucht na de aanval op zijn huis. Over de verwondingen die eiser bij het incident heeft opgelopen heeft eiser bij het gehoor door de vreemdelingenpolitie als volgt verklaard: “(…) Ik wil graag de littekens op mijn lichaam laten zien. Ik heb een oude steekverwonding op mijn linker bovenarm. Al Shabab had een mes gebruikt. Ik heb ook een schotverwonding aan mijn linker onderbeen. Deze verwondingen had ik vorig jaar mei opgelopen. (…)” En in het nader gehoor heeft hij als volgt verklaard: “(…) Ze hadden wapens bij zich, onder andere pistolen, ijzeren stokken en messen. Ze hebben mij meteen gepakt en ze begonnen mij te mishandelen. Ik werd geslagen met de stokken, waardoor mijn ringvinger van mijn linkerhand was gebroken. (…) Ze begonnen mij ook te steken met messen. (…) Ze hebben mij al een paar keer neergestoken met een mes. Toen ik [naam 1] voorbijliep rende ik snel naar buiten. [naam 1] rende achter mij aan en daarna werd vuur geopend. Ik ging via de buren over een klein hekje springen. Ik was geraakt aan mijn linker onderbeen door een kogel en de rest van mijn bovenbeen had ik scherven, omdat er telkens op mij geschoten werd. (…)” De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat geen sprake was van ernstige verwondingen en dat hij enkel heeft verklaard dat hij werd ‘geraakt’ door een kogel en dus geen sprake was van ernstig letsel. Los van de omschrijving of sprake was van een schotwond of dat eiser werd ‘geraakt’ door een kogel, blijkt uit eisers verklaringen dat sprake was van ernstige verwondingen. De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat eiser met deze verwondingen heeft weten te ontkomen aan vijf personen van Al-Shabaab en een dag later heeft kunnen lopen naar het vliegveld. Ook eisers verklaring ter zitting – dat hij gewond was en dat er veel bloed was maar dat geen bot of geen grote ader is geraakt en hij daarom kon lopen – overtuigt niet en strookt niet met eisers verklaringen uit het nader gehoor. 6.6. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister terecht tegenwerpt dat eiser vaag en tegenstrijdig heeft verklaard over de mishandeling van zijn vrouw en zoon door eerst te verklaren dat hij dit van de buren heeft gehoord en daarna te verklaren dat hij dit met eigen ogen heeft gezien. Verder heeft eiser vaag verklaard over de gebeurtenissen rondom en na de aanval die hij enkel van derden heeft gehoord en die eiser niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft enkel telefonisch van de buren vernomen dat zijn dochter is overleden bij het incident, dat Al-Shabaab naar zijn woning is gekomen en zijn partner en zoons heeft bedreigd en dat zijn broer is overleden bij de aanval op de videoclub. De minister acht het terecht vreemd dat eiser niet om meer details van deze impactvolle gebeurtenissen heeft gevraagd. Ook de overgelegde foto’s kunnen eisers verklaringen niet onderbouwen. De rechtbank is met de minister van oordeel dat uit de foto’s niet kan worden afgeleid wie zijn afgebeeld en waaruit de littekens op de foto’s zijn ontstaan. 7. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de problemen met Al-Shabaab als gevolg van het runnen van een videoclub niet geloofwaardig zijn. De beroepsgronden slagen niet. Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade? 8. Eiser voert aan dat hij zijn vrees bij terugkeer voor Al-Shabaab voldoende heeft onderbouwd. Daar komt bij dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade nu Al-Shabaab in het recente verleden wel degelijk aanslagen heeft gepleegd in de "attack zone", het gebied rondom [plaats] in de South West State. Zo voerde Al-Shabaab in maart 2025 een aanval uit op een militaire basis in het district [plaats] (Bay-regio), zoals blijkt uit algemene informatie over het Shabelle Offensief. Er vinden actieve militaire confrontaties plaats in de directe omgeving van [plaats]. Volgens eiser is [plaats] enkel te bereiken over land door gebieden die door Al-Shabaab worden gecontroleerd. 9. De rechtbank is van oordeel dat uit het Algemeen Ambtsbericht van april 2025 en de meest recente kaart van PolGeoNow van 15 april 2026 volgt dat [plaats] een zwart bolletje heeft en is gelegen in geel gebied, wat volgens de legenda betekent dat [plaats] in handen is van Somalische federale overheid en het gebied er omheen onder gemengde, onduidelijke of lokale controle staat. De rechtbank heeft ook geen (andere) aanwijzingen dat [plaats] onder de macht of controle staat van Al-Shabaab. Eisers verwijzing naar informatie over het Shabelle Offensief slaagt niet nu deze informatie ziet op een ander gebied. Verder overweegt de rechtbank dat [plaats] over een luchthaven beschikt en eiser kan vliegen van Mogadisu naar [plaats] zoals hij ook – omgekeerd – bij zijn uitreis heeft gedaan. Eiser hoeft daarom niet door gebied te reizen dat onder de controle staat van Al-Shabaab. Dat dit in eisers geval toch zou moeten, heeft hij niet onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister niet ten onechte heeft geconcludeerd dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Conclusie en gevolgen 10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht-Kampman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L.M. Celie, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Vreemdelingenwet 2000. Algemene wet bestuursrecht. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zoals weergegeven op pagina 5 van het nader gehoor. Nader gehoor, pagina 5. Proces-verbaal van verhoor, pagina 2 Nader gehoor, pagina 6.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...