ECLI:NL:RBDHA:2026:29849
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-09-07
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Opvolgende asielaanvraag Sierra Leone - biseksuele gerichtheid niet aannemelijk gemaakt - beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.51943, NL26.17571 en NL26.17572 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. R.I. Schreinemachers). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. 1.1. Eiser heeft op 30 augustus 2021 een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 8 februari 2023 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Op 25 maart 2024 heeft de rechtbank het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. 1.2. Op 24 maart 2025 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Op 23 oktober 2025 heeft eiser een beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn asielaanvraag (zaaknummer NL25.51943). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 maart 2026 eisers aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (zaaknummer NL26.17571) en een voorlopige voorziening gevraagd (zaaknummer NL26.17572). 1.3. De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 6 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P. Oronsaie als tolk, en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1982 en heeft de Sierra Leoonse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij biseksueel is. Het bestreden besluit 3. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder vindt het niet geloofwaardig dat eiser biseksueel is. Eiser heeft in zijn eerste asielaanvraag ook aangevoerd dat hij biseksueel is en hierdoor problemen heeft ondervonden in Sierra Leone en verweerder heeft dit toen ongeloofwaardig bevonden. Eisers eerste asielaanvraag is daarom afgewezen en dit besluit staat in rechte vast. Bij de beoordeling van de huidige aanvraag heeft verweerder daarom gekeken hoe eisers verklaringen zich verhouden tot de eerdere aanvraag. Dat eiser nu contacten heeft met LHBTI-organisaties en de LHBTI-gemeenschap, maakt zijn verklaringen over zijn seksuele gerichtheid niet alsnog aannemelijk. In zijn vorige procedure had eiser ook al contact met de LHBTI-organisatie COC Leiden en het is in die zin niet nieuw dat eiser actief is binnen de LHBTI-gemeenschap. Ook heeft eiser met zijn verklaringen niet aannemelijk gemaakt hoe hij de activiteiten bij COC persoonlijk beleeft en wat het voor hem betekent om hierheen te gaan. Eiser heeft ook oppervlakkig en summier verklaard over de activiteiten bij COC Leiden. In plaats van dat eiser met zijn verklaringen inzicht geeft in zijn gevoelens, gedachten en persoonlijke beleving, verklaart hij over feitelijke seksuele handelingen. Verder heeft eiser oppervlakkig verklaard over de relatie met zijn ex-partner [naam] . De overgelegde documenten maken eisers gestelde biseksuele gerichtheid niet alsnog aannemelijk. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser heeft sinds zijn vorige asielprocedure wel degelijk een bepaalde verandering doorgemaakt. Eiser is bij veel LHBTI-organisaties geweest en heeft daar nieuwe mensen ontmoet. Het gaat hierdoor ook beter met hem, hij heeft rust in Nederland en hij kent de regels in Nederland. Eiser heeft daarnaast een beroep gedaan op het rapport ‘Trots of Schaamte? Het vervolg’ en verweerder werpt ten onrechte tegen dat dit rapport algemeen van aard is. Er is naar het rapport verwezen omdat daarin geconcludeerd wordt dat personen hun seksuele gerichtheid vaak alleen kunnen uitdrukken door te spreken over seksuele handelingen, en dit geldt wellicht ook voor eiser. Dat tijdens het gehoor is aangegeven dat het belangrijk is om over gevoelens te spreken, betekent niet dat eiser daartoe in staat moet worden geacht. Verweerder heeft daarnaast ook onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Anders dan verweerder stelt, is het wel vereist om het referentiekader expliciet te vermelden in de besluitvorming. Aan eiser had ten minste het voordeel van de twijfel gegeven moeten worden als gevolg waarvan de overgelegde documenten en foto’s wel degelijk in positieve zin hadden moeten worden meegewogen. Wat is het oordeel van de rechtbank? Beroep niet tijdig beslissen 5. Omdat eiser eerst een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ingesteld, en op dit beroep nog geen uitspraak is gedaan, zal de rechtbank hier eerst op ingaan. 5.1. Eiser heeft verweerder met de brief van 7 oktober 2025 in gebreke gesteld. Uit het bestreden besluit blijkt dat tussen partijen niet in geschil is dat op dat moment de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling gelet daarop geldig was. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiser op 23 oktober 2025 beroep heeft ingesteld. Op 25 maart 2026 heeft verweerder alsnog op eisers aanvraag beslist. Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag komen te vervallen. Het beroep met zaaknummer NL25.51943 is daarom, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en pas na deze overschrijding een besluit op eisers asielaanvraag is genomen, ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen. 5.2. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Eiser kan zich niet verenigen met het genomen besluit. Verweerder is dan ook niet volledig aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Eisers beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, met zaaknummer NL25.51943, is daarom van rechtswege ook gericht tegen het bestreden besluit. Het beroep dat eiser afzonderlijk heeft ingesteld tegen dit besluit, met zaaknummer NL26.15751, zal de rechtbank daarom niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank gaat hierna in op eisers beroepsgronden tegen het bestreden besluit. Geloofwaardigheid seksuele gerichtheid 6. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser oppervlakkig heeft verklaard. Wel in geschil is of van eiser verwacht mag worden dat hij meer inzicht geeft in zijn gedachten en gevoelens, onder andere gelet op zijn referentiekader. 7. De rechtbank is van oordeel dat eiser zijn biseksuele gerichtheid ook in deze opvolgende asielaanvraag niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank licht dit oordeel hierna toe. 7.1. Dat verweerder het referentiekader van eiser niet expliciet heeft opgenomen in het voornemen en het bestreden besluit, betekent nog niet dat verweerder hier geen rekening mee heeft gehouden. Ten eerste is de biseksuele gerichtheid van eiser al in de vorige asielprocedure ongeloofwaardig bevonden. Deze beoordeling is door de rechtbank getoetst en staat in rechte vast. Verweerder heeft daarom terecht als uitgangspunt genomen hoe de verklaringen van eiser in deze aanvraag zich verhouden tot de eerdere aanvraag. Daarnaast heeft verweerder in het gehoor de vragen meerdere malen met andere bewoordingen aan eiser gesteld, heeft de vragen waar nodig toegelicht met voorbeelden en heeft meerdere keren aan eiser uitgelegd dat het erom gaat dat hij verklaart over zijn gevoelens en gedachten en niet over seksuele handelingen en/of fysieke sensaties. Hoewel verweerder het referentiekader in de besluitvorming meer expliciet had kunnen betrekken, heeft verweerder in het voornemen wel terecht gesteld dat van eiser verwacht mag worden dat hij gedetailleerder kan verklaren over zijn persoonlijke beleving van activiteiten met andere LHBTI’ers in Nederland, omdat eiser al sinds 2021 in Nederland is en al sinds 2022 contact heeft met LHBTI-organisaties. De verwijzing van eiser naar het rapport ‘Trots of Schaamte? Het vervolg’ leidt niet tot een ander oordeel. In dit rapport wordt gesteld dat het goed is dat verweerder niet meer expliciet naar seksuele handelingen vraagt, maar dat dit nog niet wil zeggen dat het bij seksuele gerichtheid louter om diepe gevoelens zou gaan en dat seksuele handelingen niet relevant zijn. Hoewel de rechtbank volgt dat seksuele handelingen relevant kunnen zijn in (het ontdekken van) iemands geaardheid, mag verweerder wel verwachten dat iemand over meer dan enkel seksuele handelingen en fysieke sensaties kan verklaren, zeker naarmate iemand langer in Nederland is en contact heeft met LHBTI-organisaties. 7.2. Tot slot heeft verweerder kunnen concluderen dat de overgelegde documenten de door eiser gestelde biseksuele gerichtheid niet alsnog aannemelijk maken. Verklaringen van derden die zien op feitelijkheden en gedragingen kunnen in het voordeel van een asielzoeker meewegen. De steunbetuiging van de coördinator van Cocktail Leiden bevat geen feitelijke informatie behalve dat eiser in oktober en november 2024 heeft deelgenomen aan meetings van Cocktail Leiden en dat eiser lid is van de WhatsApp-groep. De door eiser overgelegde foto’s onderbouwen dat eiser deelneemt aan LHBTI-activiteiten, maar verweerder heeft terecht overwogen dat hij geen inzicht heeft gegeven in de persoonlijke betekenis van deze activiteiten voor hem. Over het gespreksverslag van de SNDVU heeft verweerder terecht opgemerkt dat een groot deel van de inhoud van deze brief een herhaling betreft van eisers asielrelaas uit zijn eerste asielaanvraag en dat dit ongeloofwaardig is bevonden. Ook heeft eiser in het gesprek met SNDVU verklaard over zijn relatie met [naam] , maar verweerder heeft terecht overwogen dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over deze relatie in het gehoor. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep met zaaknummer NL25.51943 is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep met zaaknummer NL25.51943 is ongegrond voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het besluit in stand blijft. 9. Het beroep met zaaknummer NL26.17571 is niet-ontvankelijk. 10. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 11. Omdat verweerder te laat heeft beslist, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten voor het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 467,-. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep met zaaknummer NL25.51943, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk; verklaart het beroep met zaaknummer NL25.51943, voor zover gericht tegen het bestreden besluit, ongegrond; verklaart het beroep met zaaknummer NL26.17571 niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op de beroepen, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Waar de rechtbank in deze uitspraak verwijst naar de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw) doelt zij op de Vw zoals deze geldt vanaf 12 juni 2026. Als de rechtbank in deze uitspraak verwijst naar een artikel van de Vw met daarachter “(oud)” dan doelt zij op het betreffende artikel uit de Vw zoals dat gold tot 11 juni 2026, direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Europees Migratiepact en de daarbij behorende nationale Uitvoeringswet. Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 25 maart 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1355. S. Jansen, Trots of Schaamte? Het Vervolg. De nieuwe werkinstructies en de beoordeling van LHBTI asielaanvragen in Nederland. COC Nederland 2022. Artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Zie p. 76-77. Zie paragraaf 2.1 van de Werkinstructie 2026/24 Geloofwaardigheidsbeoordeling seksuele gerichtheid, genderidentiteit en/of genderexpressie. Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht. 1 punt voor het indienen van het beroepschrift niet tijdig beslissen met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor ½.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...