ECLI:NL:RBDHA:2026:28746
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-09-18
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Dublin Kroatië, iv Aida rapport update 2024 geen wezenlijk ander beeld, wel kwetsbaarheid Tarakhel, gezin met kinderen, mishandeld als dublinterugkeerder door autoriteiten, zowel moeder als kinderen psychische problemen, bedreiging door ex, onderbouwing Veilig Thuis en AIDA over hertraumatisering voor kwetsbare personen, ook aanwijzing voor C.K., medische stukken overgelegd en doorverwijzing door jeugdarts, specialistische behandeling kinderen en suïcide risico moeder, er had BMA advies gevraagd moeten worden.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.21922 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 1], verzoekster, mede namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] , V-nummer: [V-nummer 2], [minderjarige 2] , V-nummer: [V-nummer 3] en [minderjarige 3] , V-nummer: [V-nummer 4], hierna gezamenlijk: verzoekers, (gemachtigde: mr. J. Oosterhof), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Yousef). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, zaaknummer NL26.21921, op 10 september 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen meneer Woning. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.21921, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoekers een vergoeding krijgen van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; - veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. van Veelen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S. Hitijahubessy - Brussaard, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...