ECLI:NL:RBDHA:2026:27263
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2026-09-17
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Asiel Algerije. Verweerder heeft terecht de identiteit, genderidentiteit en de biseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig heeft geacht. Beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL26.48114 (beroep) en NL26.48115 (voorlopige voorziening) V-nummer: [V nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. B. Snoeij), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.R. Menschaart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, als bedoeld in artikel 28 van de Vw . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven . Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 14 juni 2026 een asielaanvraag ingediend. Hij stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1985. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 14 augustus 2026 deze aanvraag in de versnelde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond . 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Tevens heeft eiser om een voorlopige voorziening verzocht die ertoe strekt dat hij niet wordt uitgezet totdat op zijn beroep is beslist. 2.2. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 14 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser valt zowel op mannen als op vrouwen. Hij heeft problemen ondervonden vanwege zijn seksuele gerichtheid. Daarbij ziet hij zichzelf als vrouw. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. eisers genderidentiteit; 3. eisers biseksuele gerichtheid en de hieruit voortvloeiende problemen. 4.1. Verweerder acht het eerste asielmotief deels geloofwaardig. De nationaliteit en herkomst worden wel geloofwaardig geacht, maar de identiteit niet. Eiser heeft hiertoe namelijk geen documenten overgelegd. Het tweede en derde asielmotief zijn evenmin geloofwaardig geacht. Eiser heeft hierover namelijk onsamenhangende en onaannemelijke verklaringen afgelegd. Daarbij kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd, omdat hij door meerdere lidstaten van de Europese Unie heeft gereisd en daar geen asiel heeft aangevraagd en een drugsdelict heeft begaan in België en daardoor een inreisverbod opgelegd heeft gekregen, waarin een andere geboortemaand staat dan eiser in Nederland heeft opgegeven. Voorts heeft eiser de nationaliteit van een land waarvoor in 20% of minder van de gevallen internationale bescherming wordt verleend. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen en dat een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd. Bespreking van de beroepsgronden 5. Eiser heeft aangevoerd dat hij over zijn wens om vrouw te zijn heeft verklaard wat hij kan verklaren. Dit is ten onrechte onvoldoende geacht om zijn vrees geloofwaardig te achten. Verder bestrijdt hij dat hij onsamenhangend en onaannemelijk heeft verklaard over zijn biseksualiteit. Dit is ten onrechte ongeloofwaardig geacht. In Algerije zijn homoseksualiteit en biseksualiteit verboden en daarvoor kan eiser een straf worden opgelegd. En dat is hetgeen hij vreest. 5.1. De rechtbank merkt eerst op dat de beroepsgronden niet zijn onderbouwd noch dat zij nader zijn geconcretiseerd. De enkele stellingen zijn onvoldoende om de tegenwerpingen van verweerder te betwisten. Door eiser is niet onderbouwd waar dan wel uit zou blijken dat hij samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de identiteit, de genderidentiteit en de biseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft verklaard dat hij over een paspoort, identiteitsbewijs en rijbewijs beschikt in Algerije, maar heeft geen moeite gedaan om deze documenten naar Nederland te halen, zodat hij zijn identiteit kan aantonen. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiser oppervlakkig en summier heeft verklaard waarom hij een vrouw wil worden ondanks herhaaldelijk doorvragen van de gehoormedewerker. Hij heeft daarmee geen inzicht gegeven in zijn persoonlijke beleving of gedachtegang. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat hij een diep verlangen heeft om een vrouw te worden, omdat hij zichzelf al langere tijd vrouw voelt of vanwege een diepgewortelde overtuiging vanbinnen. Eiser blijft hangen in oppervlakkige verklaringen. Zo heeft hij verklaard dat hij vrouw wil worden omdat hij daarmee mannen aantrekt. Eveneens heeft hij oppervlakkig verklaard over zijn proces van realisatie dat hij ook op mannen valt, waardoor hij weinig inzicht geeft hoe het voor hem was om ook op mannen te vallen, terwijl dat niet werd geaccepteerd in zijn land van herkomst en zijn omgeving, ondanks herhaaldelijk doorvragen van de gehoormedewerker. Eiser vervalt in zijn verklaringen hierover in stereotypen en benoemt met name seksuele handelingen in plaats van hoe dit proces voor hem persoonlijk is geweest. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat zijn verklaring dat hij mannen in de Hammam aansprak voor seks niet strookt met zijn angst dat zijn seksuele gerichtheid bekend zou worden. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 6. Verweerder heeft de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep is ongegrond. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt dus afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.48114: - verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.48115: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.E. Krikke, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Vreemdelingenwet 2000. Op grond artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 42, eerste lid, onder j, van Verordening (EU) 2024/1348 (de Procedureverordening). Pagina’s 13, 14 en 20 van het persoonlijk onderhoud. Pagina 20 van het persoonlijk onderhoud. Pagina’s 12, 13, 15 en 16 van het persoonlijk onderhoud.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...