Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:25834

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-09-03
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL26.7332
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
2.498 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

niet ontvankelijk, igs prematuur, dublin spanje, bnt asiel

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.7332 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. P.H. Hillen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder Procesverloop Eiser heeft op 10 februari 2026 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2025. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 2. Eiseres heeft op 26 juli 2025 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser in beginsel eindigen op 26 januari 2026. Gelet op het Dublin voortraject, waardoor Nederland in beginsel per 29 september 2025 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag, is de uiterlijk beslistermijn opgeschort naar 29 maart 2026. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 26 januari 2026 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2026 door mr. A.J. de Danschutter rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...