Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:25380

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-08-26
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL26.26939 en NL26.26940
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
12.219 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel (Verenigde Staten); vrees voor vervolging/ernstige schade vanwege transgenderidentiteit; bescherming door Amerikaanse autoriteiten; ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: NL26.26939 en NL26.26940 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2026 in de zaken tussen [eiseres 1] , v-nummer [x] , eiseres 1 [eiseres 2] , v-nummer [x] , eiseres 2 samen: eisers (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. F.M. Reidinga). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzingen van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzingen van de asielaanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen in stand kunnen blijven. Eisers zijn geen verdragsvluchteling en lopen bij terugkeer naar de Verenigde Staten geen reëel risico op ernstige schade, omdat niet is gebleken dat zij vanwege hun transgenderidentiteit worden gediscrimineerd door de Amerikaanse autoriteiten en zij voor een (eventuele) dreiging vanuit derden niet de bescherming van de Amerikaanse autoriteiten kunnen inroepen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben op 13 oktober 2025 ieder afzonderlijk een asielaanvraag gedaan. De minister heeft deze asielaanvragen met de bestreden besluiten van 6 mei 2026 afgewezen. 2.1. Eisers hebben ieder afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. 2.2. De rechtbank heeft de beroepen op 30 juli 2026 samen op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 3. Op deze beroepen is het recht van toepassing zoals dat gold vóór 12 juni 2026. Voor zover de rechtbank hierna verwijst naar wet- en regelgeving of beleid, gaat het daarom om wet- en regelgeving of beleid van vóór 12 juni 2026. De asielrelazen 4. Eisers hebben de Amerikaanse nationaliteit en zijn geboren op [geboortedag 1] 2005 (eiseres 1) en [geboortedag 2] 2007 (eiseres 2). Eisers hebben beiden aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij in de Verenigde Staten problemen hebben ondervonden omdat zij transgender zijn en vanwege hun politieke overtuiging. Voor eiseres 1 komt daar nog bij dat zij problemen heeft ondervonden vanwege haar Afro-Amerikaanse etniciteit. Voor eiseres 2 komt daar nog bij dat zij vreest te zullen worden opgeroepen voor de militaire dienstplicht. Bij terugkeer naar de Verenigde Staten vrezen eisers voor verdere problemen met (onder andere) hun (groot)ouder(s) en de Amerikaanse autoriteiten, en afkeuring en discriminatie door de Amerikaanse maatschappij. Het bestreden besluit van eiseres 1 5. Het asielrelaas van eiseres 1 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: (1) Identiteit, nationaliteit en herkomst; (2) Transgenderidentiteit en de problemen daardoor; (3) Politieke overtuiging en de problemen daardoor; (4) Problemen vanwege etniciteit. 5.1. De minister stelt zich hierover op het volgende standpunt. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres 1 geloofwaardig. Van de andere drie asielmotieven heeft de minister de geloofwaardigheid in het midden gelaten. De minister heeft vervolgens alle vier de asielmotieven doorgetoetst en beoordeeld of eiseres 1 op grond hiervan verdragsvluchteling is of bij terugkeer naar de Verenigde Staten een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister vindt het in dit verband niet aannemelijk dat eiseres 1 door de Amerikaanse autoriteiten wordt gediscrimineerd (in vluchtelingenrechtelijke zin) vanwege haar transgenderidentiteit of vanwege haar politieke overtuiging voor problemen te vrezen heeft. De minister vindt de vrees van eiseres 1 voor problemen met derden (zoals familie en vrienden) vanwege haar transgenderidentiteit en etniciteit wél aannemelijk en zwaarwegend. Zij kan voor deze problemen echter de bescherming van de Amerikaanse autoriteiten inroepen, zodat zij geen behoefte heeft aan internationale bescherming in Nederland. Daarom heeft de minister de asielaanvraag van eiseres 1 afgewezen. Het bestreden besluit van eiseres 2 6. Het asielrelaas van eiseres 2 bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: (1) Identiteit, nationaliteit en herkomst; (2) Transgenderidentiteit en de problemen daardoor; (3) Politieke overtuiging en de problemen daardoor; (4) Vrees voor militaire dienstplicht. 6.1. De minister stelt zich hierover op het volgende standpunt. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres 2 geloofwaardig. Verder kan de vrees voor de militaire dienstplicht niet op geloofwaardigheid worden beoordeeld, omdat dit een (eventuele) toekomstige situatie betreft. Van de andere twee asielmotieven heeft de minister de geloofwaardigheid in het midden gelaten. De minister heeft vervolgens de eerste drie asielmotieven doorgetoetst en beoordeeld of eiseres 2 op grond hiervan verdragsvluchteling is of bij terugkeer naar de Verenigde Staten een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister vindt het in dit verband niet aannemelijk dat eiseres 2 door de Amerikaanse autoriteiten wordt gediscrimineerd (in vluchtelingenrechtelijke zin) of vanwege haar politieke overtuiging problemen krijgt met de Amerikaanse autoriteiten. De minister vindt het ook niet aannemelijk dat eiseres 2 wordt opgeroepen voor het vervullen van de militaire dienstplicht. De minister vindt de vrees van eiseres 2 voor problemen met derden (zoals familie en vrienden) vanwege haar transgenderidentiteit en politieke overtuiging wél aannemelijk en zwaarwegend. Zij kan voor deze problemen echter de bescherming van de Amerikaanse autoriteiten inroepen, zodat zij geen behoefte heeft aan internationale bescherming in Nederland. Daarom heeft de minister de asielaanvraag van eiseres 2 afgewezen. Zijn eisers verdragsvluchteling of lopen zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade vanwege hun transgenderidentiteit? 7. Eisers betogen dat zij verdragsvluchteling zijn of bij terugkeer naar de Verenigde Staten een reëel risico op ernstige schade lopen vanwege hun transgenderidentiteit. Zij voeren in dit verband aan dat zij door de Amerikaanse autoriteiten worden gediscrimineerd en dat zij tegen de dreiging vanuit derden (zoals hun familie) niet de bescherming van de Amerikaanse autoriteiten kunnen inroepen. 7.1. De rechtbank stelt bij de beoordeling van deze beroepsgrond voorop dat eisers in hun beroepsgronden – die acht pagina’s beslaan – voornamelijk in algemene zin uiteen hebben gezet wanneer sprake is van een discriminatoire vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, waarbij zij ook zijn ingegaan op de uitwerking van dit verdrag in de Kwalificatierichtlijn en het Nederlandse beleid. Maar eisers reageren daarmee niet op het bestreden besluit. De rechtbank bespreekt dit daarom niet en gaat hierna alleen in op de beroepsgronden voor zover deze (schriftelijk of op de zitting) zijn gericht tegen het bestreden besluit. Discriminatie door de Amerikaanse autoriteiten 8. Eisers betogen dat zij door de Amerikaanse autoriteiten worden gediscrimineerd. De minister verleent een verblijfsvergunning aan lhbti’ers als de autoriteiten van het land van herkomst maatregelen uitvoeren die discriminerend zijn of op een discriminerende wijze worden uitgevoerd. Deze maatregelen hoeven niet per definitie ingrijpend te zijn, maar kunnen al aanleiding geven voor een redelijke vrees voor vervolging als deze leiden tot een gevoel van ongerustheid en onveiligheid. Daarvan is in het geval van eisers sprake. Eisers voelden zich in de Verenigde Staten onheus bejegend en dachten dat hun bestaansrecht in gevaar kwam. Dat wordt ook onderbouwd met de nieuwsberichten en rapporten die eisers bij de zienswijze hebben overgelegd, en waaruit volgt dat de regering-Trump probeert om transpersonen hun rechten te ontnemen. Deze informatie is weliswaar algemeen, maar van toepassing op een zodanig grote groep personen dat zij ook van toepassing op eisers kan worden geacht. Daarnaast hadden eisers geen toegang tot medische zorg. 8.1. Dit betoog slaagt niet. Het is op zich juist dat de minister een verblijfsvergunning aan transpersonen verleent als de autoriteiten in het land van herkomst maatregelen uitvoeren die discriminerend zijn of discriminerend worden uitgevoerd. Daarvoor is echter wel vereist dat deze discriminatie zo ernstig is dat de betrokken vreemdeling onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat daarvan in het geval van eisers niet is gebleken. Dat de situatie voor transgenderpersonen in de Verenigde Staten in de afgelopen jaren is verslechterd, is niet in geschil. Maar de minister wijst er terecht op dat het in de Verenigde Staten nog altijd niet verboden is om transgender te zijn, dat eisers naar school konden gaan en dat zij konden werken. Daarnaast volgt uit de verklaringen van eisers weliswaar dat zij geen gebruik konden maken van medische zorg, maar de minister wijst er terecht op dat dit was te wijten aan de hoge prijs van deze zorg en (dus) niet aan hun transgenderidentiteit. Eisers hebben verder niet geconcretiseerd dat dit nu anders ligt en dat de Amerikaanse autoriteiten inmiddels maatregelen hebben getroffen die maken dat transgenderpersonen niet (langer) op maatschappelijk en sociaal gebied kunnen functioneren. Bescherming door de Amerikaanse autoriteiten tegen de dreiging vanuit derden 9. Eisers betogen verder dat zij niet de bescherming van de Amerikaanse autoriteiten kunnen inroepen tegen de dreiging vanuit derden, zoals hun conservatieve families. Zij verwijzen in dit verband (opnieuw) naar de algemene situatie voor transpersonen in de Verenigde Staten en de discriminatie door de Amerikaanse autoriteiten. Gelet daarop kan van hen niet worden verwacht dat zij dezelfde Amerikaanse autoriteiten om hulp vragen als zij problemen met derden krijgen. 9.1. Dit betoog slaagt niet. De rechtbank heeft onder 7.1 geoordeeld dat niet is gebleken dat eisers door de Amerikaanse autoriteiten worden gediscrimineerd. In het verlengde van dit oordeel stelt de minister zich terecht op het standpunt dat niet valt in te zien waarom eisers geen hulp zouden kunnen vragen aan de Amerikaanse autoriteiten als zij vanwege hun transgenderidentiteit problemen krijgen met derden, of waarom de Amerikaanse autoriteiten die hulp niet zouden kunnen of willen bieden. Conclusie en gevolgen 10. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en de afwijzingen van hun asielaanvragen in stand blijven. De minister hoeft de proceskosten van eisers niet te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zowel eiseres 1 als eiseres 2 hebben verzocht om als vrouw aangesproken te worden. De minister heeft daarbij toepassing gegeven aan paragraaf C1/4.1, onder 5 en 6, van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). De minister heeft daarbij toepassing gegeven aan paragraaf C1/4.1, onder 5 en 6, van de Vc 2000. Eisers wijzen op paragraaf C2/3.2.5.2.2 van de Vc 2000. Eisers wijzen op paragraaf 55 van het handboek van de United Nations High Commissioner for Refugees. Zie paragraaf C2/3.2.5.2.3 van de Vc 2000. Zie het verslag van het nader gehoor van eiseres 1 van 29 april 2026, p. 22 en het verslag van het nader gehoor van eiseres 2 van 29 april 2026, p. 15, 18 en 19.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...