Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:23199

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-08-17
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
—
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.43139
Rechtsgrond
—
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
—
Winnende partij
—
Herkomstland
—
Thema
—
COI-verwijzing
—
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
—
Tekstlengte
2.883 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

BNT - asiel - verzet – hoogte dwangsom - ongegrond.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.43139 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [opposant] , opposant V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: [gemachtigde] ), tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 juni 2026 in het geding tussen opposant, tevens eiser in beroep en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder in beroep Feiten en overwegingen 1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbankvan 23 juni 2026 waarin de rechtbank het beroep van opposant gegrond heeft verklaard. 2. De rechtbank heeft bij genoemde uitspraak het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser in beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50 per dag waarmee bedoelde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000. 3. Het verzet richt zich tegen uitsluitend tegen de hoogte van de aan de uitspraak verbonden dwangsom. Opposant komt niet op tegen de kennelijke gegrondverklaring van het beroep. Opposant voert aan dat de rechtbank niet voldoende heeft gemotiveerd waarom aan de uitspraak een verlaagde rechterlijke dwangsom van € 50 per dag met een maximum van €15.000 is verbonden. In het bijzonder noemt opposant dat, gelet op het feit dat een opvolgend beroep pas ingediend kan worden nadat de maximale dwangsom van €15.000 is volgelopen, en de rechtbank niet voor het vollopen van deze dwangsom nogmaals uitspraak zal doen, verweerder nog 315 dagen de tijd heeft om te beslissen op de aanvraag van opposant. Opposant is derhalve van mening dat thans geen afdoende financiële prikkel voor verweerder bestaat om de behandeling van het asielverzoek ter hand te nemen. 4. De rechtbank sluit voor het opleggen van een rechterlijke dwangsom bij beroepen niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken aan bij de aanbeveling van 21 mei 2026 van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht (LOVB). Gezien de grote achterstanden bij verweerder en het gebrek aan weigerachtigheid om binnen de termijn te beslissen, kan niet geconstateerd worden dat het verhogen of verlagen van de dwangsommen tot een zwaardere financiële prikkel zal leiden. Hiermee bestaat er geen aanleiding om af te wijken van de aanbeveling van het LOVB. 5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 17 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...