Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:2156

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2026-01-22
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL24.46290 en NL24.46291
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
31.398 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres in stand kan blijven. Eiseres is op zorgvuldige wijze gehoord en verweerder kon uitgaan van de adviezen van MediFirst. Verder heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Ook heeft verweerder kunnen uitgaan van de Oegandese nationaliteit van eiseres en de gestelde Congolese nationaliteit ongeloofwaardig kunnen achten. Daarnaast heeft verweerder de lesbische geaardheid van eiseres ongeloofwaardig kunnen achten en daarmee ook de gestelde daaruit voortkomende problemen. De asielaanvraag is niet ten onrechte afgewezen op grond van artikelen 31, eerste lid en artikel 30b, eerste lid, onder c, van de van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder hoeft geen verblijfsvergunning regulier aan eiseres te verlenen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL24.46290 (beroep) en NL24.46291 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [#] , (gemachtigde: mr. D.G. Metselaar), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.R. Menschaart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij is het hier niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld tegen dit besluit. Eiseres heeft de redenen uiteengezet waarom zij het niet eens is met het besluit (de beroepsgronden). Aan de hand van die beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiseres is op zorgvuldige wijze gehoord en verweerder kon uitgaan van de adviezen van MediFirst. Verder heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Ook heeft verweerder kunnen uitgaan van de Oegandese nationaliteit van eiseres en de gestelde Congolese nationaliteit ongeloofwaardig kunnen achten. Daarnaast heeft verweerder de lesbische geaardheid van eiseres ongeloofwaardig kunnen achten en daarmee ook de gestelde daaruit voortkomende problemen. De asielaanvraag is niet ten onrechte afgewezen op grond van artikelen 31, eerste lid en artikel 30b, eerste lid, onder c, van de van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder hoeft geen verblijfsvergunning regulier aan eiseres te verlenen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 19 november 2021 haar asielaanvraag in Nederland ingediend. De aanvraag geldt ook voor haar minderjarige kind, [naam 1] , geboren op [geboortedat] 2022 in Nederland. 2.1. Bij besluit van 28 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft ook verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. 2.3. Verweerder heeft op 25 september 2025 een verweerschrift ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het asielrelaas 3. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2000 en de Congolese nationaliteit te hebben. Zij is op 3-jarige leeftijd naar Oeganda verhuisd toen haar vader overleed. Eiseres heeft verklaard dat zij op jonge leeftijd bekend werd met haar lesbische geaardheid. Nadat haar moeder hierachter is gekomen, is eiseres naar haar oom gestuurd. Eiseres stelt seksueel misbruikt te zijn door haar oom en stelt van hem zwanger te zijn geraakt. Eiseres heeft verklaard eerder te zijn verkracht door een andere man waarna zij is bevallen van een tweeling. Eiseres heeft verklaard in Nederland te hebben vernomen dat deze tweeling is overleden in Oeganda. Bij terugkeer naar Oeganda vreest eiseres voor haar oom en voor problemen vanwege haar seksuele geaardheid. Het bestreden besluit 4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond afgewezen. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiseres de volgende relevante elementen: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Lesbische geaardheid; 3. Problemen vanwege lesbische geaardheid. 4.1. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig. Eiseres heeft geen identificerende documenten overgelegd om haar Congolese nationaliteit te onderbouwen, ook heeft zij tegenstrijdig verklaard hierover. Verweerder vindt de lesbische geaardheid en de problemen die daaruit volgen evenmin geloofwaardig. Eiseres heeft beperkt inzicht gegeven in wat het met haar deed om lesbisch te zijn binnen haar geloof. Zij heeft tegenstrijdig verklaard over haar huidige relatie en haar verklaringen over de relaties met [naam 3] en [naam 4] zijn oppervlakkig en weinig persoonlijk. Ook geeft eiseres beperkt inzicht in hoe het voor haar voelt om haar seksuele geaardheid in Nederland vrij te uiten. Zij heeft ook beperkte kennis over de situatie van LHBTI-personen in Nederland en Oeganda. Verder heeft eiseres vaag verklaard over de problemen met haar moeder en oom. Eiseres krijgt wel voorlopig uitstel van vertrek om medische redenen tot 1 mei 2025. Is het bestreden besluit onbevoegd genomen? 5. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit van 28 oktober 2024 onbevoegdelijk is genomen door de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid, terwijl vanaf 2 juli 2024, de minister van Asiel en Migratie daartoe bevoegd is. 5.1. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het bestreden besluit van 28 oktober 2024 onbevoegdelijk is genomen omdat het besluit had moeten worden genomen door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank merkt dit aan als een vormgebrek in de zin van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en passeert dit gebrek met toepassing van dit artikel, omdat gesteld noch gebleken is dat eiseres door het gebrek is benadeeld. Vanwege dit gebrek, zal de rechtbank wel een proceskostenveroordeling uitspreken. Verweerder heeft zich hiertegen niet verzet. Deze beroepsgrond slaagt. Zorgvuldigheid van de gehoren en de MediFirst adviezen Heeft verweerder eiseres op onzorgvuldige wijze gehoord? 6. Eiseres voert aan dat het aanmeldgehoor en het nader gehoor op onzorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. Het was voor verweerder duidelijk dat eiseres bij binnenkomst in Nederland getraumatiseerd was. Zij was zwanger vanwege een verkrachting. Al vóór het aanmeldgehoor op 22 november 2021 was dit aan verweerder medegedeeld. Op grond van WI 2015/8 en WI 2020/9 had de grensdetentie moeten worden opgeheven om haar meer tijd en rust te geven. Ook is verzocht om er tijdens het gehoor rekening mee te houden dat er medische beperkingen zijn die het vermogen om te verklaren kunnen beïnvloeden. Desondanks is ervoor gekozen om het aanmeldgehoor door te zetten binnen het Justitieel Complex Schiphol. Er is tijdens het gehoor geen rekening gehouden met medische beperkingen van eiseres. Uit het medisch advies van 13 december 2021 blijkt ook dat eiseres niet gehoord kon worden. Zowel tijdens het nader gehoor als aanvullend gehoor had zij concentratieproblemen. Zij durfde tijdens de gehoren niet aan te geven dat zij zich zeer gestrest voelde. Eiseres is ook niet in haar moedertaal Luganda gehoord, maar de Engelse taal waarin zij zich minder goed kan uitdrukken. 6.1. De rechtbank stelt voorop dat hetgeen eiseres aanvoert over de bewaring buiten de omvang van deze procedure valt. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat voldoende rekening is gehouden met de medische omstandigheden van eiseres tijdens de gehoren. Eiseres is bij aanvang van het aanmeldgehoor onderzocht door de medische dienst. Aan eiseres is toen gevraagd of zij zich goed genoeg voelde om verder te gaan met het gesprek. Eiseres heeft gezegd dat dit kan. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de stukken blijkt dat op verschillende momenten tijdens het gehoor is stilgestaan bij de gesteldheid van eiseres. Zij heeft telkens aangegeven dat het gehoor kon worden doorgezet. Gelet hierop zijn er tijdens het aanmeldgehoor geen signalen gebleken waarom het aanmeldgehoor niet kon worden voortgezet. Op 13 december 2021 heeft Medifirst een advies uitgebracht waaruit volgt dat eiseres nog niet kon worden gehoord. Verweerder heeft toegelicht dat om deze reden het nader gehoor is uitgesteld. Op 3 februari 2022 heeft Medifirst een tweede advies uitgebracht. Hieruit volgt dat eiseres wel kon worden gehoord. Dat eiseres tijdens de gehoren niet durfde te zeggen dat zij zich gestrest voelde kan niet worden gevolgd. Verweerder heeft er niet ten onrechte op gewezen dat eiseres tijdens het nader gehoor meerdere keren is gevraagd hoe zij zich voelde en of zij op bepaalde momenten nog verder kon gaan met het gehoor. Hieruit is geen bezwaar gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat uit de wijze van horen, geen onzorgvuldigheid is gebleken. Kon verweerder uitgaan van het MediFirst advies? 7. Eiseres voert ook aan dat het MediFirst advies van 3 februari 2022 niet inzichtelijk is. Niet is duidelijk waarom eiseres toen wel kon worden gehoord. Verweerder heeft niet aan zijn vergewisplicht voldaan door geen navraag te doen wat de reden is voor het verschil in conclusie tussen het eerste en het tweede advies. Er is een relatie tussen de aard van een asielmotief (geaardheid) en het belang van het afdoende hierover kunnen verklaren om de beschermingsbehoefte duidelijk te maken. Hierin speelt het vaststellen van iemands referentiekader en de vastgestelde medische problematiek een grote rol. Eiseres verwijst hiervoor naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 13 september 2024. 7.1. Bij de beantwoording van de vraag of verweerder van een MediFirst-advies mag uitgaan, is het volgende juridische kader van belang. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat een MediFirst-advies is aan te merken als een deskundigenadvies. Als verweerder een MediFirst-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, dient hij zich er op grond van artikel 3:2 van de Awb van te vergewissen dat dit advies - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. Als aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij zijn beoordeling in beginsel van de juistheid van dit advies uitgaan. Eiseres kan met een contra-expertise de inhoudelijke juistheid van een MediFirst-advies betwisten. Met stukken van behandelaars kan een vreemdeling de zorgvuldigheid, inzichtelijkheid en concludentie van een deskundig advies aan de orde stellen dan wel concrete aanknopingspunten aanvoeren voor twijfel aan de inhoud daarvan. 7.2. De rechtbank stelt vast dat MediFirst op 13 december 2021 een advies aan verweerder heeft uitgebracht. Uit dit advies kan worden opgemaakt dat er spreekuurcontact is geweest tussen een verpleegkundige en eiseres en dat er geen medische informatie is opgevraagd. Een arts heeft twee dagen na het spreekuurcontact op basis van dossieronderzoek de conclusies van de verpleegkundige geaccordeerd. In het advies wordt geconcludeerd dat eiseres niet kan worden gehoord. Vastgesteld is dat eiseres een psychische aandoening heeft waardoor er beperkingen op het gebied van korte en lange termijn geheugen, en concentratie bestaan. Ook is vastgesteld dat eiseres onder behandeling is van GZA , maar geen begeleiding krijgt van een psycholoog. Verder is opgenomen dat er nog geen uitspraken kunnen worden gedaan over de wijze van horen en geadviseerd is dat eiseres eerst een MediFirst arts ziet ter consultatie. De rechtbank stelt voorts vast dat MediFirst op 3 februari 2022 een tweede advies heeft uitgebracht. Hieruit kan worden opgemaakt dat er spreekuurcontact is geweest tussen een arts en eiseres. Door de arts is vastgesteld dat eiseres kan worden gehoord. Er is wel sprake van beperkingen die relevant zijn voor het horen en/of beslissen. Eiseres heeft aangegeven dat zij niet altijd in staat is om exacte data te benoemen over haar asielrelaas. Ook heeft eiseres aangegeven dat zij emotioneel kan worden wanneer zij praat over haar asielrelaas, zij is zwanger. Geadviseerd wordt eiseres ruimte te bieden voor emoties, haar eten en drinken aan te bieden en indien nodig een extra pauze.. De stelling van eiseres dat het MediFirst advies van 3 februari 2022 niet inzichtelijk is, volgt de rechtbank niet. Bij het opstellen van het eerste advies (d.d. 13 december 2021) is eiseres niet gezien door een arts. Dit is wel gebeurd bij het tweede medisch advies van 3 februari 2022; dit consult heeft juist plaatsgevonden omdat beoordeling op het spreekuur door een arts nodig werd geacht. De inhoud van de conclusies en de beperkingen die de arts relevant heeft geacht voor het horen van eiseres zijn hiervoor vermeld. Eiseres heeft niet aangegeven in welk opzicht deze conclusies niet gevolgd kunnen worden of niet volledig zouden zijn. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende inzichtelijk hoe de adviezen tot stand zijn gekomen. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat hij op basis van bovengenoemde informatie mag uitgaan van de zorgvuldigheid van het MediFirst advies en dat geen sprake is van een schending van de vergewisplicht. De rechtbank stelt tot slot vast dat eiseres geen contra-expertise heeft overgelegd om het MediFirst advies van 3 februari 2022 te weerleggen. Daarmee heeft zij de inhoud van het MediFirst advies niet gemotiveerd betwist. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres in het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid? 8. Eiseres voert aan dat verweerder zich bij elk asielverzoek rekenschap dient te geven van de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling die van invloed kunnen zijn op zijn vermogen om diens relaas adequaat naar voren te brengen en te beoordelen of deze omstandigheden relevant zijn voor de bewijsdrempel die de minister mag hanteren om het relaas (on)geloofwaardig te achten. Eiseres verwijst ter onderbouwing naar de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2023. Uit zowel het bestreden besluit als het daarin ingelaste voornemen, blijkt niet dat verweerder kenbaar het referentiekader van eiseres heeft betrokken, zoals haar psychische problemen en haar fysieke toestand. Eiseres heeft in de gehoren aangegeven dat zij de tolk (Engels) goed begreep maar in de correcties en aanvullingen toegelicht dat zij zich niet altijd even goed kan uitdrukken in het Engels. 8.1. De rechtbank volgt verweerders standpunt er voldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres. In het voornemen is vastgesteld dat eiseres de talen Luganda en Engels spreekt. Ook is opgenomen dat het aanmeld- en nader gehoor zijn afgenomen in de Engelse taal en dat eiseres heeft aangegeven dat zij de tolk goed heeft kunnen verstaan en begrijpen in het Engels. Ondanks dat eiseres heeft aangegeven dat zij de tolk goed begreep heeft zij in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor aangegeven dat zij gestrest was en dat zij zich niet altijd even goed kan uitdrukken in het Engels. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat en hoe rekening is gehouden met deze gestelde taalbeperking. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat eiseres tijdens het aanmeld- en nader gehoor voldoende mogelijkheden heeft gehad om aan te geven dat haar Engels niet afdoende zou zijn, dit heeft zij niet gedaan. Verweerder heeft op zitting erkend dat hoewel in het Medifirst rapport van 3 februari 2022 staat dat de wens is om eiseres in het Luganda te horen, zij toch in het Engels is gehoord. Verweerder heeft echter niet ten onrechte gewezen op de omstandigheid dat een MediFirst advies gezaghebbend is als het gaat om medische zaken, maar minder als het gaat om talenkennis. Dit is niet de expertise van Medifirst. Ook heeft verweerder daarbij kunnen betrekken dat de beschikbaarheid van tolken in de taal Luganda beperkt is. Eiseres heeft ook aangegeven dat zij de vragen begreep in de Engelse taal. Het aanvullend gehoor heeft wel plaatsgevonden met ondersteuning van een tolk Luganda, maar daarin heeft eiseres aangegeven dat zij overgaat op de Engelse taal indien het lastig wordt. Daaruit heeft verweerder kunnen opmaken dat eiseres de Engelse taal voldoende machtig is. Verder blijkt ook uit het proces-verbaal van de KMar dat met eiseres in het Engels is gecommuniceerd en dat zij dit goed begreep. Verweerder heeft daarom kunnen stellen dat het referentiekader van eiseres geen verschoonbare reden is voor de argumenten die worden tegengeworpen. Verweerder heeft ook opgenomen dat minder van eiseres wordt verwacht als het gaat om gedetailleerde verklaringen, dat hetgeen eiseres verklaart over de relatie met [naam 3] al lang geleden is, en dat eiseres destijds nog erg jong was. Van een onzorgvuldigheid is daarom naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder de identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte niet geloofwaardig geacht? 9. Eiseres voert aan dat verweerder haar identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Er wordt gesteld dat zij [naam 5] , geboren op [geboortedatum] 1996, van Oegandese nationaliteit is. Dit wordt gebaseerd op grond van een kopie van een paspoort waarmee eiseres zou hebben gereisd en op grond van een Facebook pagina. Eiseres heeft echter een kopie van een residence card overgelegd. Hierop staat vermeld dat zij [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 2000, Burger van Congo is. Ten onrechte wordt geen enkele waarde gehecht aan de kopie van haar residence card. Er wordt gemeten met twee maten. Van het Oegandese paspoort is slechts een kopie aanwezig en deze kopie wordt wel gevolgd. Dit is onzorgvuldig en in strijd met het motiveringsbeginsel. Eiseres bestrijdt verder dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over haar nationaliteit. Zij was tijdens het aanmeldgehoor gestrest. Wie eiseres feitelijk heeft gebeld om de residence card te verkrijgen betreft een detail en niet de kern van de zaak. Dit mag haar dan ook niet worden tegengeworpen. Bovendien was zij in detentie en gestrest. Eiseres heeft een vriendin gebeld die dichtbij haar moeder woont. Haar moeder heeft geen telefoon. De moeder heeft de kaart opgestuurd. Het feit dat er een Facebook account met de naam [naam 5] is geopend zegt niets, nu iedereen een dergelijk account kan openen. Op basis van slechts een kopie van het paspoort kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat zij de Oegandese nationaliteit heeft, nu de echtheid niet kan worden onderzocht. 9.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres geen originele identificerende documenten heeft overgelegd om de Congolese nationaliteit te onderbouwen. Verweerder heeft ook in de besluitvorming opgenomen dat wel degelijk waarde gehecht wordt aan de residence card. Omdat dit echter een kopie betreft, kan deze niet op echtheid worden gecontroleerd. Gelet op de tegenstrijdige verklaringen met betrekking tot de residence card heeft verweerder kunnen oordelen dat eiseres met de residence card de Congolese nationaliteit niet heeft aangetoond. Zij heeft eerst verklaard dat zij hiervoor een vriendin heeft gebeld. In de zienswijze geeft eiseres aan dat zij haar moeder heeft gebeld en dat zij een kopie van de residence card heeft opgestuurd. Dat eiseres zich niet lekker voelde tijdens het gesprek met haar gemachtigde is geen begrijpelijke verklaring voor deze tegenstrijdigheid. Verweerder heeft ook kunnen betrekken dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over haar nationaliteit. Zij heeft in het aanmeldgehoor verklaard dat zij een dubbele nationaliteit bezit, namelijk de Congolese en de Oegandese. Later stelt zij dat zij alleen de Congolese nationaliteit bezit. Daarbij heeft verweerder de verklaringen over het Facebook profiel en de kopie van het Oegandese paspoort vaag en tegenstrijdig kunnen vinden. Eiseres is naar Nederland gereisd met een Oegandees paspoort op naam van [naam 5] , geboren op [geboortedatum] 1996. Het paspoort is voorzien van een foto van eiseres. Op basis van de personalia uit het paspoort is daarnaast ook een Facebookaccount gevonden met talloze foto’s van eiseres. Eiseres heeft geen gegronde en consistente verklaring kunnen geven over het bestaan van het paspoort en het Facebookaccount en onvoldoende onderbouwd dat het paspoort en het Facebookaccount niet aan haar toebehoren. Tot slot heeft verweerder ook kunnen betrekken dat de verklaringen van eiseres tegenstrijdig zijn met informatie uit openbare bronnen. Uit openbare bronnen blijkt dat in de Oegandese grondwet is vastgelegd wie als burger van het land wordt gezien. Eiseres heeft verklaard dat haar moeder de Oegandese nationaliteit bezit en zij deze nationaliteit via haar moeder heeft verkregen. Dat is in lijn met de Oegandese grondwet. Dat eiseres later stelt dat zij de Oegandese nationaliteit niet bezit, terwijl haar moeder die wel bezit, is dan ook in strijd met hetgeen in de Oegandese grondwet is vastgelegd. Gelet op het bovenstaande is verweerder niet ten onrechte uitgegaan van de Oegandese nationaliteit. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder de lesbische geaardheid van eiseres ten onrechte ongeloofwaardig geacht? 10. Eiseres voert aan dat verweerder haar lesbische geaardheid ten onrechte niet geloofwaardig acht. Zij stelt dat zij voldoende inzicht heeft gegeven in wat het met haar deed om lesbisch te zijn terwijl dit in haar land niet wordt geaccepteerd. Eiseres verwijst hiervoor naar passages uit het aanvullend gehoor. Uit de aangehaalde passages blijkt dat eiseres wel degelijk haar gevoelens, zoals boosheid, pijn en verdriet, heeft beschreven. Uit het bestreden besluit en het voornemen blijkt niet dat deze verklaringen van eiseres in de context van haar referentiekader zijn bezien. Eiseres heeft op zitting aangevuld dat onvoldoende is doorgevraagd tijdens de gehoren. Gelet op haar psychische gesteldheid en het feit dat zij niet eerder over deze gevoelens heeft verklaard, ligt het voor de hand dat de verwachtingen ten aanzien van eiseres naar beneden worden gesteld. Ook wordt niet gemotiveerd waarom deze verklaringen summier zijn terwijl van haar minder gedetailleerde verklaringen worden verwacht. Verweerder hanteert een te hoge lat. In het voornemen wordt gesteld dat zij uitgebreid heeft verklaard over wat het met haar deed toen zij voor het eerst lesbische gevoelens ervaarde. Echter wordt niet aangeven waarom deze verklaringen niet opwegen tegen andere kennelijk summiere verklaringen. Er is niet gemotiveerd waarom er van haar, gelet op haar referentiekader, meer verwacht mag worden ten aanzien van haar verklaringen over het christendom en de lesbische geaardheid omdat zij christelijk is. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom haar verklaringen over [naam 3] , die niet negatief meewegen in de beoordeling, niet in het voordeel van eiseres meewegen. Daarbij heeft eiseres voldoende uitgebreid verklaard over haar relatie met [naam 4] . Uit haar verklaringen blijkt haar authentieke verhaal. Eiseres stelt verder dat zij voldoende inzicht heeft gegeven in hoe zij zich voelt over het feit dat zij haar seksuele geaardheid in Nederland kan uiten. Eiseres betwist dat zij een beperkte kennis heeft over de situatie van LHBTI-personen in Nederland en Oeganda. Het is een stereotype benadering van verweerder om van eiseres te verwachten dat zij onderzoek doet naar de situatie van LHBTI-personen als haar seksuele geaardheid de kern van haar asielmotief vormt. 10.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de lesbische geaardheid van eiseres niet geloofwaardig is. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat voldoende is doorgevraagd naar de gevoelens van eiseres ten aanzien van haar geaardheid en het geloof. Aan eiseres uitgelegd dat het belangrijk is dat zij inzicht geeft in haar gevoelens en gedachtes. Daarbij is er op meerdere manieren geprobeerd om aansluiting te zoeken bij de antwoorden die eiseres geeft en is zij herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld om hierover uit te wijden. Eiseres heeft gesteld dat niet wordt gemotiveerd waarom aan de relatief uitgebreide verklaring over haar eerste lesbische gevoelens geen doorslaggevende betekenis wordt toegekend. Verweerder heeft echter voldoende gemotiveerd waarom het positief meewegen van de relatief uitgebreide verklaringen over wat het met eiseres deed toen zij voor het eerst lesbische gevoelens ervaarde, niet opweegt tegen de overige overwegingen die in haar nadeel wegen. Dat zij relatief uitgebreid kan verklaren over haar lesbische gevoelens is op zichzelf onvoldoende om haar lesbische geaardheid aannemelijk te achten. Hiervoor heeft verweerdere meerdere verklaringen, over bijvoorbeeld de verhouding tot het geloof en over de vorige relaties, eveneens van belang kunnen achten. Weliswaar heeft eiseres gevoelens van pijn en verdriet benoemd, maar zij heeft geen concreet en authentiek beeld gegeven van haar innerlijke ontwikkeling. In het aanmeldgehoor is eiseres gevraagd naar haar burgerlijke staat. Zij heeft toen geantwoord dat zij een vriend heeft en met hem een jaar en twee maanden samen is. In de correcties en aanvullingen heeft zij dit niet gecorrigeerd. Niet valt in te zien waarom zij over een gewone vriend zou verklaren hoe lang zij met hem samen is. Verweerder heeft verder kunnen stellen dat eiseres onvoldoende uitgebreid en gedetailleerd over [naam 4] en [naam 3] heeft verklaard en haar verklaringen oppervlakkig zijn en weinig persoonlijk. Van eiseres mag verwacht worden dat zij meer inzicht kan geven in wat zij zo leuk vond aan [naam 4] dan enkel oppervlakkige en algemene eigenschappen te noemen. Dit wordt haar ten aanzien van de relatie met [naam 3] niet tegengeworpen omdat eiseres toen nog jong was. Daarnaast heeft eiseres ook tegenstrijdig verklaard over de duur van de relatie met [naam 4] . Vooral nu de seksuele geaardheid de kern van haar asielmotief vormt, mag van haar worden verwacht dat zij meer onderzoek doet naar de situatie van LHBTI-personen in Nederland ofwel een deugdelijke uitleg geeft over waarom zij dit niet van belang acht. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond afgewezen? 11. Eiseres voert aan dat verweerder de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Eiseres heeft verweerder niet misleid over haar identiteit, nationaliteit en herkomst of valse informatie verstrekt die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben. 11.1. De rechtbank heeft onder 8.1. overwogen dat verweerder de identiteit nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Eiseres heeft tegenstrijdig verklaard over haar nationaliteit en over de residence card. Deze tegenstrijdigheden in haar verklaringen maken dat eiseres verwijtbaar onjuiste en inconsistente informatie heeft verstrekt over haar identiteit en verblijfsrechtelijke documenten. Verweerder heeft de asielaanvraag daarom kunnen afdoen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Vw. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder ten onrechte geen verblijf op humanitaire gronden toegekend aan eiseres? 12. Eiseres voert aan dat zij in ieder geval in aanmerking dient te komen voor een verblijfsvergunning regulier op humanitaire gronden omdat zij binnen zes maanden voor vertrek uit haar land van herkomst is verkracht. Zij lijdt aan PTSS omdat zij slachtoffer is geweest van verkrachting en geweld. Er is sprake van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die eiseres betreffen. 12.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen van eiseres met haar oom ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Eiseres heeft verklaard dat haar lesbische geaardheid de directe oorzaak was van de problemen met haar moeder en oom. Nu verweerder de lesbische geaardheid van eiseres ongeloofwaardig heeft kunnen vinden, betekent dit ook dat de directe oorzaak van de problemen met haar oom en moeder niet wordt geloofd. Dit doet sterk afbreuk aan de geloofwaardigheid van deze problemen. Verweerder heeft zich verder gemotiveerd om het standpunt gesteld dat eiseres vaag en inconsistent heeft verklaard over de problemen met haar moeder. Ook heeft zij tegenstrijdig verklaard over wanneer zij voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft gehad met een man. Eiseres heeft deze stellingen van verweerder niet betwist. Omdat de problemen van eiseres niet worden geloofd voldoet zij niet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier. Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Conclusie en gevolgen 13. Het beroep is ongegrond. 14. Nu op het beroep is beslist bestaat geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af. 15. Gelet op het gebrek onder 5.1 ziet de rechtbank aanleiding voor het toepassen van artikel 6:22 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank – op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht – voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (één punt voor het indienen van het beroepschrift, één punt voor het indienen van het verzoekschrift en één punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: -verklaart het beroep ongegrond; - veroordeelt verweerder tot een betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres. De voorzieningenrechter: -wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder tot een betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Roubos, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Zoon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dit gaat over het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 31, eerste lid van de Vw en artikel 30b eerste lid, aanhef en onder c van de Vw. Werkinstructie 2015/8 ‘bijzondere procedurele waarborgen. Werkinstructie 2020/9 Grensprocedure. ECLI:NL:RBDHA:2023:14610. ECLI:NL:RVS:2017:1674. GezondheidsZorg Asielzoekers. ECLI:NL:RVS:2023:1622. Koninklijke Marechaussee. Op grond van artikel 31, eerste lid van de Vw en artikel 30b eerste lid, aanhef en onder c van de Vw.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...