ECLI:NL:RBDHA:2025:8302
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-01-24
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Lhbti-asielaanvraag kennelijk ongegrond. Verweerder mag van eiser verlangen dat hij inzichtelijk kan maken hoe hij tot bewustwording van zijn geaardheid is gekomen en welke gevoelens hij daarbij ervaarde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hier niet in is geslaagd. Verweerder heeft daarbij terecht aan eiser tegengeworpen dat hij oppervlakkig en tegenstrijdig heeft verklaard over hoe het voor hem was om te ontdekken dat hij op mannen valt. Eiser heeft daarnaast voldoende de gelegenheid gekregen om zijn persoonsdocumenten op te laten sturen vanuit zijn land van herkomst. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder hem hierin meer tijd had moeten gunnen.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers NL24.50217 (beroep) NL24.50218 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] 2003, van Guinese nationaliteit, eiser en verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. J.W.F. Menick), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en eisers verzoek om een voorlopige voorziening. 1.1. Eiser heeft op 13 november 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 10 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft eiser een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, ertoe strekkende dat hij in afwachting van zijn beroep niet uitgezet kan worden. 1.3. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J.M. van der Boom als tolk in de taal Frans en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van eisers asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft in Guinee seks gehad met mannen. Zijn familieleden zijn hierachter gekomen toen de vrouw van eiser aan hen vertelde dat zij en eiser geen seks meer hadden. De familieleden van eiser hebben toen een vriend van eiser, die hem in contact bracht met mannen om seks mee te hebben, onder druk gezet om de waarheid te vertellen. De vader van eiser heeft eiser toen met de dood bedreigd. Eiser heeft daarop een eerst tijd bij zijn neef en daarna een tijd in een andere wijk verbleven. Daarna is hij naar Ivoorkust gegaan. Daar is hij opnieuw met de dood bedreigd. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: identiteit, nationaliteit en herkomst; homoseksuele gerichtheid. Verweerder heeft de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Verweerder heeft de identiteit en de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig geacht. Ten aanzien van de identiteit van eiser heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser geen documenten heeft overgelegd om zijn identiteit te onderbouwen, zonder dat hier een goede verklaring voor is. Eiser heeft volgens verweerder ook geen inspanning geleverd om zijn identiteit alsnog te onderbouwen. Verweerder heeft dit element daarom ongeloofwaardig geacht. Ten aanzien van eisers gestelde homoseksualiteit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd om inzichtelijk maken op welke manier hij tot de conclusie is gekomen dat hij op mannen valt en welke gevoelens hij daarover ervaarde. Eiser heeft op deze punten namelijk oppervlakkig en tegenstrijdig verklaard. Verweerder heeft daarom ook dit element ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, d en e, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaren opgelegd. Heeft verweerder de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig mogen achten? 6. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder zijn homoseksuele gerichtheid ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft er onvoldoende rekening mee gehouden dat het voor eiser moeilijk is om over zijn gevoelens over en de betekenis van homoseksualiteit te praten. Eiser heeft verklaard dat homoseksualiteit voor hem betekent dat een man met een man vrijt. Hiermee heeft hij voldoende inzichtelijk gemaakt wat zijn beleving van homoseksualiteit is. Ter staving van het gevaar dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid loopt in Guinee heeft eiser in beroep ook nog verklaringen overgelegd van zijn zus en zijn moeder. 6.1. De rechtbank overweegt dat seksualiteit en geaardheid intieme onderwerpen zijn en dat het lastig kan zijn hier over te praten. Dit geldt te meer voor mensen die, zoals eiser, zijn opgegroeid in een omgeving waar een taboe op (homo)seksualiteit rust. Verweerder mag echter van eiser verlangen dat hij inzichtelijk kan maken hoe hij tot de bewustwording van zijn geaardheid is gekomen en welke gevoelens hij daarbij ervaarde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hier niet in is geslaagd. 6.2. Verweerder heeft daarbij aan eiser terecht tegengeworpen dat hij oppervlakkig en tegenstrijdig heeft verklaard over hoe het voor hem was om te ontdekken dat hij op mannen valt. Zo verklaart eiser in het nader gehoor aanvankelijk dat zijn gevoelens voor mannen ontstonden nadat hij met een man naar bed was geweest. Op de vraag van de gehoormedewerker of hij voorafgaand aan dat moment dan geen gevoelens had voor mannen, verklaart eiser dat hij deze wel had, maar dat hij niet precies weet wanneer die gevoelens zijn ontstaan. Verder verklaart eiser in het nader gehoor aanvankelijk dat hij zich met deze homoseksuele gevoelens op zijn gemak voelde , maar later dat hij zich er zorgen om maakte . Weer later in het nader gehoor verklaart eiser opnieuw dat hij zich op zijn gemak voelde met zijn homoseksuele gevoelens en dat hij dacht dat niemand erachter zou komen dat hij deze gevoelens had. Op de vraag of het niet gevaarlijk was om met zijn vriend te praten over zijn homoseksuele gevoelens, verklaart eiser dat dit inderdaad gevaarlijk was, maar dat hij dit toch heeft gedaan omdat hij ‘zin had om dat te doen’. Gelet op deze oppervlakkige en tegenstrijdige verklaringen, in samenhang bezien, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn gedachten en gevoelens over de ontdekking van zijn gestelde geaardheid niet inzichtelijk heeft gemaakt. 7. Ten aanzien van de fotokopieën van verklaringen van de moeder en zus van eiser die hij in beroep heeft overgelegd, oordeelt de rechtbank als volgt. In het nader gehoor verklaart eiser dat zijn zus in Senegal woont en dat zij geen kennis heeft van zijn geaardheid. De rechtbank ziet daarom niet in hoe eisers zus een verklaring heeft kunnen afleggen over het gevaar dat hij loopt in Guinee vanwege zijn geaardheid. De verklaring is daarnaast opgesteld op administratief papier van regio Labé in Guinee en onderaan de verklaring staat ook dat deze is ondertekend in Labé. Deze ongerijmdheden maken dat aan de verklaring van de zus niet de waarde gehecht kan worden die eiser daaraan gehecht wenst te zien. De verklaring van de moeder van eiser is nagenoeg gelijkluidend aan de verklaring van de zus van eiser. In de verklaring van de moeder wordt eiser aanvankelijk aangeduid als haar zoon, maar verderop in de verklaring als haar broer. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser toegelicht dat deze inconsistentie waarschijnlijk is ontstaan doordat de moeder van eiser niet kan lezen en schrijven. Deze toelichting, wat daar verder ook van zij, maakt niet dat aan de verklaring van de moeder de waarde gehecht kan worden die eiser daaraan gehecht wenst te zien. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. Had verweerder eiser de gelegenheid moeten bieden om documenten op te vragen? 8. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat hij meer tijd nodig heeft voor het opvragen van documenten om zijn asielaanvraag te onderbouwen. Het is voor eiser namelijk niet makkelijk om documenten zoals zijn paspoort op te laten sturen vanuit Guinee. 8.1. De rechtbank overweegt dat de gehoormedewerker tijdens het nader gehoor in november 2024 aan eiser heeft duidelijk gemaakt dat verweerder veel waarde hecht aan documenten en dat hij zo snel mogelijk moet proberen zijn documenten vanuit Guinee op te laten sturen. Eiser heeft dus de gelegenheid gekregen om zijn documenten op te laten sturen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder hem hierin meer tijd had moeten gunnen. De beroepsgrond slaagt niet. Mocht verweerder aan eiser in grensdetentie houden? 9. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat het voortduren van zijn grensdetentie onrechtmatig is, omdat de opvangomstandigheden op Schiphol in strijd zijn met artikel 4, eerste lid, van het Regelement regime grenslogies en met artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn . 9.1. De rechtbank overweegt dat deze rechtbank en zittingsplaats op 17 december 2024 al uitspraak heeft gedaan op de rechtmatigheid van eisers grensdetentie (zaaknummer NL24.46037). De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom hier niet inhoudelijk behandelen. Had verweerder moeten toetsen aan artikel 3 van het EVRM ? 10. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn persoonlijke omstandigheden en het risico dat hij loopt om bij terugkeer naar Guinee bloot te worden gesteld aan een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. In dit kader wijst eiser op een rapport over de slechte leefomstandigheden voor lhbti-personen in Guinee. 10.1. De rechtbank overweegt dat zij hierboven al heeft geoordeeld dat verweerder de gestelde homoseksuele geaardheid van eiser op goede gronden niet geloofwaardig heeft geacht. Verweerder hoefde eisers verklaringen over zijn gestelde homoseksuele geaardheid daarom niet ook nog in het kader van artikel 3 van het EVRM te toetsen. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van eisers asielaanvraag in stand blijft. 12. Nu met deze uitspraak op het beroep van eiser is beslist, bestaat geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen. 13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank, in de zaak NL24.50217: - verklaart het beroep ongegrond; in de zaak NL24.50218: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Hollander, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Pagina’s 10 en 11 van het nader gehoor. Pagina 8 van het nader gehoor. Pagina 11 van het nader gehoor. Pagina 18 van het nader gehoor. Pagina 9 van het nader gehoor. Pagina 14 van het nader gehoor. Richtlijn 2013/33/EU. Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...