Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2025:28018

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2025-10-20
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL25.37991 en NL25.37992
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
12.112 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

asiel. beroep ongegrond. guinese nationaliteit. identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Verdere asielmotieven niet beoordeeld. niet samenhangend en aannemelijk verklaard. meer landen in terugkeerbesluit. verweerder mocht uitgaan van beide nationaliteiten omdat eiser daar wisselend over heeft verklaard

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.37991 (beroep) en NL25.37992 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. V. Senczuk), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M. Latul). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening 1.1. Eiser heeft op 5 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Diaby als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser stelt de Guinese nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [geboortedatum 1] 2005. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij heeft geholpen met het organiseren van een demonstratie in Guinee omdat er geen elektriciteit was. Vervolgens heeft hij ook deelgenomen aan de demonstratie en de dag na de demonstratie zijn er meerdere jongens die hieraan hadden deelgenomen opgepakt door soldaten. De soldaten waren ook op zoek naar eiser en zijn naar zijn huis gegaan, maar eiser is het huis ontvlucht. Een kennis van de vader van eiser heeft hem geholpen het land te verlaten. Eiser is via de auto het land uit gesmokkeld. Eiser vreest bij terugkeer gevangen genomen te worden of te worden vermoord door de autoriteiten van Guinee. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; en eisers problemen vanwege zijn deelname aan een demonstratie. 3.1. Verweerder vindt het eerste asielmotief van eiser niet geloofwaardig. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn nationaliteit. Verweerder heeft daarom getoetst of eiser dit asielmotief op een andere manier aannemelijk heeft gemaakt. Dit is niet het geval. Eiser heeft niet samenhangend en aannemelijk verklaard. Verder kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Het tweede asielmotief heeft verweerder niet inhoudelijk beoordeeld nu eisers nationaliteit niet geloofwaardig is. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn identiteit in beroep een foto van zijn identiteitskaart overgelegd. De beoordeling van zijn identiteit komt primair neer op eisers verklaringen op de gestelde kennisvragen over Guinee. Verweerder heeft in zijn besluit onvoldoende rekening gehouden met eisers leeftijd. Eiser was zeventien toen hij Guinee verliet en verweerder verwacht ten onrechte dat hij over zijn ervaringen en kennis van Guinee kan verklaren als een volwassen persoon. Nu zijn nationaliteit geloofwaardig moet worden geacht, geldt dit ook voor zijn problemen naar aanleiding van zijn deelname aan de demonstratie. Tevens is het ongerijmd dat verweerder een terugkeerbesluit heeft opgelegd voor twee landen, te weten Guinee en Liberia. Het besluit is dan ook onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. Mocht verweerder de nationaliteit ongeloofwaardig vinden? 6. Verweerder mocht het eerste asielmotief van eiser ongeloofwaardig vinden. Eiser mocht tegengeworpen worden dat hij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Verweerder mocht hierbij betrekken dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn nationaliteit, geboorteland en geboortedatum en dat hij daarvoor geen goede verklaring heeft. Zo heeft hij bij binnenkomst in Italië verklaard dat hij de Liberiaanse nationaliteit heeft en is geboren op [geboortedatum 2] 2004. In de Nederlandse procedure heeft eiser verklaard dat hij de Guinese nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum 1] 2005. Eiser is meerdere malen gevraagd om nader uit te leggen hoe deze verschillen in zijn verklaring zijn ontstaan, maar verweerder mocht vinden dat de verklaringen van eiser in het nader gehoor deze tegenstrijdigheden niet verschonen. 6.1. Ook mocht verweerder betrekken dat de kennis van eiser over Guinee onvoldoende is en dat zijn verklaringen hierover tegenstrijdig zijn. Verweerder heeft tijdens het nader gehoor aan eiser kennisvragen gesteld met betrekking tot zijn nationaliteit. De rechtbank overweegt dat verweerder hierbij voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Verweerder heeft vragen gesteld die aansluiten bij dit referentiekader, zoals wat de naam is van de school in de wijk waar eiser is opgegroeid of de kleur van de bankbiljetten in Guinee. Verweerder mocht van eiser verwachten dat hij bepaalde algemene kennis heeft over zijn land van herkomst nu hij zeventien was toen hij vertrok uit Guinee. Hierbij mocht verweerder ook betrekken dat eiser op die leeftijd al werkzaam was op de markt, een telefoon tot zijn beschikking had en dat hij stelt zelf een demonstratie te hebben georganiseerd. 6.2. De rechtbank overweegt dat verweerder aan eiser mocht tegenwerpen dat hij tijdens het nader gehoor geen antwoord kon geven op de vraag wat de naam van de school is in de wijk van eiser. Dat eiser pas in zijn beroepsgronden een naam van een school heeft genoemd doet aan het voorgaande niet af. Daarbij is het vreemd dat eiser nu wel de naam van een school kan noemen, terwijl hij in de zienswijze nog heeft aangevoerd dat lokale scholen in ruraal Afrika geen naam hebben. Ook mocht verweerder hem tegenwerpen dat hij geen afstanden weet te benoemen. Dat eiser niet het precieze aantal kilometers weet, wordt door verweerder niet tegengeworpen, maar wel dat eiser niet weet hoe lang het ongeveer lopen was naar school. Dit is opmerkelijk nu eiser heeft verklaard deze route vaak gelopen te hebben. De stelling van eiser dat dit hem niet is gevraagd, volgt de rechtbank niet, nu uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat dit wel aan eiser is gevraagd. Daarnaast mocht verweerder het bevreemdend vinden dat eiser de kleuren van de bankbiljetten in Guinee niet weet te noemen, nu hij stelt te hebben gewerkt op de markt en daar wordt betaald met contant geld. De stelling van eiser dat de bankbiljetten verschillende kleuren hebben en dat hij daardoor niet de juiste kleur bij ieder bankbiljet kon noemen leidt niet tot een ander oordeel. Eiser is enkel gevraagd wat de kleuren van de biljetten zijn en hem is niet gevraagd te concretiseren welke kleur bij welk biljet hoort. De overgelegde foto’s in beroep maken het voorgaande niet anders. 6.3. Ten aanzien van de in beroep overgelegde foto van de Guinese identiteitskaart van eiser is van belang dat verweerder deze, nu hier sprake is van een kopie, niet kan laten onderzoeken op echtheid. Tevens heeft verweerder het bevreemdend mogen vinden dat eiser deze foto heeft overgelegd, terwijl hij eerder heeft verklaard dat hij niet beschikt over identificerende documenten en deze ook nooit heeft gehad. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat deze foto onverlet laat dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn nationaliteit. 7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de verklaringen van eiser over zijn nationaliteit ongeloofwaardig mogen vinden. Verweerder heeft het asielrelaas en de problemen die eiser zou hebben gehad in Guinee dan ook niet inhoudelijk hoeven te toetsen. De beroepsgronden die daarop zien behoeven dan ook geen nadere bespreking. Mocht verweerder eiser een terugkeerbesluit opleggen naar Guinee en Liberia? 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiser mogen opleggen met de strekking dat hij terug moet keren naar Guinee of naar Liberia. Niet is aannemelijk geworden dat er een schending van artikel 3 van het EVRM zal ontstaan bij terugkeer naar één van deze twee landen. Het standpunt van eiser dat het niet mogelijk is voor verweerder om eiser terug te sturen naar een land waarvan de nationaliteit niet wordt geloofd, wordt niet gevolgd door de rechtbank. De hoogste bestuursrechter heeft in haar uitspraak van 2 juni 2021 overwogen dat het niet wordt uitgesloten dat in een terugkeerbesluit meer landen worden genoemd als er voor de betrokken vreemdeling meer mogelijke landen in beeld zijn. In dit geval mocht verweerder uitgaan van beide nationaliteiten nu eiser daarover wisselend heeft verklaard. Mocht verweerder eiser een inreisverbod opleggen? 9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder een inreisverbod aan eiser mocht opleggen. Eiser heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit is gebleken dat het inreisverbod onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Conclusie en gevolgen 10. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Artikel 30b, eerste lid aanhef en onder c en e Vw. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw. Verslag nader gehoor p. 15. Verslag nader gehoor p. 8. Verslag nader gehoor p. 9. Verslag nader gehoor p. 9. Verslag nader gehoor p. 10. Aanmeldgehoor p.3. De uitspraak van de afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155 r.o. 7.1.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...