ECLI:NL:RBDHA:2025:27909
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2025-12-04
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig mogen achten. Problemen met president Gabon daarom niet hoeven toetsen. Asiel terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek inreisverbod. Beroep gegrond, besluit vernietigd voor zover het ziet op het inreisverbod, laat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit in stand. PKV.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.49912 en NL25.49913 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser], [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom-van Berckel). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 13 oktober 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K.S. van Wezel als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser stelt dat hij geboren is op [geboortedatum] 1984 en dat hij de Equatoriaal-Guineese nationaliteit heeft. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vreest vermoord te worden door de president van Gabon, die zijn vader en zus heeft vermoord. 2.1. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Problemen met de president van Gabon. 2.2. Verweerder vindt eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst uit Equatoriaal-Guinea niet geloofwaardig. Verweerder heeft de geloofwaardigheid van eisers problemen met de president van Gabon daarom niet beoordeeld omdat een asielrelaas slechts betekenis heeft tegen de achtergrond van eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder vindt zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig. Eiser is geboren in Gabon, zijn vader was destijds [functienaam]. Zijn moeder is Equatoriaal-Guinees burger. Omdat eisers vader en zus vermoord werden om politieke redenen, heeft hij, op tweejarige leeftijd, samen met zijn moeder het land moeten ontvluchten. Na enige tijd in Equatoriaal-Guinea te hebben verbleven is eiser rond zijn tiende naar Portugal verhuisd en daarna naar Spanje. Zijn moeder heeft destijds van de Gabonese ambassade in Equatoriaal-Guinea een reisdocument voor eiser weten te verkrijgen op basis waarvan hij Europa kon inreizen. Eiser is er altijd vanuit gegaan burger van Gabon te zijn. Eiser heeft bij zowel de Equatoriaal-Guineese ambassade als de Gabonese ambassade aangeklopt voor een identificerend document, maar zonder resultaat. Hij is dan ook staatloos. Hij heeft hierover niet onsamenhangend en onaannemelijk verklaard. Ook stelt verweerder ten onrechte dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst onvoldoende heeft onderbouwd met documenten en hiervoor geen goede verklaring heeft gegeven en dat hij niet geloofwaardig heeft verklaard over zijn herkomstgebied. Verweerder werpt verder ten onrechte tegen dat eiser niet zo spoedig mogelijk asiel heeft aangevraagd. Het is verschoonbaar dat eiser nu pas asiel aanvraagt omdat er nooit aanleiding is geweest om asiel aan te vragen. Dat eiser in bewaring werd gesteld bracht daar verandering in. Ook stelt verweerder ten onrechte dat eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met eisers referentiekader. Het is lastig om consistent te verklaren voor eiser nu hij altijd dacht in het bezit te zijn van de Gabonese nationaliteit. Verweerder had eisers relaas wel inhoudelijk moeten toetsen omdat dit meer inzicht geeft in eisers nationaliteit, dan wel stateloosheid. Daarnaast heeft verweerder eisers aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond omdat hij verweerder niet heeft misleid en hij geen identiteitsdocument heeft vernietigd of weggemaakt. Ook heeft eiser zijn asielaanvraag niet enkel ingediend om zijn uitzetting te voorkomen. Het terugkeerbesluit is onrechtmatig omdat verweerder het indirect refoulement risico niet heeft onderzocht. Tot slot, is het inreisverbod in strijd met artikel 8 van het EVRM omdat eiser een partner heeft die in Nederland verblijft en drie kinderen heeft die in Spanje verblijven en in het bezit zijn van de Spaanse nationaliteit. Wat is het oordeel van de rechtbank? Identiteit, nationaliteit en herkomst 4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet ten onrechte ongeloofwaardig vindt. De rechtbank zal dit oordeel hierna uitleggen. 4.1. Verweerder heeft kunnen vinden dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft gegeven. Verweerder heeft eiser daarbij kunnen aanrekenen dat hij geen identificerende documenten heeft overgelegd nu hij eerder de mogelijkheid heeft gehad om identificerende documenten te verkrijgen. Eiser heeft verklaard dat hij in het verleden beschikte over een Equatoriaal-Guinees paspoort maar dat hij deze is kwijtgeraakt in de trein in Spanje. Uit eisers verklaringen volgt dat hij met hulp van zijn familie op dit moment bezig is met het verkrijgen van een Equatoriaal-Guinees paspoort, dat hij dit in het verleden al heeft geprobeerd maar dat dit destijds niet gelukt is omdat de ambassade gedurende een periode van drie jaar geen nieuwe paspoorten uitgaf en dat zijn moeder een geboortecertificaat laat opstellen in Equatoriaal-Guinea. Verweerder heeft dan ook niet hoeven volgen dat het voor eiser niet mogelijk is om identificerende documenten te verkrijgen omdat hij buiten zijn toedoen staatloos is. Eisers stelling dat hij een document aan de politie heeft laten zien waaruit zou blijken dat hij in Gabon is geboren, maakt het voorgaande niet anders. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dit document niet te hebben en ook niet te hebben kunnen achterhalen. De rechtbank stelt vast dat uit de processen-verbaal van de politie ook niet blijkt dat eiser een dergelijk document heeft overgelegd. Daarbij komt dat eiser ook ter zitting ervan af heeft gezien het document alsnog over te leggen. 4.2. Ook heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser zich heeft geïdentificeerd met een valse Franse identiteitskaart. Dat eiser zich er niet van bewust was dat het een vals document betrof maakt niet dat eiser verweerder niet heeft proberen te misleiden. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij wist dat het document niet aan hem toebehoorde en dat in het document andere persoonsgegevens stonden dan zijn eigen. Ook heeft eiser verklaard dat hij het document heeft gebruikt omdat hij naar Nederland is gekomen om te werken. Hieruit volgt dat eiser het document bewust heeft gebruikt om te kunnen werken. Dat eiser geen eigen identificerende documenten heeft, heeft verweerder niet verschoonbaar hoeven vinden. Zoals hiervoor overwogen, heeft verweerder namelijk niet hoeven volgen dat eiser buiten zijn toedoen staatloos is. 4.3. Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser tegenstrijdig en inconsistent heeft verklaard over zijn nationaliteit. Zo heeft eiser bij de politie op 15 september 2025 verklaard dat hij de Equatoriaal-Guineese nationaliteit heeft. Vervolgens heeft eiser bij DT&V verklaard dat hij zowel in het bezit is van de Equatoriaal-Guineese nationaliteit als de Gabonese nationaliteit. Uit het verslag van het aanmeldgehoor volgt dat eiser heeft verklaard dat hij heeft gelogen over zijn Equatoriaal-Guineese geboorteplaats en nationaliteit. Tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij op dit moment geen nationaliteit heeft en al op zijn negentiende erachter is gekomen dat hij niet de Gabonese nationaliteit heeft toen hij met zijn geboorte-uittreksel bij de Gabonese ambassade in Madrid een paspoort wilde aanvragen. Verweerder heeft eisers stelling dan ook niet hoeven volgen dat hij er altijd vanuit is gegaan dat hij in het bezit was van een dubbele nationaliteit. 4.4. Verder heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser wisselend heeft verklaard over het hebben van een paspoort. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat hij alleen een Gabonees paspoort heeft gehad en dat hij deze is kwijtgeraakt in de trein. Vervolgens heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat dit niet een Gabonees paspoort was maar een Equatoriaal-Guinees paspoort. Eisers stelling in beroep dat dit ging om een document dat zijn moeder destijds heeft ontvangen van de Gabonese ambassade in Equatoriaal Guinea maakt deze verklaringen niet minder wisselend nu onduidelijk is gebleven wat voor document dit is geweest en wat eiser heeft gehad aan documenten. Daarnaast heeft eiser wisselend verklaard over de aanvraag van een nieuw Equatoriaal-paspoort. Zo heeft eiser bij de politie op 15 september 2025 verklaard dat hij een nieuw paspoort en een nieuwe geboorteakte heeft aangevraagd in Equatoriaal-Guinea maar dat deze alleen nog betaald moeten worden. Anderzijds heeft eiser tijdens het nader gehoor eerst verklaard dat zijn paspoort zich bevindt in Equatoriaal-Guinea maar dat hij heeft gevraagd om het paspoort niet naar Nederland op te sturen omdat hij bang is om teruggestuurd te worden en vervolgens dat zijn familie er nog mee bezig is om zijn paspoort op te laten maken en dat er inmiddels een geboorteakte is opgesteld. 4.5. Verweerder heeft ook kunnen stellen dat eiser niet overtuigend heeft verklaard over zijn herkomstgebied. Eiser heeft verklaard dat hij van zijn tweede tot zijn tiende levensjaar in [plaats] in Equatoriaal-Guinea heeft verbleven. Verweerder heeft kunnen stellen dat eisers verklaringen over zijn woonomgeving zeer algemeen zijn en weinig concreet. Zo heeft eiser verklaard dat hij in een woning woonde met een tuin en een hek, dat er een strand, een hotel en een rivier in de buurt waren. Ook heeft eiser verklaard dat er een markt in de buurt was en een bar waar zogenaamde gatoos werden verkocht. Eiser heeft verder nauwelijks namen van wijken of plaatsen in de buurt van [plaats] kunnen noemen. Gelet op de langere periode die eiser in zijn jeugd heeft doorgebracht in zijn gestelde herkomstgebied, heeft verweerder kunnen verwachten dat hij hier meer over heeft kunnen verklaren. Dat eiser alleen als kind in zijn gestelde herkomstgebied heeft verbleven en stelt dat hij niet veel buiten kwam vanwege de aanwezigheid van zwarte mamba’s en leeuwen, maakt niet dat verweerder dit niet heeft mogen verwachten. Uit eisers verklaringen blijkt immers dat hij naar school ging en dat hij regelmatig genoeg buiten kwam om een markt, een strand, een rivier, en een nabijgelegen bar en hotel te benoemen. 4.6. Verweerder heeft daarnaast kunnen tegenwerpen dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiser verblijft namelijk sinds 8 september 2025 in Nederland en heeft pas twee dagen nadat hij in bewaring is gesteld op 17 september 2025 een asielaanvraag ingediend. Eisers verklaring dat er eerder geen aanleiding voor hem was om asiel aan te vragen heeft verweerder niet hoeven volgen. Van iemand die oprechte behoefte heeft aan internationale bescherming mag verwacht worden dat hij zo spoedig mogelijk asiel aanvraagt. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij naar Nederland is gekomen om te werken en een toekomst op te bouwen en dat hij veilig kan terugkeren naar Equatoriaal-Guinea. 4.7. Verweerder heeft kunnen betrekken dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser al twintig jaar in Europa verblijft en sinds 8 september 2025 in Nederland is maar dat hij nooit eerder een asielaanvraag heeft ingediend en dat hij zich heeft geïdentificeerd met een vals document. Eisers stelling dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader maakt het voorgaande niet anders. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij hiermee doelt op de omstandigheden dat hij buiten zijn toedoen om langere tijd in Europa verblijft zonder identificerende documenten. Zoals hiervoor overwogen, blijkt uit eisers verklaringen niet dat het voor hem niet mogelijk is om identificerende documenten te verkrijgen. Juist nu eiser al langere tijd in Europa verblijft mag van hem verwacht worden dat hij zich bewust is van het belang van identificerende documenten. Problemen met de president van Gabon 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers tweede asielmotief ‘problemen met de president van Gabon’ niet inhoudelijk heeft hoeven beoordelen. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat asielmotieven slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van de vreemdeling. De rechtbank is het niet met eiser eens dat verweerder het tweede asielmotief wel inhoudelijk had moeten beoordelen omdat dit meer inzicht geeft in eisers nationaliteit dan wel stateloosheid. Eiser is namelijk uitgebreid gehoord over zowel zijn identiteit, nationaliteit en herkomst en zijn problemen met de president van Gabon. Eiser heeft dan ook voldoende mogelijkheid gehad om zijn nationaliteit inzichtelijk te maken. Kennelijk ongegrond 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers aanvraag op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd kennelijk ongegrond heeft verklaard. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser een identiteits- of reisdocument heeft weggemaakt dat had kunnen helpen om eisers identiteit of nationaliteit vast te stellen. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij opzettelijk zijn paspoort uit Equatoriaal-Guinea niet heeft laten opsturen om te voorkomen dat hij niet zou worden teruggestuurd. Ook heeft verweerder kunnen stellen dat eiser zijn asielaanvraag enkel heeft ingediend om zijn uitzetting te voorkomen. Eiser heeft namelijk pas twee dagen nadat hij in bewaring is gesteld met de bedoeling hem uit te zetten naar Equatoriaal-Guinea asiel aangevraagd. Ook heeft eiser verklaard dat hij veilig kon terugkeren naar Equatoriaal-Guinea. Zoals hiervoor is overwogen, is eisers verklaring dat hij pas de noodzaak voelde om asiel aan te vragen toen hij in bewaring werd gesteld niet verschoonbaar. Terugkeerbesluit 7. De rechtbank is van oordeel dat het terugkeerbesluit rechtmatig aan eiser is opgelegd. De rechtbank volgt niet dat verweerder het risico op indirect refoulement naar Gabon had moeten onderzoeken. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in het bezit is van de Equatoriaal-Guineese nationaliteit en wel in het bezit is van de Gabonese nationaliteit. Eiser heeft het risico op indirect refoulement ook niet op andere wijze onderbouwd. Inreisverbod 8. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de oplegging van het inreisverbod niet heeft betrokken dat eiser stelt een partner te hebben die in Nederland verblijft en drie kinderen te hebben in Spanje met de Spaanse nationaliteit. Het bestreden besluit bevat daarom een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin een inreisverbod is opgelegd aan eiser. 8.1. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank volgt verweerder namelijk in zijn betoog ter zitting dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij kinderen heeft met de Spaanse nationaliteit en ook niet heeft verklaard dan wel met documenten heeft onderbouwd op welke manier hij invulling geeft aan de relatie met zijn kinderen. Daarbij komt dat in ieder geval twee van eisers kinderen meerderjarig zijn, waardoor eisers relatie met hen in beginsel niet onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM valt. Ook de relatie met zijn gestelde partner heeft eiser niet onderbouwd. Verweerder heeft hier daarom geen aanleiding in hoeven zien om af te zien van het opleggen van het inreisverbod. Eisers stelling dat het, gelet op zijn voorgeschiedenis, lastig voor hem is om de familierechtelijke relatie met zijn kinderen te onderbouwen, heeft verweerder niet hoeven volgen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft verweerder niet hoeven volgen dat eiser niet in staat is om identificerende documenten te verkrijgen. Dat het lastig is voor eiser om de familierechtelijke relatie met zijn kinderen te onderbouwen komt daarom voor zijn rekening en risico. Conclusie en gevolgen 9. Het bestreden besluit bevat een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin aan eiser een inreisverbod is opgelegd met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond, het terugkeerbesluit en het inreisverbod in stand blijven. 10. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op een bedrag van € 2.721,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening heeft gedaan en aan de zitting heeft deelgenomen. 11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin aan eiser een inreisverbod is opgelegd; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit geheel in stand blijven; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.721,-. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4061, en van 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie pagina 9 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina 8 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina’s 9 en 10 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina 8 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina 2 van het M110 Proces-verbaal van 15 september 2025. Zie pagina 1 van het verslag van het vertrekgesprek van 18 september 2025. Zie pagina 8 van het aanmeldgehoor. Zie pagina’s 6 en 7 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina’s 5 en 7 van het verslag van het aanmeldgehoor. Zie pagina’s 6 en 7 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina 3 van het van het M110 Proces-verbaal van 15 september 2025. Zie pagina 8 van het verslag van het nader gehoor. Zie pagina 17 van het verslag van het aanmeldgehoor. Zie pagina 4 van het Proces-verbaal van 18 september 2025 en pagina 5 van het proces-verbaal van 15 september 2025. Zie pagina 3 van het Proces-verbaal van 15 september 2025. Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Zie pagina 8 van het verslag van het nader gehoor. Op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...