Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:8857

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-06-14
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.10244
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.982 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielaanvraag – Dublin Duitsland – verschoonbare termijnoverschrijding – leeftijd – beroep ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.10244 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. S. Vreugdenhil-Brock). Procesverloop Bij besluit van 4 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 8 juni 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben. 2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit onderzoek in het Eurodacsysteem is gebleken dat eiser op 11 juni 2022 in Duitsland een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Duitsland verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening. De Duitse autoriteiten hebben dit verzoek geaccepteerd. 3. Eiser voert aan dat overdracht aan Duitsland in strijd is met artikel 8 van de Dublinverordening, omdat eiser minderjarig is. Er is geen grondslag voor het toekennen van dwingende bewijskracht aan de gegevens uit het Eurodacsysteem. Er zijn in het geval van eiser aanknopingspunten voor het oordeel dat de Duitse autoriteiten de geboortedatum van eiser niet zorgvuldig en juist hebben geregistreerd. Eiser heeft in Duitsland een onjuiste leeftijd opgegeven omdat hij niet wilde verblijven in een gesloten opvang voor minderjarigen. Niet is gebleken dat in Duitsland een leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. Ter zitting heeft eiser tevens een beroep gedaan op de uitspraak van 13 februari 2023 van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. De rechtbank oordeelt als volgt. Ontvankelijkheid 4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of het beroep ontvankelijk is, nu de herstelverzuimtermijn voor het indienen van beroepsgronden op 13 april 2023 is geëindigd en de beroepsgronden zijn ingediend op 14 april 2023. 5. Eiser heeft aangevoerd dat hij de beroepsgronden niet tijdig in heeft kunnen dienen, omdat het digitale systeem van de Rechtspraak niet toegankelijk was op de avond van 13 april 2023. 6. Gebleken is dat sprake was van onderhoud aan het digitale systeem van de Rechtspraak waardoor deze op 13 april 2023 vanaf 20:00 uur niet toegankelijk was. De termijnoverschrijding is daarom verschoonbaar. Het beroep is dus ontvankelijk. De leeftijd van eiser 7. Het beleid van verweerder over leeftijdsbepaling staat in Werkinstructie 2018/19. Hierin is opgenomen dat iedere vreemdeling die stelt minderjarig te zijn en dit niet kan onderbouwen met bewijsmiddelen, geschouwd wordt door de AVIM en de IND. In het geval de conclusies van deze partijen niet gelijkluidend zijn, doet verweerder nader onderzoek in een of meer lidstaten. Indien er geen duidelijk antwoord volgt op de navraag en twijfel blijft bestaan over de leeftijd, dient er alsnog vervolgonderzoek plaats te vinden, zoals een leeftijdsonderzoek. 8. In het geval van eiser hebben zowel de AVIM als de medewerker van de IND na een schouw geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. Gelet daarop heeft verweerder aan eiser de geboortedatum 1 januari 2005 toegekend. Uit het daarna tot stand gekomen claimakkoord is gebleken dat eiser in Duitsland geregistreerd staat met de geboortedatum 27 december 1997. 9. Verweerder is terecht uitgegaan van de meerderjarige leeftijd van eiser. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat zijn geboortedatum onjuist is geregistreerd in Duitsland. Uit de verklaringen van eiser is gebleken dat hij zelf tegenover de Duitse autoriteiten heeft verklaard dat zijn geboortejaar 1997 is. In Nederland heeft eiser verklaard minderjarig te zijn, maar eiser heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd. De enkele stelling van eiser dat hij minderjarig is, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat de leeftijdsregistratie in Duitsland onjuist is. 10. Gelet op het feit dat beide schouwen hebben geleid tot de eenduidige conclusie dat eiser evident meerderjarig is en dat eiser daarnaast ook in Duitsland geregistreerd staat met een meerderjarige leeftijd, ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om de door eiser aangehaalde uitspraak van zittingsplaats Roermond van 13 februari 2023 te volgen. Conclusie 12. Het beroep is ongegrond. 13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verordening (EU) nr. 604/2013. ECLI:NL:RBDHA:2023:1535.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...