ECLI:NL:RBDHA:2023:5461
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2023-02-20
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is opgeheven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. In de maatregel heeft verweerder alle medische omstandigheden betrokken in zijn afweging of er een lichter middel moet worden toegepast.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25329 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. W. Vrooman). Procesverloop Bij besluit van 10 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft de vrijheidsontnemende maatregel op 14 december 2022 opgeheven omdat de asielaanvraag van eiser zich niet leent voor de afdoening in de grensprocedure. Partijen hebben aangegeven dat zij instemmen met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 14 december 2022 zijn beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op 16 december 2022 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 22 december 2022 het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en is geboren op [datum] 2. Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Is het lichter middel goed gemotiveerd? 3. Eiser voert aan dat bij het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel niet juist gemotiveerd is waarom de door hem naar voren gebrachte feiten en omstandigheden, namelijk dat hij een hoge bloeddruk en diabetes heeft, dat zijn schildklier niet goed werkt en veel medicatie gebruikt, niet leiden tot het toepassen van een lichter middel. De omstandigheden staan niet in het besluit. Volgens eiser is het feit dat aan hem is medegedeeld dat er op het aanmeldcentrum een medische dienst is en dat daar ook medicatie wordt verstrekt enkel een mededeling en geen motivering van verweerder ten aanzien van het niet opleggen van een lichter middel. 3.1 De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het bestreden besluit geen motiveringsgebrek ten aanzien van het toepassen van een lichter middel bevat. Uit het proces-verbaal van bevindingen bij aanvraag asiel van 10 december 2022 blijkt het volgende: Ik ben voornemens aan u een vrijheid ontnemende maatregel op te leggen. Zijn er feiten en/of omstandigheden die maken dat dit volgens u, in uw geval niet mogelijk is? “Oké, dat is prima, ik wil liever niet naar Ter Apel.” Zijn er bijzondere medische omstandigheden waarmee rekening gehouden moet worden? Gebruikt u medicijnen? “Ik heb een hoge bloeddruk, Diabetes en mijn schildklier werkt niet goed. Ik gebruik daar dagelijks de volgende medicatie voor: Thyroxin, Aspirin, Rampril, Atorva en Slofage. Ik heb niet heel veel meer bij mij. Ik begrijp dat er een arts aanwezig is op de locatie waar ik ga verblijven.” In het bestreden besluit heeft verweerder deze medische omstandigheden betrokken in zijn afweging en er in dat verband terecht op gewezen dat in het aanmeldcentrum een medische dienst is en dat daar ook medicatie verstrekt kan worden. Eiser heeft zelf geantwoord dat hij de vrijheidsontnemende maatregel prima vindt en liever niet naar het AZC in Ter Apel gaat. Eiser heeft geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat hij medische klachten heeft die daar niet behandeld kunnen worden. Verweerder heeft daarom het grensbewakingsbelang van groter gewicht kunnen achten en kunnen afzien van het toepassen van een lichter middel. Conclusie 4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 4.1 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...