Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:3018

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-03-10
Procedure
Eerste en enige aanleg
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.4196 + NL23.4197
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.189 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Opvolgende asielaanvraag. Tijdens beroep met onbekende bestemming vertrokken. Gemachtigde heeft geen contact meer met betrokkene. Geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk en afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL23.4196 en NL23.4197 uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , eiser/verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. Rossingh). Procesverloop Bij besluit van 8 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is geregistreerd onder zaaknummer NL23.4197. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek op 10 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen ter zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank/voorzieningenrechter: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. 2. Verweerder heeft gemeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken op 21 februari 2023. Ter onderbouwing is een uitdraai van het interne systeem INDIGO overgelegd, waaruit blijkt dat door de Vreemdelingenpolitie is gemeld dat eiser zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 6 maart 2023 aangegeven geen contact meer te onderhouden met eiser. Gemachtigde is niet ter zitting verschenen. 3. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579. 4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2023 door mr. J.L. Boxum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, waarvan is opgemaakt proces-verbaal. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen de uitspraak op het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...