Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:1679

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-02-13
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
Armenië
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 22/3404
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Armenië
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.289 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Het beroep is ingetrokken, de vereiste connexiteit is komen te ontvallen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/3404 uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 februari 2023 in de zaak tussen [naam] , verzoeker van Armeense nationaliteit, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. N.B. Swart), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verweerder Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toekenning van een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rva) voor de periode juli 2020 tot en met februari 2022 afgewezen. Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld. Dat beroep staat bekend onder zaaknummer AWB 22/3403. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 8 november 2022 heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. 2. Op grond van artikel 8:81 Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 3. Aangezien verzoeker het beroep heeft ingetrokken is de vereiste connexiteit aan het verzoek komen te ontvallen. 4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier . De beslissing is gedaan op 13 februari en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...