Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:13012

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-08-31
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.6426
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.311 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

BNT, opvolgende asielaanvraag, WBV 2022/22, betwisting WBV, verlenging beslistermijn rechtsgeldig, ingebrekestelling te vroeg ingediend, beroep niet-ontvankelijk.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6426 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres geboren op [geboortedatum] , van Eritrese nationaliteit, V-nummer: [nummer] mede namens haar minderjarige kinderen, V-nummers [nummers] (gemachtigde: mr. I.M. Hidding), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de staatssecretaris volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar opvolgende asielaanvraag van 13 juli 2022. De staatssecretaris heeft ondanks een verzoek daartoe geen verweerschrift ingediend. 1.1. Bij brief van 12 februari 2023 heeft eiseres de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar opvolgende asielaanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 2 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. 3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. 4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000 moet de staatssecretaris binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Op grond van het vierde lid, aanhef en onder b, van dit artikel kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. 5. Eiseres heeft de opvolgende aanvraag ingediend op 13 juli 2022. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiseres op 11 januari 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft echter, met inwerkingtreding van het WBV 2022/22 , de beslistermijn van asielaanvragen, waarop op 27 september 2022 nog niet was beslist, met negen maanden verlengd. Dit betekent dat deze termijn voor eiseres pas op 11 oktober 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van haar meervoudige kamer van 26 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6050) geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De rechtbank ziet geen grond om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is, anders dan eiseres stelt, daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 12 februari 2023 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten aan eiseres te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Dit volgt uit de artikelen 6:2 en 6:12 van de Awb. Vreemdelingenwet. Stcrt. 2022, nr. 25775.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...