Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2023:1184

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2023-01-23
Procedure
Proceskostenveroordeling
Herkomstland
Algerije
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL23.734
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
verzoek afgewezen
Winnende partij
Herkomstland
Algerije
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
3.119 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Bewaring - beroep ingetrokken, verzoek om PKV. Verzoek afgewezen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL23.734 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Algerijnse nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M. Rasul), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite). Procesverloop Bij besluit van 23 december 2022 heeft verweerder aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Verzoeker heeft tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om een schadevergoeding. Verweerder heeft op 13 januari 2023 de maatregel van bewaring opgeheven. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en de rechtbank gelijktijdig verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De rechtbank heeft verweerder op zitting d.d. 20 januari 2023 in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de rechtbank medegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om de proceskosten te vergoeden. De maatregel van bewaring is niet opgeheven omdat de maatregel onrechtmatig was, maar omdat verzoeker is uitgezet. De gemachtigde van verzoeker is met bericht van verhindering niet verschenen. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. De rechtbank stelt vast dat de bewaring is opgeheven omdat verzoeker Nederland is uitgezet en niet vanwege inspanningen van de gemachtigde van verzoeker. De rechtbank is niet gebleken dat de maatregel van bewaring tot het moment van opheffing niet rechtmatig is geweest. De rechtbank heeft overigens geen aanleiding te veronderstellen dat verweerder zonder ingediend beroep niet tot deze opheffing zou zijn overgegaan. Dat betekent dat geen sprake is van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Er bestaat dus geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. 3. De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten dan ook af. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...