Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:9692

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-09-20
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
Syrië
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.11382
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Syrië
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
4.393 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Statushouder Duitsland – herbeoordelingsonderzoek – niet gebleken dat beschermingsstatus is ingetrokken – beroep ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11382 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. Z.M. Alaca), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. M. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.11383, op 15 september 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Toma. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben. 2. Op 23 mei 2022 heeft eiseres een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat de Duitse autoriteiten op 23 juli 2018 eiseres subsidiaire bescherming hebben verleend. Verweerder heeft zich daarbij gebaseerd op informatie uit Eurodac, welke door de Nederlandse liaison ambtenaar in Nürnberg is geverifieerd. Daaruit bleek dat er een herbeoordelingsprocedure loopt, waar de uitkomst nog niet bekend van is. 3. Eiseres voert aan dat het op de weg van verweerder lag om de uitkomst van het herbeoordelingsonderzoek af te wachten voor het nemen van het besluit. Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. In de aanvullende gronden van beroep heeft eiseres een mail overgelegd van een ambtenaar van Ausländerangelegenheiten van de Stadt Frankfurt am Main. Uit deze mail blijkt dat eiseres op 7 december 2018 schriftelijk afstand heeft gedaan van de aan haar verleende beschermingsstatus en terug is gekeerd naar Syrië. Verder volgt uit de mail dat eiseres door het vrijwillig afstand nemen van haar beschermingsstatus geen recht heeft op verlenging van haar verblijfsrecht in Duitsland. De rechtbank oordeelt als volgt. 4. Verweerder heeft ter zitting de strekking van het bestreden besluit bevestigd. Verweerder heeft zeer recentelijk (nogmaals) contact opgenomen met de Nederlandse liaison ambtenaar in Duitsland. Deze heeft bevestigd dat het herbeoordelingsonderzoek nog niet is afgerond. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat er een herbeoordelingonderzoek loopt, daarmee niet is gebleken dat het verblijfsrecht van eiseres in Duitsland is beëindigd. 5. De stelling van mevrouw dat zij afstand heeft gedaan van haar verblijfsrecht, en de mail die zij daartoe heeft overgelegd van de gemeente Frankfurt, geeft wel een indicatie dat er iets speelt in Duitsland. Dit zou het herbeoordelingsonderzoek eventueel kunnen verklaren, maar het kan ook zo zijn dat de situatie anders ligt. Hoewel de mail van de gemeente Frankfurt wel vragen oproept, doet dit echter geen afbreuk aan de conclusie dat niet is gebleken dat de beschermingsstatus van eiseres is ingetrokken. Verweerder heeft het Eurodac resultaat en de schriftelijke bevestiging van de liaison overgelegd. Verweerder heeft zich vervolgens voldoende vergewist door wederom (telefonisch) contact op te nemen met de liaison ambtenaar om te verifiëren of er een verandering is gekomen in de beschermingsstatus van eiseres, wat niet het geval bleek. Van deze informatie mag worden uitgegaan. 6. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...