Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:397

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-01-19
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.19730
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.708 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielaanvraag – mondelinge uitspraak – medisch onderzoek voorafgaand aan het gehoor – veilig land van herkomst Verenigd Koninkrijk - vertrektermijn en inreisverbod – ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19730 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. P.A. Blaas), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 17 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.19731, op 19 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.E. Hynd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of verweerder ten onrechte niet (nader) heeft onderzocht of eiser kon worden gehoord en of verweerder ten onrechte een vertrektermijn heeft onthouden en een inreisverbod heeft uitgevaardigd. 2. Voordat eiser is gehoord, is hij medisch onderzocht door een arts van MediFirst. MediFirst heeft geconcludeerd dat eiser tijdens het onderzoek niet voldoende in staat was om adequaat antwoord te geven op vragen, maar dat er niet direct verbetering te verwachten is en dat er daarom (in overleg) toch voor is gekozen om eiser wel te horen. Eiser heeft de juistheid van die bevindingen van MediFirst niet bestreden. Dit betekent dat verweerder eiser mocht horen. 3. Verweerder heeft zich bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas terecht gebaseerd op de verklaringen die eiser heeft afgelegd tijdens het gehoor. Eiser is ook consistent in het verhaal dat hij heeft verteld. Nu niet betwist is dat eisers verklaringen niet geloofwaardig zijn en het Verenigd Koninkrijk in het algemeen en voor eiser persoonlijk een veilig land van herkomst is, is de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Hierdoor heeft verweerder kunnen bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten en dat een inreisverbod voor de duur van twee jaren wordt uitgevaardigd. De enkele stelling dat het inreisverbod niet passend en zinledig is, maakt niet dat verweerder van het uitvaardigen van een inreisverbod had moeten afzien. De stelling ter zitting dat nader onderzoek had moeten worden verricht naar banden van eiser in Europa, treft evenmin doel. Het ligt immers op de weg van eiser om daarover concrete feiten en omstandigheden aan te voeren. 4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...