Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:3059

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-03-04
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.10919
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
7.082 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asiel. Verwijzing door verweerder naar een twintig jaar oude bron is onvoldoende om rekrutering door PLO ongeloofwaardig te achten. Gezien de geloofwaardige individuele aspecten en het overgelegde filmpje had verweerder nader onderzoek moeten doen.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL21.10919 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.P. de Boo). Procesverloop Bij besluit van 13 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen dhr. O. Al Othman. Verweerder is, met voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. De zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaak met nummer NL21.10920. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. Eiser stelt van Jordaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1975. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn overleden vader een hoge functie had bij de Palestinian Liberation Organisation (PLO). Vrienden van zijn vader van de PLO wilden eiser rekruteren om informatie door te spelen aan de PLO over meningen in presidentiële paleis van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) waar hij werkte. Toen hij weigerde om mee te werken, werd hij bedreigd. Vervolgens heeft hij de VAE verlaten en is naar Jordanië gegaan. In Jordanië is hij nogmaals benaderd om voor de PLO te werken en nadat hij aangifte heeft gedaan is hij tien dagen ontvoerd door de Jordaanse politie. Zij verzochten eiser om te spioneren bij de PLO. Vervolgens is hij gevlucht. 2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen omdat hij zijn relaas niet geloofwaardig vindt. Verweerder gelooft wel dat eisers vader een belangrijke rol had bij de PLO en dat eiser in het presidentiële paleis van de VAE werkte, maar de problemen met de PLO en de Jordaanse autoriteiten vindt verweerder ongeloofwaardig. De verklaringen van eiser en zijn echtgenote zijn niet aannemelijk, op bepaalde punten tegenstrijdig met elkaar en komen niet overeen met gezaghebbende informatie over de PLO. Waarom is eiser het niet eens met het bestreden besluit? 3. Eiser voert, kort samengevat aan, dat verweerder zijn onderzoeksplicht en samenwerkingsplicht heeft geschonden. Ten aanzien van de rekrutering door de PLO baseert verweerder zich ten onrechte op één niet gezaghebbende bron. Ook heeft verweerder ten onrechte niet aan externe geloofwaardigheidsindicatoren getoetst. Eiser en zijn echtgenote hebben verder niet tegenstrijdig verklaard. De echtgenote heeft de informatie over de problemen alleen van horen zeggen. Verder heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met culturele aspecten over de man-vrouw relatie. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank oordeelt in het voordeel van eiser en overweegt daartoe als volgt. 4.1. Verweerder heeft niet geloofwaardig geacht dat eiser door de PLO is gerekruteerd. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op één bron van 20 oktober 1999 . De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet onder verwijzing naar deze ene twintig jaar oude bron de (poging tot) rekrutering van eiser door de PLO ongeloofwaardig heeft kunnen achten. Daarbij is van belang dat verweerder geloofwaardig heeft geacht dat eisers vader een van de oprichters van de PLO was, dat de PLO de familie van eiser jarenlang financieel heeft ondersteund na de dood van zijn vader en dat eiser met grote regelmaat voor zijn werk in het presidentiële paleis van de VAE kwam. Verder blijkt uit het door eiser overgelegde YouTube filmpje dat de PLO wel rekruteert, hetgeen niet door verweerder is betwist. Dat het filmpje dateert van kort na eisers problemen, doet daar niet aan af nu daarmee niet is uitgesloten dat de PLO in de periode daarvoor ook al rekruteerde. Gelet op de geloofwaardig geachte individuele aspecten en het door eiser overgelegde filmpje, was verweerder naar het oordeel van de rechtbank gehouden nader onderzoek te doen naar de PLO en eventuele rekrutering. Dat er door verweerder een aantal tegenstrijdigheden zijn geconstateerd tussen de verklaringen van eiser en zijn vrouw acht de rechtbank onvoldoende voor een ander oordeel, nu niet in geschil is dat enkel eiser door de PLO zou zijn benaderd en de vrouw van eiser heeft verklaard dat zij afhankelijk was van wat haar man haar vertelde over hoe en wanneer deze ontmoetingen plaats vonden. Gelet op het vorenstaande is verweerder tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht en zijn samenwerkingsplicht. Het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen. 4.2. De rechtbank overweegt verder dat de rekrutering van eiser door de PLO de kern van zijn asielrelaas is en dat de beoordeling daarvan gevolgen kan hebben voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van de rest van zijn relaas. De rechtbank komt daarom niet toe aan de beoordeling van de overige elementen van het asielrelaas. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Conclusie 5. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het in strijd is met artikel 3:2 van de Awb . De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Verweerder zal nader onderzoek moeten doen naar de eventuele rekrutering door de PLO. 6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 759,- per punt en wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1518,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr.F.E.J. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Immigration and Refugee Board of Canada, Lebanon: Current recruitment practices of the Palestine Liberation Organization (PLO) and on the penalties for refusing to become a member , 20 October 1999, via: https://www.refworld.org/docid/3ae6ad5d44.html. Algemene wet bestuursrecht.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...