Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:15343

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-12-15
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.23606
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.422 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielverzoek buiten behandeling gesteld, beroep ongegrond, eiser niet verschenen bij gehoor en niet gemeld, daarnaast tegenstrijdige informatie

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.23606 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. drs. J.P.M. Wuite). Procesverloop Bij besluit van 18 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat eiser niet is verschenen bij een gehoor en niet binnen een termijn van twee weken heeft aangetoond dat dit niet aan hem is toe te rekenen en omdat eiser is verdwenen, dan wel zonder toestemming is vertrokken en hierover toerekenbaar niet binnen een termijn van twee weken contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten. Eiser dient zich onmiddellijk naar het grondgebied van Zwitserland te begeven.. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.23607, op 6 december 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling kan worden gesteld als de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij niet binnen een termijn van twee weken heeft aangetoond dat dit niet aan hem is toe te rekenen en als de vreemdeling is verdwenen of zonder toestemming van Onze Minister is vertrokken en hierover toerekenbaar niet binnen een termijn van twee weken contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten. 2. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is. Eiser heeft in zijn zienswijze aangegeven dat er een noodsituatie was ontstaan omtrent de gezondheid van zijn moeder en dat hij daarom naar zijn moeder moest reizen in Turkije. Dit was een onvrijwillige reden om niet bij het gehoor te verschijnen en valt eiser daarom niet toe te rekenen. Daarnaast heeft verweerder niet duidelijk gemotiveerd waarom de zienswijze van eiser niet leidt tot een ander oordeel. Ook vreest eiser voor refoulement van Zwitserland naar Syrië. 3. De rechtbank oordeelt als volgt. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling mogen stellen en de reden van eiser niet verschoonbaar mogen vinden. Eiser heeft niet met stukken onderbouwd dat zijn moeder ziek was en dat hij naar zijn zieke moeder toe moest gaan en hij heeft in het proces-verbaal van gehoor van 18 september 2022 en in zijn beroepsgronden tegenstrijdig verklaard over waar zijn moeder verblijft, Zwitserland versus Turkije. Daarnaast heeft eiser zich tot op heden niet gemeld bij verweerder. Dit geeft verweerder twee grondslagen om het asielverzoek van eiser buiten behandeling te stellen, zoals is neergelegd in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b en c, Vw. 4. Voor zover eiser een beroep doet op het risico op indirect refoulement, is dit niet nader geconcretiseerd. Het is aan eiser om dit aannemelijk te maken.1 5. Tot slot is de rechtbank niet gebleken van onzorgvuldige besluitvorming. De enkele stelling van eiser dat hij niet terug wil naar Zwitserland heeft voor verweerder geen aanleiding hoeven geven om van het terugkeerbesluit af te zien. 6. Het beroep is ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. 1 Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 6 juli 2022, (ECLI:NL:RVS:2022:1864). De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 december 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...