Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:14692

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-08-30
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB 22/4798 VK
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
nee
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
nee
Tekstlengte
2.633 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Vovo buiten zitting. Geen connexiteit omdat het beroep is ingetrokken. Verzoek niet ontvankelijk, geen pkv,

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/4798 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [land] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. van Bennekom), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 31 juli 2022 heeft verweerder eiser op grond van het bepaalde in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL22.14784. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. 2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 3. Verzoeker heeft het beroep tegen het besluit van 31 juli 2022 bij bericht van 8 augustus 2022 ingetrokken. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar– dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins-Langedijk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2022. de voorzieningenrechter is verhinderd om deze uitspraak mede te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...