ECLI:NL:RBDHA:2022:11480
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2022-04-11
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Dublin, besluit ingetrokken, geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling, pkv, niet-ontvankelijk.
Materiële kern
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3943 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Lavell), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. Y. Rikken). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft het bestreden besluit op 28 maart 2022 ingetrokken. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2022. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Verweerder heeft het bestreden besluit op 28 maart 2022 ingetrokken, omdat de uiterste overdrachtsdatum is verstreken. Hiermee is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van eiseres. Verweerder zal een nieuwe beslissing nemen op de aanvraag van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. De rechtbank verklaart het beroep nietontvankelijk. 2. Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen. Verweerder is door de intrekking van het bestreden besluit tegemoet gekomen aan het beroep van eiseres, daarom is er een reden om verweerder te veroordelen in de proceskosten. zaaknummer: NL22.3943 2 3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en artikel 8:75 en 8:75a van de Awb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 759,00. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. zaaknummer: NL22.3943 3 De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 11 april 2022 Mr. B. Fijnheer Rechter Rechtbank Midden-Nederland E. Mulder Griffier Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [nummer] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...