Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2022:11062

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2022-10-20
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL22.11727
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
4.090 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Asielaanvraag – relaas afhankelijk van partner – niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht - ongegrond

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11727 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar). Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaken NL22.11726 en NL22.11728, op 28 september 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen E.E.H. Willems. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1974 en de Colombiaanse nationaliteit te bezitten. Zij heeft op 4 november 2021 een asielaanvraag ingediend in Nederland. 2. Het relaas wat eiseres ten grondslag heeft gelegd aan haar asielaanvraag is afhankelijk van het volgende relaas van haar partner. De partner van eiseres wordt door de FARC beschuldigd van het zijn van informant voor het Colombiaanse leger. Als gevolg daarvan heeft hij tweemaal een dreigbrief ontvangen. In de tweede dreigbrief, die is bezorgd nadat het gezin Colombia al enige tijd had verlaten, staat dat de partner van eiseres en eiseres gedood zullen worden en hun zoon gerekruteerd zal worden bij terugkeer van de partner van eiseres naar Colombia. 3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met de FARC acht verweerder echter niet geloofwaardig. Verweerder heeft daarbij allereerst verwezen naar het besluit ten aanzien van de partner van eiseres. Verder heeft verweerder tegengeworpen dat eiseres niet weet waarom haar partner doelwit is geworden van de FARC en dat zij ook niet kan uitleggen hoe zij weet dat de FARC haar partner daadwerkelijk in de gaten hield. 4. Eiseres voert tegen het bestreden besluit het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte overwogen dat de partner van eiseres onvoldoende kennis heeft van de FARC, gelet op de trainingen die hij kreeg tijdens zijn militaire dienst. Door zijn werk als pizzabezorger kon hij op de hoogte raken van de criminele activiteiten van de FARC in het dorp. Verder bestrijdt eiseres de overweging van verweerder dat het doen van aangifte een ieder vrij staat. Het is namelijk ongebruikelijk dat iemand zomaar aangifte doet en daarnaast is het ook strafbaar om een valse aangifte te doen. Tot slot kan het zo zijn dat volgens verweerder de logica ontbreekt aan de tweede dreigbrief, maar dit neemt niet weg dat deze bedreiging feitelijk wel bestaat. De rechtbank oordeelt als volgt. 5. Bij uitspraak van vandaag heeft deze rechtbank en zittingsplaats ten aanzien van het beroep van de partner van eiseres (zaaknummer NL22.11726) geoordeeld dat verweerder de problemen met de FARC niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Aangezien eiseres een van haar partner afhankelijk asielrelaas heeft, heeft verweerder daarom ook haar relaas niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. 6. Het beroep is ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...