ECLI:NL:RBDHA:2022:10035
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2022-09-26
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Niet tijdig beslissen. Beroep ingetrokken. Proceskostenveroordeling.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3712 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. K. Yousef), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 augustus 2021. Bij besluit van 18 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser ingewilligd. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijk uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verzoeker heeft het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan gelijktijdig met het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. 3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek tot vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is. 4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 759,-- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...