Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:8990

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-08-09
Procedure
Voorlopige voorziening
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
AWB - 21 _ 4383
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
ja
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
3.086 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

COa / invordering / eigen bijdrage aan de opvang. Veroordeling van verweerder in de proceskosten na intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening.

05Kern

Materiële kern

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/4383 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 augustus 2021 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Walls), en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder (gemachtigde: mr. I.A. van der Valk). Procesverloop Bij besluit van 19 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker een vergoeding in de kosten van zijn opvang (eigen bijdrage) van € 5.803,33 dient te betalen. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft op 29 juli 2021 meegedeeld dat hij niet overgaat tot invordering van de eigen bijdrage zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Verzoeker heeft daarop het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Daarbij heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Verweerder heeft op 30 juli 2021 meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter kan, in geval van intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening omdat geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen en indien daarom bij intrekking is verzocht, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs dienden te worden gemaakt. 2. Het verzoek van verzoeker voldoet hieraan. Het verzoek is kennelijk gegrond, zodat een zitting niet is vereist. De voorzieningenrechter zal verweerder dan ook in de proceskosten van verzoeker veroordelen. 3. De proceskosten van verzoeker stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 748,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2021. griffier voorzieningenrechter De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Zie artikel 20, tweede lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (de Rva) en de Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen. Zie artikel 8:84, vijfde lid, in combinatie met artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb). Zie artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...