Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:3440

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-03-22
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.2441
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
12.474 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Verweerder heeft de aanvraag van eiser terecht afgewezen als ongegrond, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Oekraïne voor hem geen veilig land van herkomst is als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vw in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa). Procesverloop Bij besluit van 17 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is hem geen uitstel van vertrek verleend. Verder is bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten en is eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL21.2442, plaatsgevonden op 11 maart 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich telefonisch laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt de Oekraïense nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum eiser] . Op 6 november 2011 heeft hij een asielaanvraag ingediend. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in 2020 meerdere oproepen heeft ontvangen van een rekruteringsbureau om als vrijwilliger aan het front te dienen. Eiser stelt dat hij aan deze oproepen geen gehoor heeft gegeven, omdat hij niet aan het front wil vechten. Volgens eiser werd hij gevolgd, onder druk gezet, bedreigd en gechanteerd vanuit militaire groeperingen. Toen hij op zijn werk was zijn zij ook bij hem thuis geweest, waarna hij samen met zijn moeder aangifte heeft gedaan bij de politie. Bij terugkeer vreest eiser dat dezelfde problemen met de militaire groeperingen weer op hem afkomen en dat hij door chantage en bedreigingen aan het front zal dienen. 2. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - oproep voor militaire dienst. Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. De oproep voor de militaire dienst acht verweerder niet geloofwaardig. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat Oekraïne voor hem geen veilig land van herkomst is. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt dat eiser bij voorkomende problemen bescherming kan inroepen van de Oekraïense autoriteiten. Gelet hierop heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. 3. Eiser verzoekt al hetgeen in zijn zienswijze naar voren is gebracht, als herhaald en ingelast te beschouwen. 3.1. Verweerder is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op hetgeen eiser reeds had aangevoerd. Voor zover hij in beroep niet heeft geconcretiseerd op welke punten de motivering van het bestreden besluit ontoereikend is, kan de enkele herhaling van de zienswijze in beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Voor dit oordeel vindt de rechtbank steun in vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer in de uitspraak van 4 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2169), rechtsoverweging 4. De rechtbank gaat dit verzoek dan ook voorbij. 4. Eiser betoogt dat Oekraïne in zijn geval niet kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst. Daartoe stelt eiser primair dat hij tot een uitzonderingscategorie behoort. Hij licht dat standpunt als volgt toe. 4.1. Zijn herkomstgebied Marioepol ligt in het door Oekraïne gecontroleerde deel, maar het is een grensregio die onder controle staat van het leger. Marioepol is dan ook een toegangspoort tot de conflictzone. Anderzijds voert eiser aan dat Oekraïne voor hem persoonlijk niet kan worden beschouwd als veilig land van herkomst door de problemen die hij heeft met de militaire krachten. Verweerder heeft de gestelde oproep voor de militaire dienst dan ook ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Ter onderbouwing heeft eiser in beroep een kopie van een oproep (en vertaling) overgelegd die hij heeft ontvangen in augustus 2020. Deze oproep toont volgens eiser aan dat hij door het rekruteringsbureau is opgeroepen voor de militaire dienst, maar dat hij aan deze oproep geen gehoor heeft gegeven. Andere (algemene) bronnen waarmee eiser het voorgaande nader kan onderbouwen en waaruit blijkt dat gedwongen rekrutering plaatsvindt, heeft hij niet kunnen overleggen mede omdat deze (algemene) informatie er niet is. 4.2. Ook stelt eiser dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van zijn oproep, omdat hij geen gehoor heeft gegeven aan de eerste oproep waarin staat dat hij zich dient te melden voor medische keuring. Volgens eiser vindt de medische keuring enkel plaats op basis van fysieke mankementen en spelen zijn suïcidale gedachten en depressie hierin geen rol. Eiser stelt ook dat zijn verklaring dat hij als 27-jarige niet meer de dienstplichtige leeftijd heeft, terwijl dit wel zo is, hem niet kan worden verweten. Eiser was veelal in het buitenland en om die reden niet op de hoogte van alle veranderingen in de Oekraïense regelgeving. Daarnaast stelt eiser dat van hem niet kan worden verwacht dat hij met documenten aannemelijk maakt dat hij niet eerder in dienst is geweest. Eiser stelt dat hij met zijn verklaring dat hij voldoende frequent is verhuisd aannemelijk heeft gemaakt dat hij al die tijd de dienstplicht heeft ontdoken. Dat hij door zijn reizen naar en vanuit het buitenland door de Oekraïense autoriteiten vaak is gecontroleerd, maakt dit niet anders. Grenscontroles zijn niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan de systemen van het militair commissariaat, aldus eiser. Verder is het volgens eiser zinloos om aangifte te doen bij de politie, omdat niet de politie maar het leger de macht heeft in Marioepol. Het is volgens eiser niet mogelijk om zich, over de problemen met de militaire krachten, te beklagen bij het leger. Daarnaast zal hij worden gediscrimineerd en zal hij in de negatieve aandacht komen te staan, omdat hij de Russische taal spreekt. 5. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder, om de volgende redenen. 5.1. Niet in geschil is dat Oekraïne veilig land van herkomst is, met uitzondering van de gebieden die niet onder de effectieve controle van de centrale autoriteiten staan, zoals de Krim en delen van Donetsk en Loegansk. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tot deze uitzonderingscategorie behoort. Mariepol ligt weliswaar in de regio Donetsk, maar uit het door verweerder overgelegde nieuwsbericht op www.bbc.com genaamd ‘Ukraine conflict: Front-line troops begin pullout’ blijkt dat deze stad zich buiten de conflictgebied bevindt. Er kan dan ook vanuit worden gegaan dat de centrale autoriteiten dat gebied controleren en dat hij zich tot hen kan wenden om bescherming in te roepen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onmogelijk is. Eisers stelling dat hij zich niet kan beklagen bij het leger uit vrees voor discriminatie en uit vrees om onder de negatieve aandacht te komen, treft hierom geen doel. 5.2. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich gelet op de verklaringen en het overgelegde kopie van de oproep niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het ongeloofwaardig is dat eiser is opgeroepen door de militaire dienst. In de oproep staat enkel dat hij zich dient te melden bij het rekruteringsbureau en dat voor het niet komen opdagen een geldboete van 85 grivna wordt opgelegd. De rechtbank volgt verweerder in zijn ter zitting ingenomen standpunt dat uit de oproep niet blijkt dat eiser wordt gedwongen om als vrijwilliger op contractbasis te dienen en dat hij zich daarvoor dient te melden bij het rekruteringsbureau. Eisers stelling dat er geen (algemene) informatie is waaruit blijkt dat gedwongen wordt gerekruteerd en dat de rekruten daarbij onder druk worden gezet of worden gechanteerd, slaagt niet. Bovendien blijkt uit het rapport van UK Homeoffice genaamd ‘Country Policy and Information Note Ukraine: Military service’ van december 2020 dat de militaire dienst op contractbasis enkel vrijwillig gebeurt en niet onder de omstandigheden zoals die door eiser zijn gesteld (pagina 17). 5.3. Ook heeft verweerder eiser bij de geloofwaardigheidsbeoordeling niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser onduidelijk heeft verklaard over de mobilisatie en dat hij niet op de hoogte is van de dienstplichtige leeftijd in Oekraïne. Eiser heeft in het nader gehoor verklaard dat hij is gemobiliseerd, terwijl er in 2020 geen mobilisaties meer plaatsvinden (pagina 9, 10). Eisers verklaring dat dit hij niet weet hoe dit kan en dat het mogelijk te maken heeft met zijn verblijf in het buitenland en dat iemand daarvan gebruik heeft gemaakt, heeft verweerder niet ten onrechte onvoldoende geacht. Eisers verklaring dat hij niet op de hoogte is van alle wijzigingen, omdat hij veel in het buitenland was, wordt niet gevolgd. De regels hierover zijn immers al gewijzigd in 2015 en van eiser mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de dienstplichtige leeftijd als essentieel onderdeel van zijn asielrelaas. De aanname dat bij de medische keuring enkel wordt gekeken naar fysieke mankementen is door eiser niet onderbouwd. Dit geldt eveneens ten aanzien van zijn verklaring dat de grenscontroles niet gekoppeld zijn aan de systemen van het militaire commissariaat en hij doordoor probleemloos de dienstplicht heeft kunnen ontduiken. Terecht stelt verweerder ook dat eiser heeft verklaard dat hij niet direct de intentie had om in Nederland internationale bescherming te verzoeken, hetgeen afbreuk doet aan de gestelde vrees en de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. 5.4. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat er voor hem geen mogelijkheid bestaat om de bescherming van de Oekraïense autoriteiten in te roepen tegen de gestelde problemen of dat zij hem hiertegen niet willen of kunnen beschermen. Eiser heeft in het aanmeldgehoor en in het nader gehoor verklaard dat hij samen met zijn moeder aangifte heeft gedaan tegen de chantage en bedreigingen van de militaire krachten, maar dat hij na een maand nog niets had gehoord en hij er daarom vanuit is gegaan dat de politie niets heeft gedaan met zijn aangifte (pagina 15, aanmeldgehoor en pagina 5, nader gehoor). Eiser heeft de uitkomst van de aangifte niet afgewacht of bij de politie geïnformeerd naar de stand van zaken, waardoor verweerder niet ten onrechte heeft gesteld dat eisers stelling dat niets is gebeurd met zijn aangifte is gebaseerd op een aanname. Eisers stelling dat het zinloos is om aangifte te doen, slaagt dan ook niet. 5.5. Nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Oekraïne voor hem geen veilig land van herkomst is, heeft verweerder heeft de asielaanvraag van eiser op goede gronden afgewezen als kennelijk ongegrond. 6. Op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw mocht verweerder daarom bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Het dwingende karakter van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw brengt met zich dat verweerder vervolgens een inreisverbod oplegt. Eiser heeft geen humanitaire of andere (individuele) omstandigheden aangevoerd, op grond waarvan verweerder in redelijkheid had moeten afzien van het uitvaardigen van het inreisverbod dan wel de duur ervan had moeten verkorten. 7. De slotsom is dat het beroep ongegrond is. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. P.R. de Man, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...