Zaak

ECLI:NL:RBDHA:2021:2398

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum
2021-02-26
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Herkomstland
01Registratie

Geëxtraheerde velden

Zaaknummer
NL21.1344
Rechtsgrond
Asiel-intrekking
onzeker
Uitkomst
Winnende partij
Herkomstland
Thema
COI-verwijzing
Verkorte motivering (art. 91 lid 2)
Tekstlengte
5.252 tekens
Verificatiestatus
ongecontroleerd
Kansberekening laden…
04Samenvatting

Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)

Dublin Italië, Pakistan, interstatelijk vertrouwensbeginsel, Tarakhel, homoseksuele geaardheid

05Kern

Materiële kern

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.1344 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. V. Senczuk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Procesverloop Bij besluit van 27 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.1345, plaatsgevonden op 26 februari 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T.J. Hussain. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. 1. Eiser stelt van Pakistaanse afkomst te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Eiser heeft op 2 augustus 2020 een asielaanvraag gedaan. Verweerder heeft in eerste instantie op 29 september 2020 besloten tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Dat besluit is door deze rechtbank bij uitspraak van 10 november 2020 vernietigd. Bij het nu bestreden besluit heeft verweerder wederom besloten tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag. 2. Niet in geschil is dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is. Italië heeft het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om de behandeling van de aanvraag onverplicht aan zich te trekken. 3. Eiser heeft niet met stukken onderbouwd dat er aanleiding is om in het geval van Italië te twijfelen aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De gestelde omstandigheid dat hij gedurende een jaar lang niets zou hebben vernomen over zijn asielaanvraag, dat hij daar geen inhoudelijk gehoor zou hebben gehad en dat hij geen advocaat zou hebben gekregen, is onvoldoende. Niet is gebleken immers dat eiser hierover niet heeft kunnen klagen bij de Italiaanse autoriteiten. Verweerder heeft in dit verband ook terecht overwogen dat het aan eiser is om te onderbouwen dat hij daadwerkelijk tevergeefs zou hebben geklaagd, allereerst door te concretiseren met wie en wanneer hij welk contact heeft gehad, en daarnaast om dit zoveel mogelijk met documenten te onderbouwen. De stelling van eiser dat zijn vaste contactpersoon niets voor hem deed en dat de opvang ver van de stad lag, zodat hij geen andere hulp kon vragen, is in dat verband onvoldoende. Eiser heeft geen onderbouwing gegeven waaruit blijkt dat hij op een of andere wijze zijn beklag heeft gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. 4. Niet wordt gevolgd dat eiser alleen al vanwege zijn homoseksuele geaardheid moet worden aangemerkt als extra kwetsbare asielzoeker in de zin van het arrest Tarakhel . Eiser heeft dit niet onderbouwd met algemene informatie en hij heeft evenmin onderbouwd dat hij persoonlijk bijzondere opvangbehoeften heeft, in het kader waarvan aanvullende garanties zouden moeten worden verkregen van de Italiaanse autoriteiten. Voor zover eiser heeft verklaard dat hij zich als homoseksueel niet veilig voelt in Italië, heeft verweerder terecht overwogen dat Italië is aangesloten bij het EVRM , op grond waarvan ervan mag worden uitgegaan dat de Italiaanse autoriteiten hem zullen beschermen tegen eventuele problemen met derden in Italië. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij niet openlijk durfde te praten over zijn seksuele geaardheid. Eiser heeft daarmee evenwel niet aannemelijk gemaakt dat de Italiaanse autoriteiten niet bereid of in staat zijn om hem bescherming te bieden. Aldus heeft eiser ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Italië zal worden blootgesteld aan een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest . 5. Ook in de omstandigheid dat eiser naar zijn zeggen in Italië niet kan trouwen met een man, hoefde verweerder geen aanleiding te zien om eisers asielaanvraag inhoudelijk te behandelen. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. arrest EHRM 4 november 2014 in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12 Europees Verdrag tot bescherming van rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Volledige uitspraak (archief)

Archief laden...