ECLI:NL:RBDHA:2021:15658
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2021-03-29
- Procedure
- Mondelinge uitspraak
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Vovo hangende bezwaar afgewezen. Geen spoedeisend belang omdat asielaanvraag nog loopt.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/9183 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2021 in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1992, van Afghaanse nationaliteit , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Singh), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou). Procesverloop Bij besluit van 9 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 12 augustus 2020 tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel ‘verblijf bij familie- of gezinslid [A] afgewezen. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2. Bij een verzoek om voorlopige voorziening moet beoordeeld de voorzieningenrechter allereerst of verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening. 3. Verzoeker is sinds 2015 in Nederland en heeft vijf asielaanvragen ingediend. Tegen de vijfde afwijzing van het asielverzoek is verzoeker in beroep gegaan en is dat beroep gegrond verklaard bij uitspraak van 29 oktober 2020. Verweerder moet nog een nieuwe beslissing nemen op de vijfde asielaanvraag. 4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang. Ter zitting is vastgesteld dat verzoeker de asielprocedure die nog loopt mag afwachten en tijdens die procedure rechtmatig verblijf heeft. Er is daardoor geen sprake van een dreiging dat verzoeker wordt uitgezet. Na de uitspraak van 29 oktober 2020 is verzoeker nog niet opnieuw gehoord. Ook heeft verweerder toegelicht dat uit een telefoonnotitie in het digitale systeem van verweerder blijkt dat op 22 maart 2021 nog is vastgesteld dat verzoeker medisch gezien (nog) niet gehoord kan worden. Er is opnieuw een periode ingelast om de medische ontwikkelingen af te wachten. Daaruit volgt dat verweerder niet op korte termijn een besluit op het asielverzoek zal nemen waardoor spoedeisend belang alsnog kan ontstaan. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2021. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...