ECLI:NL:RBDHA:2021:15178
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2021-10-01
- Procedure
- Bodemzaak
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Bewaring / In het geval van eiseres is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk was dat haar asielaanvraag zou worden ingewilligd. Verweerder heeft in de grensprocedure enige tijd en ruimte nodig om te kunnen beoordelen of geen sprake is van contra- of 1F-indicaties / beroep ongegrond.
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14150 [V-Nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1991, van Turkse nationaliteit, eiseres (gemachtigde: mr. P.J. Schüller), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Dalhuisen). Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2021 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft de vrijheidsontnemende maatregel op 10 september 2021 opgeheven. De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2021 op zitting behandeld. Partijen zijn telefonisch gehoord. Zij hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. 2. Omdat de maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. 3.1. Eiseres voert aan dat de maatregel ten onrechte heeft voortgeduurd na het aanmeldgehoor in de asielprocedure, dat plaatsvond op 3 september 2021. Eiseres wijst in dat verband op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 23 juli 2021 (NL21.11134). Daaruit volgt volgens eiseres dat verweerder erkent dat in sommige gevallen mogelijk al na het aanmeldgehoor een beslissing kan worden genomen op het asielverzoek, omdat daarin al wordt gevraagd naar de asielmotieven. In het geval van eiseres had verweerder direct na het aanmeldgehoor die beslissing moeten nemen. Van belang daarbij is dat eiseres advocate was in Turkije, haar hele leven betrokken is geweest bij de Gulen-beweging, dat zij met een geldig visum naar Nederland is gereisd en dat zij beschikt over veel documenten die haar aanvraag ondersteunen. 3.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Met ingang van 25 juni 2021 is de algemene asielprocedure gewijzigd. Daarbij zijn wijzigingen doorgevoerd in de aanmeldprocedure, het aanmeldgehoor en is het eerste gehoor komen te vervallen. Ten aanzien van het nader gehoor zijn geen wijzigingen doorgevoerd. 3.3. Eén van de wijzigingen, opgenomen in het vierde lid van artikel 3.108d, van het Vb, is dat in het aanmeldgehoor kort wordt gevraagd naar de asielmotieven van een vreemdeling. Het doel daarvan is blijkens dit artikellid en de toelichting daarbij om het asielproces efficiënter in te richten en de kwaliteit van de besluitvorming te bevorderen. In het vijfde lid van artikel 3.108d, van het Vb is bepaald dat bij de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag de door de vreemdeling tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen omtrent zijn asielmotieven niet zullen worden betrokken, uitzonderingen daargelaten voor daden als bedoeld in 1(F) van het Vluchtelingenverdrag of andere zware strafbare feiten. Het voorgaande is op grond van het zevende lid van 3.108d van het Vb ook van toepassing op de grensprocedure. 3.4. In het geval van eiseres is niet gebleken dat al na het aanmeldgehoor duidelijk was dat haar asielaanvraag zou worden ingewilligd. Verweerder heeft in de grensprocedure enige tijd en ruimte nodig om te kunnen beoordelen of geen sprake is van contra- of 1F-indicaties. Verweerder betoogt in dit verband terecht dat het aanmeldgehoor geen volledig inhoudelijk gehoor is en dat het inhoudelijke onderzoek plaats vindt tijdens het nader gehoor. Dat eiseres advocate is en heeft verklaard betrokken te zijn geweest bij de Gülen-beweging doet hier niet aan af. Ook ten aanzien van dit betoog moet verweerder enige tijd worden gegund om onderzoek te verrichten. Dat eiseres met een geldig visum naar Nederland is gereisd maakt dat evenmin anders. Dit betrof een visum voor tijdelijk verblijf, maar eiseres heeft bij aankomst op Schiphol asiel aangevraagd. Haar doelstelling van permanent verblijf komt dus niet meer overeen met het doel waarvoor het visum is afgegeven en verweerder mocht dan ook nader onderzoek doen naar contra-indicaties. Of verweerder die beoordeling voldoende voortvarend ter hand heeft genomen, kan slechts zeer terughoudend worden getoetst in deze procedure. Slechts wanneer evident is dat de aanvraag niet langer in aanmerking kwam voor afdoening in de grensprocedure kan hieraan een conclusie ten aanzien van de vrijheidsontnemende maatregel worden verbonden. Een dergelijke situatie deed zich hier niet voor. De asielaanvraag van eiseres is binnen korte tijd op 10 september 2021 ingewilligd en de maatregel is op dezelfde dag opgeheven. 4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van D.P. van Middelkoop, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 1 oktober 2021 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Besluit van 28 mei 2021 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, in verband met het regelen van de aanmeldfase, het vervallen van het eerste gehoor in de algemene asielprocedure en het doorvoeren van enkele technische aanpassingen.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...