ECLI:NL:RBDHA:2021:14453
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum
- 2021-12-21
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Herkomstland
- —
Geëxtraheerde velden
Inhoudsindicatie (redactie Rechtspraak)
Opvolgende asielaanvraag. Japan veilig derde land. Beroep ongegrond
Materiële kern
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17491 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid , verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 5 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.17492, op 8 december 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te bezitten. 2. Op 20 september 2020 heeft hij voor het eerst een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag op 16 maart 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van 23 maart 2021 ongegrond verklaard.1 Deze uitspraak is door de Afdeling2 op 8 oktober 2021 bevestigd.3 Daarmee staat het besluit van 16 maart 2021 in rechte vast. 3. Op 12 oktober 2021 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Aan deze aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij inmiddels meer dan een jaar buiten Japan verblijft. Hierdoor zal hij niet opnieuw in Japan worden toegelaten. 1. ECLI:NL:RBOVE:2021:3373. 2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3 Zaaknummers 202105785/1/ V3, 202105785/2/ V3, 202105824/ 1/ V3 en 202105824/2/ V3. 4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser bij bet bestreden besluit niet- ontvankelijk verklaard, omdat een derde land – Japan – als veilig derde land voor eiser kan worden beschouwd. Van eiser mag worden verwacht dat hij hiernaar terugkeert, omdat hij een (sterke) band met Japan heeft. Verweerder is van oordeel dat er nog altijd voldoende redenen zijn om aan te nemen dat eiser (opnieuw) tot Japan zal worden toegelaten. De rechtbank oordeelt als volgt. 5. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat verweerder, indien hij tegenwerpt dat een land voor de vreemdeling een veilig derde land is, aannemelijk moet maken dat die vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en dient hij hiertoe aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van die vreemdeling, redenen aan te dragen waarom toegang in beginsel mogelijk moet zijn.4 Vervolgens ligt het op de weg van de vreemdeling om aan te tonen dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land, in zijn geval niet aanwezig zijn. 6. In de voorgaande procedure heeft de rechtbank overwogen dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er redenen zijn om aan te nemen dat eiser in Japan zal worden toegelaten. De rechtbank heeft tevens overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gronden waarop hem permanent verblijf is verleend in Japan niet meer gelden en dat hij op diezelfde gronden niet opnieuw in het bezit van een verblijfsdocument kan worden gesteld. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat niet is gebleken dat eiser inspanningen heeft verricht om opnieuw toegang tot Japan te verkrijgen, terwijl dat wel van hem had mogen worden verwacht. 7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in onderhavige procedure eveneens voldoende heeft onderbouwd dat er redenen zijn om aan te nemen dat eiser in Japan zal worden toegelaten. Daartoe heeft verweerder verwezen naar telefonisch contact met de Japanse ambassade, waaruit blijkt dat men op verschillende wijzen kan terugkeren naar Japan, ook na het verstrijken van de termijn van één jaar. Dat eiser inmiddels meer dan een jaar buiten Japan verblijft, is dan ook onvoldoende om te concluderen dat eiser bij terugkeer niet tot Japan zal worden toegelaten. Eiser heeft zijn stelling dat het voor hem niet mogelijk is om opnieuw toegang tot Japan te verkrijgen voor het overige niet (met stukken) onderbouwd. In dat kader acht de rechtbank van belang dat niet is gebleken dat eiser – ook in de onderhavige procedure – (relevante) inspanningen daartoe heeft verricht. 8. Gelet op het voorgaande is de aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. 9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing 4 Zie uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Documentcode: DSR18573163 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Volledige uitspraak (archief)
Archief laden...